Versnellingsbakdefect buiten garantieperiode: consument krijgt geen vergoeding

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Herstel / Non conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 938796/1019680

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument kocht in januari 2024 een gebruikte Opel Corsa-E met drie maanden Bovag-garantie. Tien maanden later trad een defect op aan de schakelactuator van de versnellingsbak, waardoor de auto niet meer vooruit kon rijden. De ondernemer stelde dat er geen sprake was van non-conformiteit en dat de consument bewust voor een korte garantieperiode had gekozen. De Geschillencommissie Voertuigen oordeelde dat niet is aangetoond dat het gebrek al bij aankoop aanwezig was en dat de garantie inmiddels was verlopen. De ondernemer bood bovendien een passende oplossing door de kosten te beperken tot het bedrag dat bij een 12 maanden Bovag-garantie verschuldigd zou zijn. De klacht werd ongegrond verklaard.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen
Zaaknummer 938796/1019680

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de versnellingsbak van een Opel Corsa-E.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 29 januari 2024 heeft de consument een gebruikte Opel Corsa-E gekocht uit 2018 bij de ondernemer met 3 maanden Bovag garantie voor €12.245. Op 29 november (tien maanden later) ontstonden er problemen met de versnellingsbak. De auto wilde niet meer in de Drive stand. De auto kon alleen nog maar achteruit rijden. Na onderzoek bleek dat de schakelactuator op de versnellingsbak defect was. Omdat de actuator extreem duur is, is deze gereviseerd in Duitsland. Deze revisie heeft in totaal 4 weken geduurd.

De kosten werden door de ondernemer geraamd op € 895,–.

De consument is het er niet mee eens dat deze kosten voor zijn rekening komen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft bewust gekozen voor een garantie van 3 maanden en heeft de auto intensief gebruikt. Er is in tien maanden 32.162 km met de auto gereden. Er is geen sprake van non-conformiteit. De ondernemer heeft overigens niet de volledige kosten van de reparatie in rekening gebracht, maar het bedrag gematigd tot de vergoeding die de consument zou hebben betaald als hij voor 12 maanden BOVAG-garantie had geopteerd.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De wettelijke bepaling over conformiteit houdt in dat de consument mag verwachten dat de auto de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Als een tweedehandsauto wordt gekocht om daarmee aan het verkeer deel te nemen, geldt als regel dat de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst, indien als gevolg van een eraan klevend gebrek dat niet op eenvoudige wijze kan worden ontdekt en hersteld, zodanig gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren. Niet is komen vast te staan dat bij de auto bij aankoop een dergelijk gebrek aanwezig was.

Voorts staat vast dat de consument uitdrukkelijk heeft gekozen voor een garantie van 3 maanden. Nu de gebreken na 10 maanden zijn opgetreden is er geen sprake van garantie meer.

Bovendien heeft de ondernemer naar het oordeel van de commissie een passende oplossing geboden door de consument slechts het bedrag van de 12 maanden garantie in rekening te brengen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, mevrouw R. Romijn, mevrouw mr. M.T. Buiting, leden, op 27 juni 2025.

De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.

 

Opslaan als PDF