Commissie: Energie
Categorie: Jaarrekening
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: -
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1321656/1322959
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument vond dat de eindnota van oktober 2025 niet klopte en dat de ondernemer haar verkeerd had geïnformeerd bij het afsluiten van het dynamische energiecontract. Zij dacht dat de saldering anders zou worden toegepast en dat het contract financieel gunstiger zou uitpakken. De commissie oordeelt dat er geen sprake is van juridische dwaling, omdat niet is gebleken dat de ondernemer verkeerde informatie heeft gegeven. Bij een dynamisch contract wordt verbruik en teruglevering per uur afgerekend tegen de marktprijs, en daarna wordt op jaarbasis gesaldeerd. Dat is toegestaan en staat los van de manier waarop andere contractvormen werken. De ondernemer heeft volgens de commissie correct gehandeld en geen fouten gemaakt. De teleurstelling van de consument is begrijpelijk, maar geeft geen recht op aanpassing van de eindnota. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument meent dat de eindnota van 24 oktober 2025 niet conform de algemene voorwaarden van de ondernemer is opgemaakt. De commissie deelt dat standpunt van de consument niet.
Beoordeling
De consument zegt gedwaald te hebben bij het sluiten van de overeenkomst met de ondernemer. Als zij had geweten dat de eindnota zo hoog zou zijn als die welke zij van de ondernemer heeft ontvangen, dan was zij de overeenkomst met de ondernemer niet aangegaan. De consument is afgegaan op de informatie die zij van een energiewijzer heeft gekregen. Daaruit kwam naar voren dat de ondernemer een gunstig aanbod had.
In de praktijk bleek dat niet zo te zijn.
Ter zitting kwam naar voren dat de consument meent dat de wijze van salderen van verbruikte stroom en het aan het net geleverde stroom, die door de ondernemer is toegepast onjuist is geweest.
Allereerst overweegt de commissie dat van dwaling in de juridische zin van het woord, in deze zaak geen sprake is. Dat de ondernemer de consument bewust een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven voor het afsluiten van de leveringsovereenkomst is niet gebleken. De daarvoor vereiste feiten en omstandigheden zijn door de consument niet aangevoerd en ook niet aannemelijk geworden.
Duidelijk is wel dat de consument een andere voorstelling van zaken had toen zij het dynamische energiecontract met de ondernemer afsloot. Zij had verwacht financieel voordeel te hebben van dat contract en is daarin teleurgesteld.
De vraag die de commissie moet beantwoorden is, of de ondernemer daarvan een verwijt kan worden gemaakt.
De consument zegt op de hoogte te zijn geweest van de betekenis van een dynamisch contract. Naar het oordeel van de commissie heeft de ondernemer de consument daarover ook naar behoren geïnformeerd. De nodige informatie was voor de consument beschikbaar voor het afsluiten van de leveringsovereenkomst.
De ondernemer heeft uitgelegd dat het verbruik van de consument en de terug levering van energie wordt afgerekend tegen de marktprijs van het betreffende uur. Op de jaarafrekening wordt gekeken naar de totale hoeveelheid elektriciteit die in een contractjaar is verbruikt en opgewekt. Over het resterende saldo worden energiebelasting en BTW berekend.
Naar het oordeel van de commissie is die handelwijze van de ondernemer niet in strijd met de wet- en regelgeving. De commissie is van oordeel dat het systeem van saldering per uur tegen de geldende marktprijs een belangrijk onderdeel is van een zogenaamd dynamisch leveringscontract van stroom.
Anders dan de consument kennelijk denkt, is het niet bij alle soorten van leveringsovereenkomsten waarbij van teruglevering van stroom aan het net sprake is, verplicht om ook de prijsafrekening op jaarbasis te laten plaatsvinden.
Bij een dynamisch contract zoals de consument die heeft afgesloten met de ondernemer is dat niet vereist. Wel is vereist dat de salderingsregeling op jaarbasis wordt toegepast op de hoeveelheid stroom die is verbruikt en de hoeveelheid aan het net teruggeleverde stroom. De ondernemer voldoet aan die verplichting.
Al met al is de commissie van oordeel dat de ondernemer geen fouten heeft gemaakt en hem geen verwijt gemaakt kan worden van de teleurstelling van de consument.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument gevraagde wordt afgewezen.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer C.P. Hoogendoorn, leden, op 18 februari 2026.