Advocaat bepaalt welke toon wordt aangeslagen

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Advocatuur    Categorie: Zorgvuldigheid    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ADV04-0216

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil
 
Het geschil betreft de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat ter zake van de (verbouwings-)overlast die de cliënte ondervond van haar bovenbuurvrouw, de hoogte van de declaratie van de advocaat en de schadeclaim van de cliënte.
 
De cliënte heeft de declaratie ter grootte van € 1.000,– niet voldaan en dit bedrag overeenkomstig het Reglement van de commissie in depot gestort.
 
Standpunt van de cliënt
 
Het standpunt van de cliënt luidt in hoofdzaak als volgt.
 
De advocaat is – anders dan aangekondigd – niet meteen overgegaan tot het voeren van een kort geding procedure toen de wederpartij zich niet aan de gemaakte afspraken hield en heeft deze mogelijkheid genegeerd. Later heeft de advocaat het verzoek van de cliënte om via de kantonrechter de wederpartij tot nakoming van deze afspraken te dwingen genegeerd. Als gevolg hiervan heeft het onderliggende geschil lager geduurd dan nodig was en heeft de cliënte nog 1,5 jaar overlast moeten ondergaan die haar bij direct handelen van de advocaat bespaard hadden kunnen blijven.
 
De cliënte verwijt de advocaat dat zij de wederpartij de hand boven het hoofd heeft gehouden. Dit blijkt ondermeer uit de toeschietelijke manier waarop de advocaat de wederpartij schriftelijk benaderde. De cliënte had de stellige indruk dat de advocaat niet haar belangen maar die van de bovenbuurvrouw behartigde, ondermeer omdat de advocaat afging op (onware) mededelingen van de wederpartij. De cliënte verwijt de advocaat dat zij haar klachten niet serieus heeft genomen.
 
Verder plaatst de cliënte vraagtekens bij de hoogte van de declaraties en de juistheid van de specificaties. Zo betwist de cliënte dat een bepaald gesprek met de wederpartij 85 minuten heeft geduurd, terwijl zij ook niet ervan overtuigd is dat dit gesprek daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Zij verwijt de advocaat dat zij onnodig veel correspondentie heeft gevoerd en dat zij onnauwkeurig was mede als gevolg waarvan de kosten zijn opgelopen.
 
De kosten van de totale dienstverlening staan niet in verhouding tot het bereikte resultaat. De cliënte heeft een aantal zaken zelf geregeld en de belangrijkste overgebleven geschilpunten heeft de advocaat ten onrechte als opgelost aangemerkt.
 
De cliënte stelt ter oplossing van het geschil voor dat de declaratie van de advocaat wordt verminderd danwel volledig gecrediteerd en verzoekt de commissie te beoordelen of de declaraties van de advocaat in samenhang met haar prestaties gerechtvaardigd zijn.
 
De cliënte heeft mede als gevolg van het nalaten van de advocaat – waardoor het onderliggende conflict kon escaleren – (immateriële) schade geleden bestaande uit fysieke en psychische klachten en posttraumatische stressstoornissen en verzoekt de commissie een vergoeding naar redelijkheid en billijkheid ten laste van de advocaat vast te stellen.
 
Standpunt van de advocaat
 
Het standpunt van de advocaat luidt in hoofdzaak als volgt.
 
De advocaat betwist onzorgvuldig en onnauwkeurig gehandeld te hebben en heeft haar brieven altijd eerst in concept aan de cliënte voorgelegd. De belangen van de cliënte en haar toekomstige relatie met de bovenbuurvrouw hebben de toonzetting van de brieven van de advocaat bepaald.
 
Toen de oorspronkelijke opdracht ten aanzien van de lawaaioverlast tot een goed einde was gebracht, heeft de cliënte de advocaat te kennen gegeven van haar diensten gebruikt te willen blijven maken en daarbij verzocht om haar in andere zaken zoals de vermeende verzakking, de vervuiling van het trappenhuis en de veiligheid van elektriciteit en gasaansluiting te adviseren c.q. bij te staan.
 
De kwesties hebben mede als gevolg van de lange(re) tijd die de cliënte nam om te reageren veel tijd in beslag genomen. De cliënte is steeds zeer tevreden geweest over de dienstverlening van de advocaat en stond ook positief tegenover haar voornemen om in een gesprek met de wederpartij de resterende geschilpunten te bespreken.
 
De concept uitnodiging daartoe is na aanpassing met de wijzigingen van de cliënte aan de wederpartij verzonden. Deze bespreking heeft met instemming van de cliënte op 7 april 2004 plaatsgevonden. De inhoud van deze bespreking heeft de advocaat bij brief van 25 juni 2004 aan de cliënte bevestigd. Eerst daarna heeft de cliënte zich beklaagd over de dienstverlening.
 
