Advocaat moet een serieuze poging ondernemen om de bezwaren van de cliënt tegen de declaratie(s) bespreekbaar te maken alvorens de cliënt te confronteren met opzeggen van vertrouwen.

  • Home >>
  • Advocatuur >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Advocatuur    Categorie: Informatie    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ADV04-0036

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de onbetaalde declaraties van de advocaat voor zijn bijstand in de letselschadezaak van de cliënt tegen de verzekeraar van de wederpartij.   De cliënt heeft de declaratie ter grootte van € 4.464,38 niet voldaan en dit bedrag overeenkomstig het Reglement van de commissie in depot gestort.   Standpunt van de cliënt   Het standpunt van de cliënt luidt in hoofdzaak als volgt:   De advocaat heeft de belangen van de cliënt niet of onvoldoende behartigd. De advocaat heeft in de letselschadezaak niet het initiatief genomen dat een cliënt van een letselschade advocaat mag verwachten noch is gebleken dat hij op de hoogte was van relevante literatuur.   Verder heeft de advocaat niets ingebracht tegen het voorstel van de wederpartij door wie hij zich bovendien in hun gezamenlijk gesprek van 6 mei 2003 heeft laten leiden. De advocaat heeft geen enkele poging ondernomen om meer te bereiken dan het voorstel dat de wederpartij reeds een jaar voor zijn bemoeienissen had gedaan. De berekening van het Nederlands Rekencentrum Letselschade (NRL) die in opdracht van de advocaat is gemaakt heeft ook niets toegevoegd aan de berekeningen die reeds voorhanden waren. Reeds om die reden is de cliënt niet bereid de kosten hiervan te dragen.   De cliënt verwijt de advocaat dat deze hem een vaststellingsovereenkomst heeft laten ondertekenen waar hij niet achter kan staan en waarbij de wederpartij zich bovendien heeft ingedekt tegen alle mogelijk ongunstige toekomstige gevolgen van het ongeval.   De cliënt meent dat hij op grond van het bovenstaande de kosten van de berekening van het NRL ad € 2.356,20 alsmede de kosten gemaakt door de advocaat na 6 mei 2003 ter grootte van € 2.108,18 niet behoeft te voldoen.   Standpunt van de advocaat   Het standpunt van de advocaat luidt in hoofdzaak als volgt:   Er is geen grond voor het onbetaald laten van declaraties. De advocaat heeft de zaak gedegen en in goed overleg met de cliënt behandeld en de kosten daarvan worden volledig vergoed door de verzekeringsmaatschappij. De in de vaststellingsovereenkomst opgenomen slotuitkering is inclusief de aan de cliënt toen reeds bekende kosten van rechtsbijstand door de advocaat en de berekening van het NRL. Bovendien heeft de cliënt bij herhaling toegezegd te zullen betalen.   De advocaat bestrijdt dat de berekening van het NRL geen invloed heeft gehad. Deze berekening bevestigde niet alleen een eerdere berekening maar hield ook rekening met het nieuwe belastingsstelsel en de gewijzigde fiscale component als afzonderlijk schadecomponent.   Op 6 mei 2003 heeft de advocaat buiten aanwezigheid van de cliënt gesproken met de schaderegelaar van de wederpartij, die bij die gelegenheid de keuze stelde tussen het voorstel van januari 2002 of een gemeenschappelijke, gecombineerde expertise over de causaliteitsaspecten. De advocaat heeft de cliënt mede naar aanleiding van het verkregen medisch advies geadviseerd het voorstel te accepteren. De advocaat heeft de regeling zowel telefonisch als in een gesprek uitvoerig uitgelegd, waarna de cliënt heeft ingestemd en de overeenkomst heeft getekend.   De advocaat meent de juiste toetsen te hebben aangelegd en de cliënt terecht te hebben geadviseerd het voorstel te aanvaarden. De advocaat verzoekt de commissie te bepalen dat de cliënt alsnog de openstaande nota dient te voldoen.   Beoordeling van het geschil   Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.   De commissie kan de cliënt niet volgen in zijn klacht over de berekening van het Nederlands Rekencentrum Letselschade (NRL). De inhoud van de brief van 9 december 2002, waarin de cliënt na ontvangst van de rekening aan de advocaat meedeelt zich volledig te kunnen vinden in de specificatie en de toelichting op de letselschadeberekening van het NRL, verdraagt zich niet met de in deze procedure geuite bezwaren tegen de berekening. De commissie acht het bovendien aannemelijk dat de berekening van het NRL door de juistheid van de eerdere berekeningen te bevestigen en vanwege de toegepaste nieuwe fiscale invalshoek van invloed is geweest op de (uitkomst van de) onderhandelingen met de verzekeraar van de wederpartij. Daarnaast is het de commissie uit de overgelegde stukken gebleken dat partijen hebben afgesproken dat de advocaat ter bepaling van de schade terzake van het verlies van arbeidsvermogen het NRL zou inschakelen en dat de advocaat de uitgangspunten van de opdracht aan het NRL vooraf met de cliënt heeft besproken.Reeds op grond van het vorengaande is de commissie van oordeel dat de cliënt de kosten van deze berekening ad € 2.356,20 aan de advocaat dient te vergoeden.   