Geschillencommissie Recreatie: klacht ongegrond, ondernemer bood passende schoonmaakoplossing

  • Home >>
  • Recreatie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Recreatie    Categorie: (On)Zorgvuldig handelen    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 770135/913123

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument klaagde bij de Geschillencommissie Recreatie dat een gehuurde vakantievilla slecht was schoongemaakt en dat zij onheus en intimiderend was bejegend door een medewerker. De ondernemer stelde dat een extra schoonmaak was aangeboden, maar dat de consument dit weigerde vanwege praktische omstandigheden met haar hond. De commissie oordeelde dat de ondernemer een adequate oplossing had geboden en dat de weigering daarvan voor rekening van de consument komt. Het klachtonderdeel over de bejegening kon niet worden beoordeeld, omdat de lezingen van partijen lijnrecht tegenover elkaar stonden en er geen aanknopingspunten waren om één versie te volgen. De klacht werd ongegrond verklaard.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Recreatie

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de schoonmaak van het chalet dat de consument bij de ondernemer heeft gehuurd. Daarnaast voelt de consument zich onheus bejegend door een medewerker van de ondernemer (onbeschoft en intimiderend aangesproken).

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Ik heb in de herfstvakantie een luxe vakantievilla geboekt voor werk en privé. De villa was enorm smerig en elke dag dook er wel weer iets anders op wat smerig of kapot was. Daarnaast ben ik onbeschoft en intimiderend aangesproken door een medewerker van het park, die mij in een onveilige situatie bracht. Het lukte niet om met elkaar de situatie op te lossen. Ik heb een klacht ingediend waarop ik een reactie kreeg van vermoedelijk dezelfde medewerker en ben ik op de zwarte lijst geplaatst.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken, waarvan in het bijzonder het (ongedateerde) verweerschrift. De inhoud daarvan dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

In de klachtomschrijving wordt gesteld dat de villa enorm smerig was, dat de consument onbeschoft en intimiderend is aangesproken, en dat de medewerker de consument in een onveilige situatie heeft gebracht.

In een eerder schrijven hebben wij reeds aangegeven dat het voor kan komen dat in sommige gevallen niet naar behoren is schoongemaakt. Hiervoor laten wij de schoonmaak terugkomen. In onze voorwaarden hebben we staan dat zelf schoonmaken geen recht geeft op restitutie. Wij hebben meerdere keren aangeboden de schoonmaak opnieuw te laten plaatsvinden, maar dit werd telkens geweigerd. Een reden was dat de hond niet zo lang buiten kon blijven. De bewering dat de villa enorm smerig was, klopt ook niet. De schoonmaak wordt uitgevoerd door twee personen die ruim de tijd krijgen om het huisje schoon te maken, en dit wordt gecontroleerd door een derde persoon. De stelling dat de villa enorm smerig was, wordt hier dan ook schromelijk overdreven.

Onze medewerker is nog steeds verbolgen over de beschuldiging dat hij de consument onbeschoft en intimiderend zou hebben aangesproken. Deze beschuldiging “slaat kant noch wal” en wordt hoog opgenomen en is vals.

Wat deze zaak verder uiterst kwalijk maakt, is de valse beschuldiging van een onveilige situatie. Deze is nooit voorgekomen, aangezien ik zelf de medewerker ben en aanwezig was.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument heeft zich vrijdag, de dag van aankomst, gemeld bij de receptie en zich daar beklaagd over de slechte schoonmaak van het chalet. De ondernemer heeft naar voren gebracht dat de consument een extra schoonmaak is aangeboden, maar dat de consument (meermaals) heeft geweigerd daar gebruik van te maken.

Ter zitting heeft de consument desgevraagd verklaard dat haar inderdaad een schoonmaak is aangeboden, maar dat ze die heeft geweigerd, omdat ze een problematische hond heeft. Het was niet mogelijk om voor de duur van de schoonmaak met de hond naar buiten te gaan. De consument heeft toen aangegeven dat ze de schoonmaak zelf zou doen.

In geval onvolkomenheden worden geconstateerd bij de huur van een chalet, zoals in dit geval een slechte schoonmaak, dient de huurder deze onvolkomenheden te melden en de ondernemer in de gelegenheid stellen om te komen met een adequate oplossing. De ondernemer heeft die oplossing geboden, maar om haar moverende redenen heeft de consument daar geen gebruik van willen maken. Naar het oordeel van de commissie dient dat voor rekening en risico van de consument te blijven.

Op grond van het voorgaande zal de commissie de klacht ongegrond verklaren.

Inzake de klacht die ziet op de bejegening van de consument door een medewerker van de ondernemer, hebben partijen standpunten ingenomen die diametraal tegenover elkaar staan. Aangezien de commissie geen aanknopingspunten heeft op grond waarvan meer waarde zou moeten worden gehecht aan de ene lezing dan aan de andere, onthoudt de commissie zich met betrekking tot dit klachtonderdeel van een oordeel.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht ongegrond, zodat het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer P.W.M. Meijkamp, mevrouw mr. J.M. Huijsman- Hartkamp, leden, op 24 april 2025.

De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.

 

Opslaan als PDF