Geen boete bij overstappen naar ander gastouderbureau, opzegging is het gevolg is van actie ondernemer

Onderwerp van het geschil

De ouder heeft de overeenkomst met het gastouderbureau opgezegd met een maand opzegtermijn. De ouder wil wel verder met dezelfde gastouder, maar heeft geen vertrouwen meer in het gastouderbureau. Volgens de algemene voorwaarden kan de ondernemer een boete opleggen, als gastouder en ouder zonder het gastouderbureau een overeenkomst sluiten. Echter, de ouder heeft de algemene voorwaarden niet van de ondernemer gekregen, zodat de boete niet verschuldigd is.

De commissie zou de boete in dit geval hoe dan ook niet hebben toegewezen omdat de opzegging het gevolg is van een aan de ondernemer zelf te wijten omstandigheid.

Het geschil betreft de betwisting van consument van de door de ondernemer opgelegde boete op grond van artikel 3 lid 6 van de algemene voorwaarden van ondernemer. Daarin is, samengevat, opgenomen dat 'na beëindiging van de overeenkomst met ondernemer gedurende anderhalf jaar de gastouder en ouder niet met elkaar de opvang rechtstreeks danwel via een ander gastouderbureau mogen regelen, op straffe van een onmiddellijk opeisbare boete van 1000 Euro'.

De consument heeft op 13 juli 2017 de klacht schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument is verwoord in het klachtenformulier met bijlagen dat de commissie op 31 juli 2017 heeft ontvangen. Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument heeft via bemiddeling door het gastouderbureau van de ondernemer sinds april 2015 opvang bij een gastouder afgenomen voor haar kind. De consument heeft de lopende overeenkomst met het gastouderbureau medio juli 2017 schriftelijk opgezegd per 31 augustus 2017 omdat zij ernstig twijfelt aan de geestelijke gezondheid van de ondernemer. De directe aanleiding was een emailbericht dat de ondernemer op 11 juli 2017 aan alle vraagouders heeft gezonden. Daarin heeft de ondernemer hen laten weten dat hij een spiritueel hoogtepunt heeft bereikt en dat hij onder meer kanker binnen enkele seconden kan genezen. Dit is bij de consument verkeerd gevallen, te meer nu zij 5 jaar geleden haar kind aan kanker heeft verloren en zelf herstellende is van borstkanker. De ondernemer heeft de opzegging bij emailbericht van 18 juli 2017 geaccepteerd. Hij heeft de consument een factuur gestuurd voor een boete van € 1.000,-- onder verwijzing naar artikel 3 lid 6 van de algemene voorwaarden. De consument heeft geweigerd deze boete te betalen en heeft er bij de ondernemer op aangedrongen een gesprek te voeren. Zij heeft op deze uitnodiging geen antwoord gekregen. Het contract dat zij heeft ontvangen is een oud contract dat de ondernemer heeft aangepast door daarin alleen de afgesproken opvangtijden te veranderen. Het oude contract had betrekking op noodopvang tijdens vakantie in 2016. Zij heeft voorts de toepasselijke opzegtermijn in acht genomen. De consument wenst de overeenkomst zonder kosten te kunnen beëindigen.

De consument heeft, in aanvulling op het vragenformulier in een brief die door de commissie op 21 augustus 2017 is ontvangen, onder meer aangetekend dat haar de algemene voorwaarden waar de ondernemer naar verwijst bij het aangaan van de overeenkomst niet zijn verstrekt zodat zij daar haar goedkeuring niet aan heeft gegeven.

De consument verlangt in het klachtenformulier beëindiging van het contract en kwijtschelding van de boete.

Ter zitting heeft de consument haar standpunt toegelicht en heeft zakelijk weergegeven ondermeer het volgende aangevoerd. Zij heeft geen vertrouwen meer in de ondernemer. Zo is er geen klachtencommissie en de oudercommissie is al twee jaar niet bijeen geweest. De ondernemer zegt volgens de consument eenzijdig contracten op en deelt naar willekeur boetes uit aan ouders die vertrekken. Het was de consument bekend dat de ondernemer zich met Reiki bezig houdt. Daar heeft zij ook geen probleem mee zolang de ondernemer zakelijk en privé gescheiden hield, maar dat is nu niet langer het geval.

