Commissie: Reizen
Categorie: Annulering
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
992586/1156372
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over
De consument klaagde omdat de ondernemer haar pakketreis twee dagen voor vertrek annuleerde met het argument dat er ernstige waterproblemen op de bestemming waren. Volgens de consument klopte dit niet, want andere toeristen gingen wel en het geboekte hotel bleek gewoon open. De ondernemer stelde dat er wél watertekorten waren door problemen bij de lokale waterleverancier en dat dit grote gevolgen kon hebben voor het verblijf. Daarom vond de ondernemer dat annulering noodzakelijk was. De commissie oordeelt dat de consument haar stellingen onvoldoende heeft onderbouwd en dat de ondernemer overtuigend heeft aangetoond dat er daadwerkelijk waterproblemen waren. Volgens de commissie mocht de ondernemer de reis daarom annuleren en heeft hij correct gehandeld door de reissom terug te betalen. De klacht is ongegrond.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een pakketreis voor twee personen naar [land] met vertrek op 23 februari 2025.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer heeft de reis twee dagen voor vertrek geannuleerd en heeft zich daarbij ten onrechte beroepen op overmacht.
Men zei dat er waterproblemen waren en er geen toeristen werden toegelaten. Die informatie was onjuist. Alle andere toeristen die dezelfde reis en hetzelfde hotel hadden geboekt, zijn wel gegaan en zijn niet afgebeld. De consument heeft losse tickets geboekt en is toch gegaan. Daar aangekomen bleken er geen problemen te zijn in het [land] Het eerder geboekte hotel was gewoon open.
De consument vraagt een schadevergoeding omdat de reis ten onrechte is geannuleerd en daar lang over gelogen is. Nadat de consument de commissie heeft ingeschakeld, heeft de ondernemer € 200,– schadevergoeding aangeboden, maar dat is te weinig vindt de consument.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Van 11 februari tot en met 19 februari kampte het hotel waar de consument zou verblijven met water problemen waardoor reizigers ter plaatse waren genoodzaakt om in een vleugel van het hotel te verblijven.
De waterschaarste werd veroorzaakt doordat een van de twee waterbedrijven in [land] geen water kon leveren. Het hotel waar de consument zou verblijven had dat waterbedrijf als leverancier.
Op basis van de situatie ter plaatse is er overleg geweest binnen de organisatie van de ondernemer en is er een risicoanalyse uitgevoerd. Op basis daarvan is besloten voor vertrek de reis te annuleren. Volgens de ondernemer was er sprake van onvermijdbare en buitengewone omstandigheden omdat door problemen in de cruciale infrastructuur op de bestemming veroorzaakt zou kunnen worden dat er geen of beperkt water beschikbaar was. Daarmee was sprake van een dusdanige impact op de uitvoering van de pakketreisovereenkomst dat annulering van de reis gerechtvaardigd was.
De ondernemer heeft voldaan aan zijn wettelijke verplichtingen door de reissom terug te betalen aan de consument.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De consument stelt dat er van waterproblemen geen sprake was op de plaats van bestemming en beroept zich daarbij op informatie die zij in het [land] kreeg in het hotel dat zij bij de ondernemer had geboekt. De consument heeft die algemeen geformuleerde stelling naar het oordeel van de commissie onvoldoende aannemelijk gemaakt. Wie die informatie heeft gegeven, wanneer en op welke vraag is niet geconcretiseerd. Daar komt bij dat de ondernemer een overzicht aan de stukken heeft toegevoegd, waaruit blijkt dat er wel waterproblemen waren in de periode kort voordat de consument zou vertrekken.
De commissie is het eens met de ondernemer dat dergelijke problemen grote gevolgen kunnen hebben voor de behoorlijke uitvoering van de reisovereenkomst. Dat de ondernemer zou hebben gezegd dat het hotel gesloten was, blijkt niet uit de stukken.
Verder stelt de consument dat andere toeristen die dezelfde reis zouden maken en in hetzelfde hotel zouden verblijven, niet zijn afgebeld. Ook die stelling is in te algemene zin geformuleerd en naar het oordeel van de commissie onvoldoende onderbouwd.
Alles overwegende is de commissie van oordeel dat van liegen door de ondernemer, zoals de consument stelt, geen sprake is geweest. Onder de gegeven omstandigheden was de ondernemer gerechtigd om de reisovereenkomst met de consument te annuleren. Door de betaalde reissom terug te betalen aan de consument heeft de ondernemer voldaan aan zijn wettelijke verplichtingen. Naar het oordeel van de commissie is er geen juridische grondslag voor de vordering van de consument en ook daarom moet de vordering worden afgewezen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, de heer W.A.M. Hendrix, mevrouw A. Pols-Verweij, leden, op 28 oktober 2025.