Advocaat heeft nagelaten cliënten tijdig op de hoogte te stellen van overschrijding van opgegeven schatting. Commissie stelt de totale betalingsverplichting daarom vast op geschatte bedrag

  • Home >>
  • Advocatuur >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Advocatuur    Categorie: Kosten    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ADV04-0005

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil
 
Het geschil betreft de hoogte van de declaratie van de advocaat voor haar bijstand in de echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek van de cliënten.
 
De cliënten hebben van de einddeclaratie een bedrag ter grootte van € 831,87 niet voldaan en dit bedrag overeenkomstig het Reglement van de commissie in depot gestort.
 
Standpunt van de cliënten
 
Het standpunt van de cliënten luidt in hoofdzaak als volgt.
 
De declaratie van de advocaat is te hoog in vergelijking met het bedrag genoemd in de door beide partijen getekende opdracht van dienstverlening. Naar de mening van de cliënten is dit veroorzaakt doordat de advocaat verschillende keren fouten heeft gemaakt in het op te stellen convenant dat dan weer moest worden hersteld. Ook plaatsen de cliënten vraagtekens bij de urenspecificatie.
 
De cliënten hebben op aanraden van de advocaat gewacht tot beiden huisvesting hadden gevonden waardoor de echtscheiding anderhalf jaar heeft geduurd. De advocaat genoot in die periode bovendien zwangerschapsverlof waardoor zij vervangen moest worden. Dit heeft de zaak niet vereenvoudigd en zeker niet goedkoper gemaakt.
 
De cliënten stellen ter oplossing van het geschil voor dat wordt uitgegaan van het offertebedrag met een afwijking van anderhalf tot twee uur extra.
 
Standpunt van de advocaat
 
Het standpunt van de advocaat luidt in hoofdzaak als volgt.
 
In de opdracht tot dienstverlening is een uurtarief overeengekomen. Het daarin genoemde bedrag betreft slechts een schatting.
 
Cliënten hebben na advies van de advocaat zelf besloten te wachten met de echtscheiding voordat de vrouw huisvesting had gevonden. Het feit dat de scheidingsprocedure daardoor langer duurde dan voorzien kan de advocaat niet worden aangerekend.
 
Uit de urenspecificatie blijkt dat de advocaat cliënten niets in rekening heeft gebracht van de periode van waarneming wegens zwangerschapsverlof. De advocaat heeft reeds de tijd besteed aan het herstellen van door haar gemaakte fouten gecrediteerd.
 
De advocaat vordert betaling van het nog openstaande bedrag van € 831,87.
 
Beoordeling van het geschil
 
Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.
 
De commissie is van oordeel dat de overeenkomst van opdracht van 10 december 2001 niets aan duidelijkheid te wensen overlaat. In deze opdracht tot dienstverlening heeft de advocaat ondubbelzinnig aangegeven dat de kosten van de hele behandeling van de echtscheiding door de advocaat naar schatting € 1.135,– inclusief griffierecht zullen bedragen en dat zij indien deze schatting onjuist zal blijken te zijn de cliënten daarvan tijdig op de hoogte zal stellen.
 
Gelet op de inhoud van deze overeenkomst mochten cliënten erop vertrouwen dat de advocaat hen tijdig zou informeren als de opgegeven schatting overschreden dreigde te worden. De commissie stelt vast dat de advocaat niet alleen heeft nagelaten de cliënten uitdrukkelijk te informeren over de overschrijding van deze schatting maar cliënten ook anderszins niet op de hoogte heeft gesteld van het oplopen van de kosten. De commissie rekent het de advocaat in dit verband aan dat zij na de voorschotnota van 25 januari 2002, die reeds meer dan de helft van het geschatte bedrag bedroeg, cliënten geen verdere tussentijdse declaraties heeft verzonden.
 
Gezien het vorenstaande behoefden de cliënten er naar het oordeel van de commissie dan ook niet op bedacht te zijn dat de eindnota van 1 juli 2003 in totaal meer dan de opgegeven schatting zou bedragen. Dit klemt temeer nu cliënten onweersproken hebben gesteld dat het juridisch inhoudelijk een eenvoudige echtscheidingszaak betrof en het de commissie ook overigens niet is gebleken dat zich – al dan niet door de lange duur – bijzonderheden hebben voorgedaan die een afwijking van de begroting zouden rechtvaardigen.
 
Gelet op het voorgaande is de commissie van oordeel dat de advocaat niet gehandeld heeft zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat mag worden verwacht. Hierin ziet de commissie aanleiding de totale declaratie vast te stellen op het geschatte bedrag van € 1.135,– inclusief BTW en het griffierecht ad € 162,–. Hierop strekken in mindering het voorschot ter grootte van € 714,– (inclusief BTW) en het bedrag van € 636,65 (inclusief BTW) dat cliënten reeds hebben voldaan alsmede de creditering van een bedrag van € 148,75 (inclusief BTW) die de advocaat heeft toegepast in verband met het herstellen van gemaakte fouten.
 
Derhalve wordt als volgt beslist.
 
Beslissing
 
De commissie stelt de declaratie die de advocaat voor het verrichten van haar diensten bij de cliënten in rekening kan brengen vast op een bedrag van € 1.135,–.
 
De advocaat dient een bedrag van € 364,40 (zijnde het verschil tussen € 1.350,65 en € 1.135,– vermeerderd met € 148,75) als onverschuldigd betaald aan cliënten te restitueren binnen 1 maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien (terug)betaling van voornoemd bedrag niet tijdig plaatsvindt, betaalt de advocaat bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf datum verzending van het bindend advies.
 
Bovendien dient de advocaat overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 45,– aan de cliënten ter vergoeden terzake van het klachtengeld.
 
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de advocaat aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 115,–.
 
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend:
Het depotbedrag wordt aan cliënten gerestitueerd.
 
De commissie wijst het meer of anders verlangde af.
 
Aldus beslist op 5 juli 2004 door de Geschillencommissie Advocatuur.