Wat de contracten betreft heeft zij toegelicht dat contract 2015.00056 is opgezegd omdat die gastouder niet in naschoolse opvang voorziet. De ondernemer heeft de opzegging daarvan bevestigd. Het nieuwe contract met nummer 2016.00061 is op 5 mei 2017 al getekend door de consument omdat ze de naschoolse opvang bij de nieuwe gastouder tijdig geregeld wilde hebben. De ondernemer was zo vriendelijk om bij de consument langs te komen met het contract. De consument voelde zich daardoor geholpen en heeft het contract ongelezen ondertekend. Pas later constateerde zij dat het contract in feite het contract voor de vakantieopvang uit 2016 betrof waarin alleen de uren zijn aangepast. De opzegging van dat contract leidt nu tot problemen. De ouder gaat door met de gastouder, maar via een ander gastouderbureau. De ondernemer heeft haar bij het aangaan van de nieuwe overeenkomst de algemene voorwaarden niet overhandigd en heeft daar ook nimmer naar verwezen. Op de website waren ze bovendien niet te vinden.

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft geen schriftelijk verweer gevoerd.

Beoordeling van het geschil

De commissie overweegt als volgt.

De kern van het geschil betreft de vraag of de ondernemer de consument kan houden aan de op grond van de algemene voorwaarden van de ondernemer opgelegde geldboete. De consument weigert betaling van de boete omdat de algemene voorwaarden haar niet zijn overhandigd bij het aangaan van de overeenkomst. Overigens vindt zij de breuk met de ondernemer geheel gerechtvaardigd vanwege de inhoud van de voor consument aanstootgevende brief, zodat alleen al om die reden geen boete verschuldigd zou moeten zijn.

De consument heeft zich ten aanzien van de overeenkomst tevens erop beroepen dat deze niet rechtsgeldig zou zijn nu de ondernemer een contract uit 2016, dat voor noodopvang en niet voor naschoolse opvang was bedoeld, slechts heeft aangepast door er de nieuwe opvangtijden in op te nemen.

De consument vordert bij de commissie beëindiging van het contract en kwijtschelding van de boete.

Hieromtrent wordt het volgende overwogen.

Op grond van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting onweersproken is gesteld, neemt de commissie het volgende als vaststaand aan.

De consument heeft via bemiddeling door het gastouderbureau van de ondernemer sinds april 2015 opvang bij een gastouder afgenomen voor haar kind. De consument heeft op 8 mei 2017 een nieuw contract met de ondernemer getekend voor naschoolse opvang bij een andere gastouder (ook aangesloten bij ondernemer) met ingang van het nieuwe schooljaar.

Bij emailbericht van 13 juli 2017 heeft de consument laten weten de kinderopvang bij de ondernemer op te willen zeggen per 31 augustus 2017 rekening houdend met een opzegtermijn van een maand.

Bij emailbericht van 18 juli 2017 heeft de ondernemer bevestigd dat de overeenkomst met contractnummer 2015.00056 is opgezegd. Hij meldt tevens dat de andere overeenkomst met nummer 2017.00061 zoals getekend op 8 mei 2017 zal worden voortgezet.

De consument laat bij emailbericht van 18 juli 2017 weten dat het haar bedoeling is de opvang per 31 augustus 2017 op te zeggen, waarbij zij als bijkomende reden vermeldt dat haar vertrouwen in de ondernemer zodanig beschadigd is dat zij niet meer met de ondernemer geconfronteerd wil worden.

Zij spreekt daarbij de hoop uit dat de ondernemer het nieuwe contract als niet tot stand gekomen beschouwt.

