Aanbod kosteloos opnieuw aansluiting redelijk indien ondernemer nalaat vordering te onderbouwen/te reageren

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Afsluiting    Jaartal: 2012
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ENE05-3526

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de jaarafrekening over 2004 met betrekking tot de levering van gas.

De consument heeft een bedrag van € 48,25 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

De consument heeft de klacht op 14 mei 2004 voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De klacht van de consument betreft in eerste instantie de jaarafrekening voor de gaslevering aan het adres ###. Op dit adres is door omstandigheden in de laatste jaren geen gas verbruikt, omdat het pand al enkele jaren onbewoond is. Naar aanleiding van het verbruik in 2002 gold voor de navolgende periode een voorschotnota van € 4,– per maand. De consument ontvangt hier ook maandelijks een acceptgiro voor. Na januari 2004 vorderde de ondernemer echter plotseling een voorschotbedrag van € 10,– per maand. De consument heeft dit voorschotbedrag betaald, hoewel hij nog steeds geen energie verbruikt op het adres ###.

Op 9 juli 2004 heeft de ondernemer de consument een herinnering gezonden ter hoogte van € 40,75.
Op 22 juli 2004 heeft de ondernemer de consument een brief gezonden met de betiteling ‘2e en tevens laatste herinnering’. In deze brief vorderde de ondernemer betaling van een bedrag van € 48,25 (inclusief administratiekosten). De consument heeft bij brief d.d. 17 augustus 2004 tegen deze nota geprotesteerd omdat hij op het adres ### geen gas verbruikt en ook steeds een deel van het door hem aan voorschotnota’s betaalde bedrag terugontvangt. De consument heeft voorts een jaarafrekening verzocht om te kunnen aantonen dat de nota onterecht is. De ondernemer heeft hierop niet gereageerd maar de consument voor de maand oktober wederom € 10,– in rekening gebracht. Bij brief d.d. 24 november 2004 heeft een incassobureau namens de ondernemer de consument een incassonota gezonden ter hoogte van € 248,37 (inclusief buitengerechtelijke incassokosten) te innen wegens een vermeende betalingsachterstand van € 208,25. De ondernemer heeft niet gereageerd op verzoeken tot opheldering en heeft pas op 16 februari 2005 de consument een afschrift van de jaarafrekening gezonden. Deze jaarafrekening is volgens de consument onjuist. De consument kan dit echter niet nader onderbouwen doordat de ondernemer nalaat de gevraagde specificaties te verstrekken.

De ondernemer heeft bovendien de gastoevoer afgesloten zonder de consument hierover vooraf te informeren. Hierdoor kan de consument vanaf augustus 2004 op dit adres niet langer koken en ook het huis niet verwarmen. Dat de consument feitelijk geen gas verbruikte, doet hier niet aan af: hij betaalt vastrecht en voorschotnota’s voor de mogelijkheid om desgewenst gas te kunnen afnemen.

Het incassobureau heeft bij brief d.d. 16 februari 2005 een verlaagde incassonota gezonden ter hoogte van €186,39 (inclusief buitengerechtelijke incassokosten).

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd

De ondernemer heeft de consument niet gewezen op het bestaan van de commissie, waardoor hij het geschil pas anderhalf jaar na het ontstaan ervan aanhangig kon maken bij de commissie.

De consument verlangt heraansluiting van de gastoevoer en een financiële vergoeding voor de maanden waarop de consument ten onrechte is afgesloten van de toevoer van gas van € 100,– per maand vanaf augustus 2004.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De kern van het geschil tussen de ondernemer en de consument is dat de ondernemer niet heeft gereageerd op de brieven die de consument de ondernemer heeft gezonden. Deze klacht is terecht. Het is niet meer na te gaan waarom dat niet gebeurd is en waarom het verbruik over 2003 op 100 m3 is geschat. De ondernemer erkent dat hij de vordering te snel ter incasso in handen heeft gegeven aan een incassobureau. De ondernemer merkt overigens op dat hij in zijn brief d.d. 22 juli 2004 wel gewaarschuwd heeft dat de energietoevoer zou worden afgesloten indien de consument de nota niet zou voldoen voor 2 augustus 2004.

De consument heeft inderdaad in de jaren 2001-2004 geen gas verbruikt in zijn tweede woning. Over het jaar 2003 heeft de consument de meterstanden niet doorgegeven, zodat de ondernemer het verbruik in dat jaar heeft geschat op 100 m3. In de jaarafrekening over de periode van 1 januari tot en met 19 augustus 2004 heeft de ondernemer dit weer gecorrigeerd tot nul.

De ondernemer is bereid de vordering ter hoogte van € 144,94 – welk bedrag betrekking heeft op de betaling van eindafrekening ter zake van vastrecht en belastingen voor de periode van 1 januari 2004 tot en met 19 augustus 2004 – kwijt te schelden. De ondernemer is niet bereid om een schadevergoeding wegens onterechte afsluiting te betalen. Nu de consument op het adres ### geen gas verbruikte, kan hij ook geen nadeel hebben geleden van de afsluiting.

De ondernemer biedt aan het geschil in der minne te schikken door betaling aan de consument van een bedrag van € 150,–; heraansluiting van de gastoevoer zal door de netbeheerder kosteloos geschieden indien de consument een leveringsovereenkomst met een leverancier sluit.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De ondernemer heeft erkend dat hij herhaaldelijk heeft nagelaten te reageren op brieven van de consument waarin deze om specificaties vordert. Als gevolg hiervan heeft de consument zijn klacht dat de door de ondernemer gevorderde bedragen onjuist zijn, niet kunnen onderbouwen. Door de ondernemer is voorts erkend dat hij de vordering te snel ter incasso in handen heeft gegeven aan een incassokantoor. De consument heeft voorts ter zitting onweersproken gesteld dat de ondernemer de consument niet heeft gewezen op de mogelijkheid het geschil voor te leggen aan de commissie; de commissie is van oordeel dat dit in de omstandigheden van het onderhavige geval wel van de ondernemer had mogen worden verwacht.

De ondernemer heeft aangeboden het geschil in der minne te schikken door zijn vordering te laten vervallen, een vergoeding aan te bieden van € 150,– voor het door de consument geleden ongemak en de consument kosteloos opnieuw aan te sluiten indien de consument een leveringsovereenkomst met een leverancier sluit. De commissie acht dit aanbod, dat gedaan is nadat het geschil bij de commissie aanhangig is gemaakt, redelijk. De ondernemer is gehouden te handelen overeenkomstig zijn aanbod. De commissie overweegt dat de ondernemer derhalve evenmin recht heeft op vergoeding van de gemaakte incassokosten.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

1. De ondernemer heeft geen recht op betaling van zijn vordering van € 144,94.
2. De ondernemer heeft geen recht op vergoeding van de gemaakte incassokosten.
3. De consument heeft recht op terugbetaling van het in depot gestelde bedrag van € 48,25.
4. De ondernemer dient de consument een bedrag van € 150,– te betalen voor het door de consument geleden ongemak en € 25,– ter vergoeding van het klachtgeld. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.
5. Indien de consument een leveringsovereenkomst met een leverancier sluit, is de ondernemer gehouden de consument op diens verzoek kosteloos opnieuw aan te sluiten.
6. De ondernemer dient de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag van € 25,– te betalen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie en Water op 7 april 2006.