Commissie: Voertuigen
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
543984/572234
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht op 1 april 2024 een Toyota Corolla Hybrid uit 2022 voor ruim € 33.000, maar ontdekte later dat de auto niet voldeed aan belangrijke specificaties uit de advertentie, zoals het vermogen van 140 pk, smart-entry en een elektrisch bedienbare achterklep. De ondernemer erkende dat deze informatie onjuist was, maar wees op een disclaimer in de advertentie en stelde dat de consument de auto vooraf goed kon bekijken. De commissie oordeelde dat de advertentie misleidend was en dat dit voor risico van de ondernemer komt. De klacht is daarom deels gegrond. De ondernemer moet € 1.600 betalen als compensatie voor de lagere dagwaarde van de auto, plus € 127,50 klachtengeld.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een Toyota Corolla 1,8 Hybrid met bouwjaar 2022.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 1 april 2024 hebben partijen een koopovereenkomst gesloten voor de Toyota Corolla 5-deurs 1.8 Hybrid First Edition Automaat voor € 33.194,–.
Op 7 mei 2024 heeft de consument de ondernemer een e-mail gestuurd en aangegeven dat de auto op cruciale punten niet voldoet aan de door de ondernemer geadverteerde specificaties:
– 112 pk in plaats van 140 pk
– Smart-entry
– Elektrisch bedienbare achterklep
– Interieur voorverwarmingsinstallatie
– Volledig digitaal instrumentenpaneel groot
– Draadloze telefoonlader
De consument wil de auto omruilen voor een exemplaar dat wel voldoet aan de overeengekomen specificaties of een compensatie van € 3.000, —
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer betwist dat er op haar enige verplichting rust tot omruiling van de auto dan wel het betalen van een vergoeding. De ondernemer betwist dat dat hij heeft gezegd dat de auto 140 pk heeft.
Bij het sluiten van de koopovereenkomst heeft de consument nog een afleverpakket en een lakbehandeling afgenomen. Tot slot zijn partijen overeengekomen dat de ondernemer kosteloos een rubberen kofferbakmat zou leveren. De koop is uiteindelijk gesloten voor een bedrag van € 33.194, –.
Op het moment van aflevering stond de rubberen koffermat nog in backorder. Deze is uiteindelijk medio juli bij de ondernemer binnengekomen. De ondernemer heeft toen meermaals geprobeerd de consument te bellen om dit mede te delen, maar kreeg geen gehoor. Dat is dan ook de enkele reden dat de nieuwe rubberen koffermat nog niet geleverd is.
De auto beschikt wél over Keyless Start en een volledig digitaal instrumentenpaneel. Het is niet mogelijk om achteraf Smart Entry en een elektrische achterklep te realiseren.
In de advertentie heeft de ondernemer volgende zinsnede opgenomen: “Het is echter mogelijk dat in de advertentietekst bepaalde opties en/of accessoires abuis verkeerd zijn vermeld. Mochten bepaalde opties of accessoires essentieel voor u zijn vraag er dan naar bij de aankoop.” Voor het sluiten van de overeenkomst heeft de consument de auto in de showroom uitvoerig bekeken en geïnspecteerd. De ondernemer is dan ook van mening dat de consument voor het sluiten van de overeenkomst had kunnen constateren dat een aantal van de genoemde specificaties inderdaad niet aanwezig was.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Artikel 6:193c lid 1 onder b BW bepaalt dat een handelspraktijk misleidend is indien informatie wordt verstrekt die feitelijk onjuist is of die de gemiddelde consument misleidt of kan misleiden, al dan niet door de algemene presentatie van de informatie, zoals ten aanzien van de voornaamste kenmerken van het product. Voorts bepaalt het derde lid van artikel 6:193j lid 3 BW dat een overeenkomst die als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand is gekomen, vernietigbaar is.
De ondernemer heeft niet, althans onvoldoende weersproken dat de advertentie een onjuist vermogen (140 pk) vermeldde en ten onrechte aangaf dat de auto beschikt over een smart entry en elektronisch bedienbare achterklep.
Daarmee staat naar het oordeel van de commissie vast dat de auto door de ondernemer op internet is aangeboden en daarbij informatie over de auto is verstrekt die feitelijk onjuist is.
Het verweer van de ondernemer op de disclaimer bij de advertentie wordt niet gehonoreerd. De ondernemer heeft ter zitting verklaard dat de advertentietekst wordt gegenereerd door de applicatie op de website, die geen rekening houdt met de afwijkende specificaties van importauto’s.
De commissie is van oordeel dat dit feit voor risico van de ondernemer moet blijven. De ondernemer kiest er immers voor om dit systeem te gebruiken.
De consument heeft niet althans onvoldoende weersproken dat de auto wel, althans in voldoende mate, voldoet aan de overige specificaties en de kofferbakmat is ook leverbaar. Deze klachten worden daarom afgewezen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.
Gezien het voorgaande acht de commissie de koopovereenkomst gedeeltelijk vernietigbaar. In het licht van het voorgaande acht de commissie het verzoek van de consument tot vergoeding van het verschil in dagwaarde tussen een vergelijkbare auto en de dagwaarde van zijn huidige auto een redelijke oplossing ter beslechting van het onderhavige geschil. De commissie begroot dit verschil in dagwaarde naar billijkheid op een bedrag ter hoogte van € 1.600, –.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 1.600, –. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer P.G. Nieuwenhuijse en de heer A. van Aldijk, leden, op 23 januari 2025.