Bij emailbericht van 30 juli 2017 bevestigt de ondernemer de opzegging van beide overeenkomsten. Omdat de consument bij dezelfde gastouder blijft, zal de ondernemer de daarvoor geldende boete in rekening brengen. De ondernemer heeft de consument vervolgens op 31 juli 2017 een factuur gestuurd voor een boete van € 1.000,-- onder verwijzing naar artikel 3 lid 6 van de algemene voorwaarden.

De commissie overweegt dat, wat er ook zij van de aanvankelijke onduidelijkheid rond de opzegging door de consument, zij ervan uitgaat dat de opzegging van beide gesloten overeenkomsten tussen partijen niet langer in geding is, nu de ondernemer de opzegging van de oude overeenkomst (met nummer 2015.00056) op 18 juli 2017 heeft aanvaard en die van de nieuwe overeenkomst (met nummer 2017.00061/2016.00061) op 30 juli 2017 heeft aanvaard. Aldus is ook het beroep dat de consument doet op de rechtsgeldigheid van de op 8 mei 2017 gesloten overeenkomst niet langer relevant zodat de commissie daarover niet hoeft te oordelen. Terzijde merkt de commissie hier nog wel op dat het ook aan consument zelf is zich bij ondertekening te vergewissen van de inhoud van hetgeen zij ondertekent.

Daarmee resteert voor de commissie de vraag of de consument de door de ondernemer op grond van de algemene voorwaarden opgelegde boete voor het doorgaan met dezelfde (beoogde) gastouder bij een ander gastouderbureau verschuldigd is. De ondernemer verwijst bij het opleggen van de boete naar artikel 3 lid 6 van de algemene voorwaarden. Op grond van artikel 6:233 van het Burgerlijk Wetboek is een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar indien de gebruiker ervan de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. In artikel 6:234 Burgerlijk Wetboek, eerste lid is vervolgens - ondermeer - bepaald dat die mogelijkheid is geboden als de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij ter hand zijn gesteld of op verzoek onverwijld worden toegezonden.

Nu de consument onweersproken heeft gesteld dat de algemene voorwaarden haar niet zijn voorgelegd door de ondernemer, acht de commissie deze niet van toepassing en slaagt het beroep van de consument op dit punt. Dit betekent dat de consument de gevorderde boete niet verschuldigd is.

De commissie overweegt ten overvloede dat – ook indien de algemene voorwaarden hier wel van toepassing zouden zijn – zij de boete niet in stand zou hebben gelaten nu de opzegging het gevolg is van een aan de ondernemer zelf te wijten omstandigheid. Die bestaat hieruit dat ongevraagd aan alle ouders op 11 juli 2017 een brief is verzonden waarin bijzondere en uitzonderlijke persoonlijke informatie is opgenomen, waarbij bovendien ongefundeerde medische stellingen worden ingenomen. Daarmee is door ondernemer desbewust het risico genomen, dat ouders die hun kinderen onder regie van de ondernemer aan derden toevertrouwen, ernstig hun vertrouwen zouden gaan verliezen in de dienstverlening. Op basis van de inhoud van de brief acht de commissie derhalve enig beroep op de desbetreffende bepaling ook overigens onaanvaardbaar en aldus geheel in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Nu de klacht van de consument gegrond wordt bevonden, beslist de commissie tevens dat de ondernemer op grond van het reglement het klachtengeld ad € 25,-- aan de consument moet vergoeden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie, oordelende naar redelijkheid en billijkheid,

- verklaart de klacht van de consument gegrond en bepaalt dat de consument geen verplichting meer heeft richting te ondernemer zoals hiervoor bepaald;

- bepaalt dat overeenkomstig het reglement van de commissie de ondernemer het klachtengeld ad € 25,-- aan de consument dient te vergoeden. Betaling dient plaats te vinden binnen één maand na datum van verzending van dit bindend advies;

- wijst het anders of meer gevorderde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang en Peuterspeelzalen op 24 augustus 2017.

Commissie: Kinderopvang en Peuterspeelzalen

Referentienummer: 112082

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven