Aansprakelijkheid voor vermissing is beperkt op grond van de Postwet. Consument heeft geen aanvullende service gekozen.

  • Home >>
  • Post >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Post    Categorie: Postzending - vermissing    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 75546

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de vermissing van een postpakket.   De consument heeft op 16 december 2013 de klacht voorgelegd aan [de ondernemer].   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Op 28 november 2012 heeft de consument een pakket retour laten verzenden naar [naam bedrijf] en heeft daarvoor een bedrag van € 6,75 voldaan. Via de [traceerservice van de ondernemer] is gebleken dat het pakket op het sorteercentrum van [de ondernemer] te [plaats] is terechtgekomen en daarna is verdwenen. [De ondernemer] is toerekenbaar tekortgeschoten nu het in haar eigen sorteercentrum is verdwenen. De consument vermoedt dat het verdwijnen van het pakket alles te maken heeft met de inhoud daarvan. Het staat vast dat het pakket onder de hoede van [de ondernemer] is verdwenen zonder dat er sprake is van een overmachtsituatie op grond waarvan [de ondernemer] aansprakelijk is voor de door de consument geleden schade. De schade wordt begroot op € 162,51 vermeerderd met wettelijke rente en het salaris van de gemachtigde. [De ondernemer] kan zich niet beroepen op de Postwet 2009 omdat artikel 29 lid 5 van die wet bepaalt dat op een uitsluitingsgrond voor aansprakelijkheid geen beroep kan worden gedaan indien de schade is ontstaan door eigen handelen of nalaten. Aangezien het pakket onder het directe toezicht van [de ondernemer] in haar sorteercentrum te [plaatsnaam] is verdwenen kan [de ondernemer] dit worden aangerekend en is er sprake van een toerekenbare tekortkoming in de uitvoering van de overeenkomst. De vernietigbaarheid van de artikelen 9.1 en 9.3 van de algemene voorwaarden van [de ondernemer] wordt ingeroepen. Deze artikelen zijn onredelijk bezwarend. De consument doet ten overvloede een beroep op artikel 29 lid 7 van de Postwet 2009 welk artikel bepaalt dat een uitsluitingsgrond van aansprakelijkheid nietig is ingeval er sprake is van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van [de ondernemer].   De consument verlangt terugbetaling van de geleden schade/kosten en van de inmiddels gemaakte kosten van rechtsbijstand.   Standpunt van [de ondernemer]   Het standpunt van [de ondernemer] luidt in hoofdzaak als volgt.   Het op 28 november 2012 door de consument verzonden pakket is niet bij de geadresseerde afgeleverd, althans daarvan bestaat geen scan. Naspeuring heeft geen resultaat gehad. Voor de vermissing kan geen schadevergoeding worden aangeboden omdat het pakket zonder aanvullende Service verzonden is. De aansprakelijkheid van [de ondernemer] voor schade die voortvloeit uit de behandeling van poststukken is vastgelegd in artikel 29 van de Postwet 2009 en nader uitgewerkt in artikel 9 van de Algemene Voorwaarden voor de universele Postdienst. De aansprakelijkheid is beperkt omdat [de ondernemer] dagelijks ongeveer 13 miljoen postzendingen vervoert en bij een dergelijke omvang risico’s zonder aansprakelijkheidsbeperking niet meer goed te overzien zijn. Het is aan de consument zelf om te beoordelen of hij een aanvullende service verlangt. Kiest een consument voor verzending zonder een van de services, dan draagt [de ondernemer] geen aansprakelijkheid voor een eventuele vermissing van de zending.

Indien de consument wil betogen dat de vermissing het gevolg is van een ‘eigen handelen of nalaten van [de ondernemer], geschied hetzij met het opzet die vermissing te veroorzaken, hetzij roekeloos en met de wetenschap dat die vermissing het waarschijnlijke resultaat zou zijn’, ingevolge artikel 29 lid 5 van de Postwet 2009, volstaat de enkele bewering daartoe niet.

Ter zitting heeft [de ondernemer] verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De bewering dat het pakket in het sorteercentrum gestolen is, is te kort door de bocht, hoewel er geen scans meer zijn van daarna. Het wil niet zeggen dat het kwijtraken daar heeft plaatsgevonden. Het losraken van het etiket zou voorts daarvan de reden kunnen zijn. Het staat niet vast dat het pakket het sorteercentrum niet verlaten heeft.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De visie van [de ondernemer] moet worden gevolgd. Op grond van de geldende wetsbepalingen en voorwaarden is sprake van een uitsluiting van aansprakelijkheid ingeval van vermissing. [De ondernemer] heeft daartoe ook nog verwezen naar de wetsgeschiedenis en naar de bedoeling van de wetgever. Slechts in uitzonderingsgevallen als in de wet genoemd, kan [de ondernemer] worden aangesproken voor schade en die gevallen doen zich niet voor. De consument heeft althans geen omstandigheden aangevoerd die daartoe aanleiding moeten zijn. De termen onzorgvuldigheid die uitgebreid geïnterpreteerd zou moeten worden en roekeloosheid zijn ter zitting nog zijdens de consument aan de orde gesteld, maar geconstateerd moet worden dat niet meer vaststaat dan dat het pakket op het sorteercentrum is geweest en daarna is verdwenen. Over het waar en hoe daarvan is niets bekend. De uitgesproken vermoedens van de consument zijn onvoldoende om de aansprakelijkheidsuitsluiting ongedaan te maken. Er is sprake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de vervoersovereenkomst, maar de aansprakelijkheidsuitsluiting is nu juist voor dat geval bedoeld. De toepasselijke algemene voorwaarden voorzien niet in schadevergoeding als geen aanvullende service afgesloten is en dat is niet het geval geweest. De ingeroepen vernietigbaarheid van de betreffende algemene voorwaarden kan niet slagen en zou de consument ook niet baten nu ook in de Postwet 2009 een aansprakelijkheidsbeperking is opgenomen. Geenszins blijkt van opzet of roekeloosheid als in de wet verlangd, om aan die uitsluiting te kunnen ontkomen. De interpretatie van artikel 29 lid 7 van de Postwet 2009 die de consument geeft wordt door de commissie niet gedeeld en is daarin ook niet zo te lezen. Het is de eigen keuze van de consument geweest om geen aanvullende service af te sluiten en daarop stuit de klacht af.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De commissie wijst het verlangde af.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Post.