Aankoop en service beurten op naam van een stichting doet vermoeden dat sprake is van overwegend zakelijk gebruik.

  • Home >>
  • Voertuigen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: Bevoegdheid    Jaartal: 2015
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 91497

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 26 juni 2013 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een (gebruikte) Audi Q 7 tegen de daarvoor te betalen prijs van € 21.000,–.

De overeenkomst is uitgevoerd op of omstreeks 26 juni 2013.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Tijdens het rijden valt de motor uit, de motorregelautomaat is defect, de verstuivers zijn defect en de verstuiverkabels zijn defect.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer heeft een zakelijke overeenkomst gesloten aangaande het voertuig en de commissie dient zich onbevoegd te verklaren. De overeenkomst is gesloten met de stichting Vrije Academie waar verzoeker bestuurder van is.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Uit de autofactuur met betrekking tot de aan/verkoop van de auto (maar ook een terzake een servicebeurt) – welke zich bij de stukken bevindt – blijkt dat de auto zakelijk wordt gebruikt c.q. daarvoor is aangeschaft: de facturen staan immers steeds op naam van voornoemde stichting. Dat het kentekenbewijs thans staat op naam van een natuurlijke persoon doet daarbij niet terzake. Een tenaamstelling op naam van een natuurlijke persoon – al dan niet na opeen volgende transacties – is in beginsel niet doorslaggevend voor het gebruik en maakt de commissie niet bevoegd. Aankoop en service beurten op naam van een organisatie als de onderhavige stichting doet tenminste vermoeden dat sprake is van overwegend zakelijk gebruik. De verzoeker heeft dat niet kunnen weerleggen. Dat betekent dat de consument/verzoeker niet als zodanig kan worden aangemerkt en de commissie onbevoegd is van dit geschil kennis te nemen.

Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, op 7 mei 2015.