Algehele staking in Nepal: overmacht.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Aansprakelijkheid    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REI02-1093

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil
 
Het geschil vloeit voort uit een op 22 januari 2002 via een boekingskantoor met de reisorganisator totstandgekomen overeenkomst. De reisorganisator heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een vliegreis voor 4 personen naar India/Nepal met verblijf in diverse hotels (rondreis) op basis van logies voor de periode van 14 maart 2002 t/m 7 april 2002 voor de som van € 5580,–.

Standpunt van klager
 
Het standpunt van klager luidt in hoofdzaak als volgt.
 
Op 27 maart werd ons bij aankomst in het Royal Chitwan Park te Nepal door de plaatselijke agent meegedeeld dat er ongeregeldheden in de hoofdstad Kathmandu plaatsvonden. Er zouden recentelijk enkele bommen in Kathmandu zijn ontploft. Op 2 april zou eveneens een landelijke staking zijn gepland. Het reisschema zou dusdanig worden aangepast dat wij in plaats van 4 dagen nu 6 dagen in Kathmandu zouden verblijven.
Ofschoon de plaatselijke situatie in Kathmandu zeer onstabiel was en zelfs als gevaarlijk werd omschreven en nagenoeg het hele reisgezelschap van 20 personen het met de verandering in het reisschema niet eens was, werden wij toch enkele dagen langer in Kathmandu gedropt. Achteraf heeft de geplande landelijke staking geen doorgang gevonden. Daar de reisorganisator ons inziens slechts in haar eigen belang heeft gehandeld en absoluut geen rekening heeft gehouden met de gespannen situatie en schermutselingen in Kathmandu, menen wij dat de reisorganisator in ernstige mate tekort is geschoten. In plaats van het verblijf in het onrustige Kathmandu te bekorten, werden wij zelfs gedwongen langer aldaar te verblijven. De laatste week van onze rondreis zijn wij dan ook in ernstige mate van ons reisgenot bestolen.    
 
Op de dag voor ons vertrek uit Nederland naar Delhi (India) werd ons door de reisorganisator meegedeeld dat de retourvlucht van Delhi naar Amsterdam was veranderd. De KLM zou onverwachts vlucht KL 872 van een volledige passagiersvlucht hebben veranderd in een vlucht half vracht/half passagiers. Van Delhi zijn wij met een binnenlandse vlucht naar Bombay gevlogen. Van het domestic vliegveld Bombay moesten wij zelf zorgen voor een transfer naar het internationale vliegveld. Na een wachttijd van 5 uur vlogen wij met North West naar Amsterdam. In plaats van een 8 uur durende vlucht van Delhi naar Amsterdam deden wij er nu bijna 30 uur over. Wij vinden dat de reisorganisator zich niet aan de reisovereenkomst heeft gehouden.
 
In Delhi deelde personeel van de KLM ons desgevraagd mee dat vlucht KL 872 normaal, dat wil zeggen met passagiers en geen vracht, naar Amsterdam was vertrokken. De reisorganisator heeft ons niet alleen een beroerde terugvlucht bezorgd, maar ook hebben wij door de wijziging in de vlucht onze laatste bezoekdag aan Delhi gemist.
 
Blijkens het schrijven van de reisorganisator van 17 juni 2002 betreuren zij de veranderingen in het vluchtschema van de KLM. Men verzocht ons de directe kosten van het langere verblijf op de luchthaven met nota’s te onderbouwen, waarna voor eventuele afhandeling zou worden zorgge­dragen.  
 
Klager verzoekt de commissie in redelijkheid en billijkheid een vergoeding vast te stellen.
 
Standpunt van de reisorganisator
 
Het standpunt van de reisorganisator luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 11 maart 2002 werden wij door de KLM geïnformeerd over de wijziging van het vluchtschema voor deze groep. Deze informatie hebben wij onmiddellijk doorgespeeld aan de reizigers. Evenals de KLM betreuren wij de gang van zaken, maar naar onze mening hebben we ons best gedaan de reizigers zo spoedig mogelijk hierover te informeren.
 
Wij bestrijden dat klager in plaats van 8 uur 30 uur onderweg is geweest. De vlucht van Delhi naar Amsterdam heeft uiteindelijk 15,5 uur geduurd. Natuurlijk een lange zit, maar de helft van de 30 uur die de reizigers zelf aangeven. 
 
Toen wij op 25 maart geïnformeerd werden over een ophanden zijnde algehele staking in Nepal hebben wij de gevolgen hiervan met onze lokale vertegenwoordiging besproken. Zij adviseerden ons middels een e-mail, die we een dag later ontvingen, over wijzigingen in het reisschema van verschillende groepen. Met hun adviezen zouden de reizigers ondanks deze vervelende situatie toch zo min mogelijk van de geplande route af moeten wijken. Aangezien wij al meer dan 10 jaar samenwerken met Terai Tours en zij de lokale situatie immer het best weten in te schatten, hebben wij deze adviezen ter harte genomen. Middels een fax/e-mail hebben wij de reizigers op de hoogte gebracht van deze naar onze mening noodzakelijke wijzigingen.
 
