Commissie: Energie
Categorie: Schadevergoeding / Tarief
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
227751/235962
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument stelt dat een door haar beoogde overstap naar een andere leverancier door fouten van de
ondernemer niet is doorgegaan. De consument toont die beoogde overstap echter niet aan, zodat de
daarmee verband houdende schadevergoeding afgewezen wordt.
De uitspraak
Beoordeling
Hoewel de consument aan de ondernemer gevraagd had de levering van energie aan haar overleden
moeder te beëindigen, heeft de ondernemer op 16 januari 2023 de levering aan de consument beëindigd.
Door herstel van een en ander is de door haar beoogde overstap naar [andere leverancier] per 7 februari 2023
niet doorgegaan. De ondernemer heeft die overstap haars inziens op 8 februari 2023 teruggedraaid. Zij
heeft sedertdien hogere tarieven moeten betalen. [andere leverancier] kon vervolgens eerst op 11 maart 2023
het contract tussen de consument en haar laten ingaan. De consument heeft daardoor in de periode 7
februari tot en met 10 maart 2023 de hoge tarieven van de ondernemer betaald (hoger dan die van [andere leverancier]).
De ondernemer betoogt dat na het herstel van de afsluiting op 16 januari 2023 het anders gelopen is. De
consument heeft gevraagd om beëindiging van haar overeenkomst op 14 februari 2023. Dat is
geëffectueerd. Vervolgens heeft zij diezelfde dag de opzegging gewijzigd in een opzegging per 15 maart
2023. De ondernemer heeft het contract hersteld. De ondernemer stelt dat er wederzijds fouten zijn
gemaakt, dat hem niets bekend is over een beoogde overstap naar [andere leverancier] op 7 februari 2023 en
dat hij gerechtigd is het energieverbruik tot en met 10 maart 2023 aan de consument te berekenen.
De commissie overweegt dat de vordering van de consument verband houdt met de beoogde overstap
naar [andere leverancier] per 7 februari 2023. De ondernemer stelt dat die beoogde overstap hem onbekend is.
Dan ligt het op de weg van de consument aan te tonen dat zij die overstap afgesproken heeft, met name
met [andere leverancier] die, als gebruikelijk, zulks zou moeten doorgeven aan de ondernemer. De consument
heeft dat echter niet aangetoond, zodat de commissie daarvan niet kan uitgaan. Conclusie is dan ook dat
de ondernemer gerechtigd was het verbruik tot en met 10 maart 2023 tegen de bij hem geldende tarieven
aan de consument te berekenen. Het in depot gestorte bedrag, dat op het niet betaalde deel daarvan ziet,
dient dan ook aan de ondernemer uitgekeerd te worden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 1153,93
Depotverrekening, bedrag aan consument € 0
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten
verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de
heer R.A. Timmer, de heer H.W. Zuur, leden, op 14 maart 2024.