Afsluitkosten stadsverwarming; overstappen op een andere warmtevoorziening waardoor de aansluiting beëindigd dient te worden; kosten in dit geval voor rekening van de consument.

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Warmte    Jaartal: 2016
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 97711

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil tussen partijen heeft betrekking op de afsluitkosten stadsverwarming die volgens de consument ten onrechte in rekening zijn gebracht.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.
De klacht van de consument is ontstaan op 16 april 2015 en op 2 mei 2015 aan de ondernemer kenbaar gemaakt. Het gaat om afsluitkosten bij beëindiging van de overeenkomst inzake de levering stadsverwarming. De consument heeft via het aanvraag formulier alleen kunnen aanvinken: “verwijdering aansluiting” terwijl het hem slechts ging om beëindiging van de warmte levering. De ondernemer stelt ter zake een bedrag van € 3.540,87 van de consument te vorderen te hebben.
De consument is van mening dat de afsluiting en de verwijdering van de aansluiting voor rekening van de ondernemer behoort te komen. Een verwijdering van de aansluiting is immers niet noodzakelijk voor het beëindigen van het leveringscontract betreffende warmte. Bovendien kan de aansluiting eenvoudigweg worden afgesloten en verzegeld en behoeft deze niet te worden verwijderd. De consument verwijst naar 2 eerdere uitspraken van de commissie die het standpunt van de consument ondersteunen.
Om van de zaak af te zijn heeft de consument een bedrag van € 500,– tegen kwijting aangeboden voor verzegeling van de aansluiting, dat niet door de ondernemer is aanvaard.
Op vragen van de commissie kon de consument niets melden omtrent bij aanvang betaalde aansluitkosten. Hij heeft het huis gekocht met de aansluiting op de stadsverwarming, zodat deze kennelijk in de aannemingsovereenkomst verdisconteerd is geweest.
De consument verzoekt de commissie primair uit te spreken dat de consument geen kosten verschuldigd is en subsidiair dat de consument slechts de redelijke kosten van afsluiting, niet zijnde verwijdering van de aansluiting, verschuldigd is nu de consument de overeenkomst tot levering van warmte heeft opgezegd. Daarnaast wordt verzocht de ondernemer te veroordelen in de kosten van de procedure, het salaris van gemachtigde van de consument daaronder begrepen.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer wijst er op dat de consument zelf een offerte heeft opgevraagd voor het beëindigen van de overeenkomst van levering van warmte en daarmee ook van de warmteaansluiting omdat de consument overwoog op een andere warmtevoorziening over te gaan. De ondernemer heeft daartoe een kostenbedrag opgegeven van € 2.926,34 exclusief B.T.W. De consument heeft sedert 14 december 2005 een aansluit- en leveringsovereenkomst met de ondernemer voor warmte, waarop algemene voorwaarden van toepassing zijn. Aangezien de consument verzocht heeft om een offerte voor eveneens de verwijdering van de aansluiting, heeft de ondernemer daarvan een opgave gedaan. Normaal wordt een leveringsovereenkomst opgezegd, waarbij de aansluiting in stand blijft, ten behoeve van een volgende bewoner maar in casu heeft de consument juist aangegeven op een andere warmtevoorziening over te gaan, waardoor de aansluiting beëindigd diende te worden, mede op grond van veiligheidsredenen. De aansluiting kan niet definitief beëindigd worden door het alleen buiten gebruik stellen van de installatie, zoals door de consument wordt gesteld.

De verwijzing naar de eerdere uitspraken van de commissie zijn niet terecht. In de eerste uitspraak van de commissie uit 2006 is er sprake van een gassituatie. In de tweede aangehaalde uitspraak van 19 februari 2015 wordt ten onrechte aangenomen dat de aansluit- en leveringsovereenkomst een opdracht behelst maar deze redenering snijdt geen hout. De consument heeft zijn woning destijds gekocht met een aanwezige warmteaansluiting. Indien ervoor gekozen wordt dat daarvan niet langer gebruik wordt gemaakt dan dienen de noodzakelijke kosten door de consument te worden betaald.

De klacht van de consument, zowel primair als subsidiair is naar de mening van de ondernemer ongegrond.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie stelt zoals hiervoor overwogen allereerst vast dat de door de consument aangehaalde eerdere uitspraken van de commissie een andere situatie betreffen dan de onderhavige.

Het feit dat hier sprake is van het overstappen op een andere warmtebron maakt de beoordeling voorts anders dan bij het opzeggen van de levering waarbij de aansluiting in stand blijft.

De ondernemer heeft genoegzaam aangetoond dat er in dit geval vanwege veiligheid van het warmtenet overgegaan dient te worden tot het uitvoeren van speciale werkzaamheden en dat de installatie niet slechts buiten gebruik kan worden gesteld. Hetgeen door de consument daartegenover is gesteld kan aan dat standpunt niet afdoen.

Indien de consument blijft bij zijn wens om op een andere warmtebron over te gaan dan brengt dit noodzakelijkerwijs de door de ondernemer geoffreerde kosten met zich mee, waartegen de consument inhoudelijk geen bezwaar heeft gemaakt. Het overigens door de consument aangevoerde kan niet leiden tot een ander oordeel.

Dit betekent dat de klacht ongegrond is en dat als volgt dient te worden beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie op 17 december 2015.