Wij bestrijden dat wij in eigen belang hebben gehandeld in deze. Aangezien de veiligheid van de reizigers altijd voorop staat bij onze reizen en wij door onze agent werden gewezen op eventuele gevaren, achtten wij het onverantwoord om op stakingsdagen te reizen. Gezien de stakingsperiode van 2 t/m 6 april en het vertrek van de groep uit Kathmandu op die laatstgenoemde dag, was het onvermijdelijk om voor de staking al in Kathmandu aan te komen.
 
Aangezien het hier naar onze mening een duidelijk overmachtsituatie betreft, zouden de kosten van een eventuele repatriëring voor rekening van de reizigers zijn. In de situatie zoals de reis is uitgevoerd zijn er echter geen extra kosten voor de reizigers ontstaan en hebben zij alle plaatsen zoals aangegeven in het reisschema bezocht.
 
Voor het geleden ongemak hebben wij de reizigers een vergoeding aangeboden van € 50,– per persoon, die met uitzondering van klager en nog iemand anders, door alle reizigers (totale groepsgrootte 20 personen) is geaccepteerd. 

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Met de reisorganisator is de commissie van oordeel dat de staking in Nepal een situatie van overmacht opleverde. Niet gebleken is dat de reisorganisator van te voren van de staking op de hoogte had kunnen zijn. Ingevolge de ANVR-reisvoorwaarden is de reisorganisator in een dergelijk geval gehouden passende alternatieve regelingen te treffen met het oog op de continuering van de reis. In dit kader heeft de reisorganisator – zich daarbij baserend op het advies van de lokale vertegenwoordiging – besloten om het reisgezelschap twee dagen eerder naar Kathmandu te laten afreizen. Dit om te voorkomen dat er op stakingdagen gereisd zou moeten worden, hetgeen blijkens het advies van de plaatselijke vertegenwoordiging nogal eens gevaarlijke situaties kan opleveren, en om te voorkomen dat het reisgezelschap de vlucht van Kathmandu naar Delhi zou missen. Met name gelet op het advies van de plaatselijke vertegenwoordiging, waarop de reisorganisator naar het oordeel van de commissie mocht vertrouwen, kan niet gezegd kan worden dat de reisorganisator onjuist heeft gehandeld, noch dat het (langere) verblijf in Kathmandu de veiligheid van klager en zijn medereizigers meer in gevaar heeft gebracht dan wanneer zij in Pokhara of in het Chitwan National Park zouden hebben verbleven. Dat uiteindelijk de staking geen doorgang heeft gevonden, doet aan het voorgaande niet af.
 
De grief van klager dat de reisorganisator slechts in haar eigen belang heeft gehandeld heeft klager ter zitting desgevraagd niet nader kunnen onderbouwen. Deze grief kan dan ook niet tot het door klager gewenste resultaat leiden. 
 
Met betrekking tot de vluchtwijziging is de commissie van oordeel dat deze wijziging weliswaar in een zeer laat stadium aan klager is meegedeeld, maar dat klager uiteindelijk – zij het via Bombay – toch van Delhi naar Amsterdam is gevlogen. Daarmee heeft de reisorganisator voldaan aan zijn verplichting om klager te laten vervoeren naar de overeengekomen bestemming. Los van de langere reistijd is niet komen vast te staan dat klager hierdoor enig ander ongerief heeft ondervonden.    
     
Klager is meegedeeld dat de KLM heeft aangeboden om de directe kosten als gevolg van de vluchtwijziging en het langere verblijf op de luchthaven voor haar rekening te nemen. Hiervoor diende klager nota’s in te dienen bij de reisorganisator. Van dit aanbod heeft klager geen gebruik gemaakt. Dit dient volgens de commissie voor rekening en risico van klager te blijven. 
 
Het aanbod van € 50,– per persoon, dat de reisorganisator wegens geleden ongemak heeft gedaan voordat het geschil bij de commissie aanhangig is gemaakt, acht de commissie redelijk. Klager is ten onrechte niet op dit aanbod ingegaan. Omdat dit aanbod reeds voor het aanhangig maken van het geschil bij de commissie is gedaan, is de klacht ingevolge het reglement van de commissie in die zin derhalve ongegrond. De reisorganisator is echter gehouden te handelen overeenkomstig zijn aanbod, nu de commissie dit een redelijke oplossing van het geschil acht.
 
Derhalve wordt beslist als volgt.
 
Beslissing
 
De commissie verklaart de klacht ongegrond, zodat het door klager verlangde wordt afgewezen.
 
De reisorganisator is gehouden te handelen overeenkomstig zijn aanbod (vergoeding van € 50,– per persoon), indien en voorzover daaraan nog niet is voldaan.
 
Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen op 24 september 2002.