Advocaat had cliënt moeten informeren over belastingvoordeel

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Advocatuur    Categorie: Kwaliteit dienstverlening    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 279544/444357

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een cliënt diende een klacht in tegen zijn advocaat, die hem en zijn ex-partner begeleidde bij hun echtscheiding. De advocaat had geadviseerd om de kinderen op het adres van de moeder in te schrijven, wat belastingvoordeel zou opleveren. Maar ze had nagelaten de cliënt te informeren over de Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK), een regeling die hem ook financieel voordeel had kunnen geven. De cliënt stelt dat hij hierdoor schade heeft geleden, omdat hij de regeling niet kon gebruiken in de jaren 2020, 2021 en 2022. De Geschillencommissie Advocatuur oordeelde dat de advocaat inderdaad had moeten wijzen op de IACK en verklaarde de klacht gegrond. Toch kreeg de cliënt geen schadevergoeding, omdat niet duidelijk is of hij daadwerkelijk recht had op de IACK en of de schade door de advocaat is veroorzaakt. Wel moet de advocaat het klachtengeld van €102,50 aan de cliënt terugbetalen en de behandelingskosten aan de commissie voldoen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van de dienstverlening en de schade die de cliënt stelt te hebben geleden door toedoen van de advocaat.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt – zoals toegelicht ter zitting – op het volgende neer.

De advocaat heeft de cliënt en zijn ex-echtgenote als mediator begeleid om tot een echtscheiding te komen. Tijdens de onderhandelingen over de echtscheidingsovereenkomst en het ouderschapsplan heeft de advocaat de cliënt en zijn ex-echtgenote geadviseerd om de kinderen op het adres van hun moeder in te schrijven. Dit zou volgens haar meer belastingvoordeel opleveren voor de ex-echtgenote van de cliënt en daarmee voor de kinderen, dan wanneer zij bij de cliënt zouden worden ingeschreven. Vanwege het belang van de kinderen is de cliënt hiermee akkoord gegaan.
De advocaat heeft echter nagelaten om de cliënt en zijn ex-echtgenote tijdens de onderhandelingen over de zorgregeling te informeren over de Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK), terwijl dat voor de cliënt een aanzienlijk belastingvoordeel zou hebben opgeleverd. De cliënt heeft daardoor op basis van onvolledige informatie ingestemd met een zorgregeling die voor hem zeer nadelig is gebleken. Weliswaar wilde de ex-echtgenote op dat moment geen uitgebreidere zorgregeling, maar als de advocaat deze informatie wél had verstrekt, had de cliënt met zijn ex-echtgenote kunnen onderhandelen. Met de nu overeengekomen zorgregeling voldeed de cliënt niet aan de strikte voorwaarden van de belastingdienst voor de IACK, terwijl de advocaat had gesuggereerd dat hij met het overgekomen zorgplan wellicht al gebruik zou kunnen maken van de IACK voor 2020. Inmiddels heeft de belastingdienst de IACK over het jaar 2020 teruggevorderd. Hierdoor heeft de cliënt voor de jaren 2021 en 2022 geen IACK aangevraagd.

De cliënt is van mening dat het onthouden van de cruciale informatie over de IACK onrechtmatig en klachtwaardig is. Hierdoor heeft hij schade geleden, bestaande uit het mislopen van de IACK in de jaren 2020, 2021 en 2022. De totale schade bedraagt € 8.216,–.

De cliënt verzoekt de commissie te bepalen dat de advocaat hem dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente, dient te vergoeden.

Standpunt van de advocaat

Voor het standpunt van de advocaat verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt – zoals toegelicht ter zitting – op het volgende neer.

De advocaat betwist de aansprakelijkheid voor de mogelijk door de cliënt misgelopen IACK. In januari 2020 is veelvuldig met de cliënt gemaild over onder andere de IACK en de zorgregeling. Uit de e-mails blijkt duidelijk dat er bij de ex-echtgenote van de cliënt geen draagvlak was voor een meer uitgebreide zorgregeling. De cliënt heeft aan zijn ex-echtgenote gevraagd om de zorgregeling aan te passen, zodat hij in aanmerking zou komen voor IACK, maar dit heeft zij geweigerd. De zorgregeling is begin 2021 zelfs nog minder geworden dan de oorspronkelijk afgesproken regeling. Verder had de cliënt zelf bij zijn belastingadviseur of boekhouder advies kunnen inwinnen. Dit heeft de advocaat hem ook geadviseerd. De cliënt heeft aangegeven dat hij zijn boekhouder zou vragen de voorwaarden voor IACK uit te zoeken. De cliënt heeft dit punt uiteindelijk zelf laten liggen en nagelaten tijdig fiscaal advies in te winnen.