De advocaat heeft alles gedaan om op minnelijke wijze – zulks in samenspraak met de cliënte – alle zich voordoende kwesties tussen haar en de bovenbuurvrouw op te lossen. De beschuldigende wijze waarop de cliënte ondertussen zelf haar bovenbuurvrouw bleef aanschrijven heeft belemmerend gewerkt.
 
De advocaat verzoekt de commissie de klacht ongegrond te verklaren en na beoordeling van haar declaraties het in depot gestorte bedrag aan haar over te maken. De vermeende posttraumatische stressstoornis wijt de cliënte blijkens de stukken reeds in 2002 aan het handelen van de bovenbuurvrouw en de gevorderde schadevergoeding kan reeds om die reden worden afgewezen.
 
Beoordeling van het geschil
 
Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.
 
De commissie acht de door de advocaat gevolgde strategie om in eerste instantie te trachten het geschil tussen de cliënte en haar bovenbuurvrouw op minnelijke wijze op te lossen juist, en ook op de omstandigheden van het geval toegesneden. De commissie stelt bovendien in dit verband vast dat de advocaat gebonden is aan de voor haar geldende Gedragsregels welke onder meer – kort gesteld – inhouden dat een advocaat behoort te onderzoeken of een regeling in der minne mogelijk is. Gelet op het feit dat de bovenbuurvrouw op de sommatie van de advocaat adequaat heeft gereageerd en bereid was tot het maken van afspraken, is de juistheid van de door de advocaat voorgestane strategie ook afdoende gebleken. Het opstarten van een kort geding onder deze omstandigheden zou naar het oordeel van de commissie contraproductief zijn geweest.
 
Ook het verwijt dat de advocaat de bovenbuurvrouw te zacht heeft aangepakt gaat naar het oordeel van de commissie niet op. De commissie stelt in dit verband vast dat de advocaat vrijwel alle stukken in concept aan de cliënte heeft doen toekomen die hierop steevast commentaar heeft geleverd, waarmee de cliënte op zijn minst heeft geïmpliceerd zich in de inhoud van deze stukken te kunnen vinden. De commissie is voorts van oordeel dat de advocaat steeds op zakelijke toon heeft weergegeven wat werd geëist en stelt bovendien vast dat de advocaat bij de behandeling van de zaak de leiding dient te nemen en vanuit haar verantwoordelijkheid ook dient te bepalen welke toon wordt aangeslagen om de belangen van de cliënte het beste te dienen. Het is de commissie ook anderszins niet gebleken dat de advocaat de bovenbuurvrouw teveel tegemoet is gekomen.
 
De commissie overweegt voorts dat niet gebleken is dat de advocaat onnodig heeft gecorrespondeerd waardoor de cliënte op kosten is gejaagd. De commissie heeft in dit verband hiervoor reeds vastgesteld dat de advocaat de stukken in concept aan de cliënte heeft doen toekomen, waarna deze onder verwerking van het commentaar van de cliënte zijn verzonden. Hierdoor was de cliënte niet alleen op de hoogte van de correspondentie maar kon zij tevens invloed uitoefenen op de noodzaak ervan. Het valt de advocaat ook niet te verwijten dat zij niet eerst telkens toestemming van de cliënte heeft gevraagd alvorens met de wederpartij of derden te telefoneren dan wel andere geringe kosten te maken. Een dergelijke werkwijze is naar het oordeel van de commissie niet alleen ondoenlijk en onwenselijk zijn maar zou bovendien kostenverhogend werken. Voor het overige is de commissie van oordeel dat de klachten van de cliënte over de hoogte van de declaraties en de juistheid van de specificaties onvoldoende onderbouwd zijn tegenover de gemotiveerde betwisting van de advocaat.
 
Het is de commissie uit het overgelegde dossier gebleken dat de advocaat zich veel inspanning heeft getroost om de cliënte van dienst te zijn en haar te helpen. De commissie komt dan ook tot de conclusie dat de prestaties de (hoogte van de) declaraties ruimschoots rechtvaardigen, waarbij de commissie bovendien opmerkt dat gebleken is dat de advocaat deze declaraties reeds aanzienlijk heeft gematigd.
 
De commissie is dan ook van oordeel dat de advocaat in deze gehandeld heeft zoals van een redelijke bekwame en redelijk handelende advocaat mag worden verwacht en dat de klachten van de cliënte ongegrond zijn. De declaratie van de advocaat dient dan ook te worden voldaan.
 
De door de cliënte gevraagde vergoeding voor immateriële schade behoeft gezien het vorenstaande geen verdere bespreking nu voor een dergelijke vergoeding iedere grond ontbreekt.
 
Derhalve wordt als volgt beslist.
 
Beslissing
 
Het door de cliënte verlangde wordt afgewezen.
 
Het depotbedrag wordt aan de advocaat overgemaakt.
 
De commissie wijst het meer of anders verlangde af.
 
Aldus beslist door de Geschillencommissie Advocatuur op 15 febuari 2005.