Ten aanzien van de weigering van de cliënt de kosten die de advocaat na 6 mei 2003 in verband met de uitvoering van zijn werkzaamheden heeft gemaakt te voldoen, is de commissie van oordeel dat de cliënt het recht om bezwaar te maken heeft verwerkt. De commissie baseert zich hierbij in de eerste plaats op de betalingstoezeggingen van de cliënt van 1 september en 13 oktober 2003. In deze brieven heeft de cliënt ondubbelzinnig verklaard de openstaande declaraties te zullen betalen ondanks de in deze brieven geuite en thans in deze procedure herhaalde bezwaren tegen de (inhoud van de) vaststellingsovereenkomst. De advocaat heeft bovendien onbetwist gesteld dat hij aan de voorwaarden die de cliënt aan betaling van de declaraties heeft gesteld heeft voldaan, voorzover dit tot de mogelijkheden behoorde. De commissie is van oordeel dat de advocaat onder deze omstandigheden erop mocht vertrouwen dat de cliënt zou overgaan tot betaling van de declaraties. Dit klemt temeer gezien het feit dat de cliënt al zijn kosten van rechtsbijstand vergoed heeft gekregen door de verzekeraar van de wederpartij.   De commissie is voorts gelet op de gang van zaken in de periode gelegen tussen toezending aan cliënt en doorzending aan de verzekeraar van de vaststellingsovereenkomst, en gezien de uitgebreide toelichting van de advocaat van 15 augustus 2003, van oordeel dat de advocaat uitermate zorgvuldig heeft gehandeld ten aanzien van de ondertekening van de vaststellingsovereenkomst, zodat ook om die redenen geen grond bestaat de betaling van de declaraties na te laten.   De commissie stelt in dit verband vast dat de advocaat aan de cliënt bij brief van 25 juni 2003 de door de verzekeraar van de wederpartij opgestelde vaststellingsovereenkomst heeft toegezonden. Bij brief van 2 augustus 2003 heeft de cliënt de advocaat – nadat zij op 1 augustus 2003 reeds mondeling hadden gesproken over de inhoud en wijze van totstandkoming van de overeenkomst – om nadere schriftelijke inlichtingen verzocht. De advocaat heeft met zijn brief van 15 augustus 2003 uitgebreid aan dit verzoek voldaan, waarna de cliënt op 22 augustus 2003 de vaststellingsovereenkomst heeft ondertekend en vervolgens retour gezonden aan de advocaat. De advocaat heeft op 28 augustus 2003 voorafgaand aan verzending van de vaststellingsovereenkomst aan de verzekeraar van de wederpartij telefonisch overleg met de cliënt gevoerd, waarbij de cliënt hem toestemming heeft gegeven de overeenkomst door te zenden.   Voor wat betreft de klacht van de cliënt dat de advocaat zijn belangen niet voldoende heeft behartigd door niet meer te eisen dan hetgeen de verzekeraar van de wederpartij heeft aangeboden, merkt de commissie op dat de cliënt niet concreet heeft aangegeven op basis van welke argumenten de advocaat verder tegenspel had moeten bieden en wel op zodanige wijze dat dit tot een hogere vergoeding zou hebben kunnen leiden. De redenen van de advocaat de cliënt te adviseren het aanbod van de verzekeraar van de wederpartij te accepteren, komen de commissie juist voor.   De commissie acht het gezien de aard van de zaak en de emotionele betrokkenheid van de cliënt begrijpelijk dat het gesprek van 6 mei 2003 met de schaderegelaar van de wederpartij zonder aanwezigheid van cliënt heeft plaatsgevonden. Niet gesteld noch gebleken is dat de advocaat tijdens dit gesprek de (onderhandelings-)positie van de cliënt heeft prijsgegeven c.q. gecompromitteerd, terwijl uit de stukken afdoende is gebleken dat de advocaat de cliënt onverwijld heeft geïnformeerd over de inhoud van het besprokene.   Op grond van het vorenstaande is de commissie dan ook van oordeel dat de advocaat in deze heeft gehandeld zoals van een redelijke bekwame en redelijk handelende advocaat mag worden verwacht en de klacht ongegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   Het door de cliënt verlangde wordt afgewezen.   Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag aan de advocaat overgemaakt.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Aldus beslist op 5 juli 2004 door de Geschillencommissie Advocatuur