De advocaat is van mening dat het mislopen van de IACK niet aan haar is te wijten. Bovendien blijkt uit niets dat de cliënt überhaupt in aanmerking zou zijn gekomen voor de IACK (zonder de vermeende fout), Het causaal verband tussen de vermeende fout en de beweerdelijke schade is daarom afwezig.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de advocaat hanteert dat is gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat.

De commissie constateert dat de kern van de klacht van de cliënt is dat de advocaat hem tijdens de onderhandelingen over de zorgregeling niet gewezen heeft op de IACK. De commissie stelt vast dat de advocaat in haar e-mail van 24 november 2022 aan de cliënt heeft geschreven: “Inmiddels ben ik verder in het dossier uit 2018/2019 gedoken. Ik kan niet terugvinden dat ik het met jullie in het kader van de zorgregeling over de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) heb gehad”,
In deze e-mail heeft de advocaat dus erkend dat zij de cliënt in het kader van de onderhandelingen om te komen tot afspraken over de zorgregeling niet heeft gewezen op de IACK. De commissie is van oordeel dat dit wel op haar weg had gelegen. De advocaat heeft in dit opzicht dus niet gehandeld zoals mag worden verwacht ven een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat. De commissie acht de klacht van de cliënt dan ook gegrond.

De commissie ziet echter onvoldoende aanleiding tot toekenning van een schadevergoeding aan de cliënt. Daarbij is van belang dat de cliënt de door hem gestelde schade gezien de uitgebreide en gemotiveerde betwisting door de advocaat, onvoldoende heeft onderbouwd en geconcretiseerd. Voorts is ook onvoldoende komen vast te staan dat de door cliënt gestelde schade is veroorzaakt door toedoen van de advocaat. Daarbij is mede van belang dat uit hetgeen partijen hebben aangevoerd en ingebracht blijkt dat de ex-echtgenote van de cliënt niet bereid was mee te werken aan een zodanige uitgebreide zorgregeling dat de cliënt (mogelijk wel) zou hebben voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de IACK.

Bovendien stelt de advocaat in haar e-mail van 24 november 2022 terecht dat de IACK tot gevolg zou hebben gehad dat de cliënt een hogere draagkracht zou hebben gehad en hij daarom meer alimentatie zou hebben moeten betalen. Voorts sluit de commissie bepaald niet uit dat een uitgebreidere zorgregeling om te voldoen aan de voorwaarden voor toepassing van de IACK een negatieve invloed zou hebben gehad op de hoogte van de huur- en zorgtoeslag en het kindgebonden budget van de ex-echtgenote van de cliënt. Overigens zou, gelet op de stelling van de cliënt dat hij het belang van de kinderen leidend achtte, dit ook wellicht reden kunnen zijn geweest voor de client af te zien van een meer uitgebreide zorgregeling.

Gelet op het voorgaande zal de commissie de klacht van de cliënt weliswaar gegrond verklaren, maar de door hem verzochte schadevergoeding afwijzen. Wel moet de advocaat het klachtengeld aan de cliënt vergoeden. Ook moet de advocaat behandelingskosten aan de commissie betalen.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De commissie:

– Verklaart de klacht van de cliënt gegrond zoals hiervoor is overwogen;

– Veroordeelt de advocaat tot vergoeding aan de cliënt van het klachtengeld, ten bedrage van € 102,50. Betaling dient binnen één maand na verzending van dit bindend advies plaats te vinden;

– Bepaalt dat de advocaat overeenkomstig het reglement van de commissie behandelingskosten aan de commissie is verschuldigd;

– Wijst het door de cliënt verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Advocatuur, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, mevrouw mr. H.M.J. van den Hurk en de heer H.W. Zuur, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. I.M. van Trier, secretaris, op 22 oktober 2024.

Opslaan als PDF