Ondernemers kunnen niet veroordeeld worden tot hoofdelijke aansprakelijkheid

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verbouwingen en nieuwbouw    Categorie: Bevoegdheid    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: Arbitraal Vonnis   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 129733/140814

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Dit geschil vloeit voort uit een aannemingsovereenkomst tussen consument en ondernemer. Consument stelt dat ondernemer zijn nieuwbouwwoning niet tijdig heeft opgeleverd en dat de woning gebreken vertoont. Consument wil dat twee personen van de onderneming hoofdelijk veroordeelt worden. De arbiters verklaren niet bevoegd te zijn in de beoordeling van een geschil tegen persoon 1, omdat deze failliet is verklaard. De arbiters verklaren niet bevoegd te zijn in de beoordeling van een geschil tegen persoon 2, omdat de overeenkomst niet met persoon 2 is gesloten. De arbiters verklaren zich onbevoegd om te oordelen in dit geschil.

De uitspraak

Ondergetekenden:

de heer mr. P.L. Alers te [plaatsnaam], de heer C. de Vries te [plaatsnaam] en mevrouw mr. C. Muller te [plaatsnaam], die in het onderhavige geschil als arbiters optreden, hebben het volgende vonnis gewezen.

Bevoegdheid arbiters en plaats van arbitrage
De bevoegdheid van de arbiters tot beslechting van het geschil berust op een overeenkomst tot arbitrage tussen [INITIALEN PERSOON 1] en de consument, met toepasselijkheid van de BouwGarant Nieuwbouwgarantiegregeling 2013 (hierna te noemen: de garantieregeling). Hierin wordt bepaald dat “alle geschillen …, die naar aanleiding van de overeenkomst met toepasselijkheid van de BouwGarant Nieuwbouwgarantiegregeling 2013 mochten ontstaan … worden beslecht door arbitrage conform het Geschillenreglement van de Geschillencommissie Garantiewoningen”.

Daarmee is voldaan aan de eis van artikel 1021 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De arbiters zijn daarom bevoegd om het geschil tussen de consument en [INITIALEN PERSOON 1] te beslechten. Zij dienen gelet op het bepaalde in artikel 30 lid 1 van het Geschillenreglement van de Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw (hierna te noemen: het reglement) te beslissen als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst en de daarvan deel uitmakende voorwaarden.

Als plaats van arbitrage is Utrecht vastgesteld.

Behandeling van het geschil
Op 5 september 2022 heeft te Utrecht de mondelinge behandeling van het geschil plaatsgevonden ten overstaan van de arbiters, bijgestaan door mr. [naam] als secretaris.

Bij de mondelinge behandeling is de consument verschenen. Hij werd daar bijgestaan door zijn gemachtigde en heeft zijn standpunten nader toegelicht. [Initialen persoon 1] en [INITIALEN PERSOON 2] zijn bij die behandeling niet verschenen.

Na afloop van de behandeling heeft de voorzitter de consument meegedeeld dat de arbiters er naar streven binnen zes weken vonnis te wijzen.

Van die behandeling is een proces-verbaal opgemaakt, waarvan een kopie aan partijen is verstrekt.

Na de mondelinge behandeling is de arbiters gebleken dat [INITIALEN PERSOON 1] niet in de gelegenheid is gesteld om in deze procedure verweer te voeren tegen de klachten en vorderingen van de consument en nadien evenmin is uitgenodigd voor de mondelinge behandeling.

Omdat niet is voldaan aan het rechtsbeginsel van hoor en wederhoor zijn de door de consument in deze procedure overgelegde stukken op 22 september 2022 alsnog aan [INITIALEN PERSOON 1] gezonden en [INITIALEN PERSOON 1] is in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na die datum haar standpunt kenbaar te maken. Op verzoek van [INITIALEN PERSOON 1] is die termijn verlengd tot 19 november 2022. [INITIALEN PERSOON 1] heeft van de geboden gelegenheid alsnog geen gebruik gemaakt. [INITIALEN PERSOON 1] heeft ook niet gereageerd op het schriftelijk verzoek van het secretariaat van de commissie van 12 december 2022 om binnen vier weken aan te geven of zij een mondelinge behandeling wenst.

Op 24 januari 2023 werden de arbiters in het bezit gesteld van een vonnis van de rechtbank Den Haag van 22 november 2022, waarbij [INITIALEN PERSOON 1] in staat van faillissement is verklaard.

Beoordeling
De consument heeft van de arbiters gevorderd [INITIALEN PERSOON 1] en [INITIALEN PERSOON 2] hoofdelijk te veroordelen onder meer om aan hem geldsommen te betalen wegens het niet tijdig opleveren van zijn nieuwbouwwoning en wegens schadevergoeding voor de gebreken en tekortkomingen aan die woning. [INITIALEN PERSOON 2] heeft tegen de vorderingen van de consument verweer gevoerd, maar [INITIALEN PERSOON 1] heeft dat achterwege gelaten.

De vorderingen tegen [INITIALEN PERSOON 1]
[INITIALEN PERSOON 1] is op 22 november 2022 in staat van faillissement verklaard. Artikel 34, lid 2, van het reglement bepaalt onder meer dat de commissie de behandeling van een geschil zal staken indien de ondernemer in staat van faillissement is geraakt voordat een eindbeslissing is gewezen. Dit geval doet zich hier voor en dat betekent dat de arbiters ten aanzien van de vorderingen tegen [INITIALEN PERSOON 1] geen vonnis meer zullen wijzen.

De vorderingen tegen [INITIALEN PERSOON 2]
Vaststaat dat het door Bouwgarant aan de consument verstrekte certificaat nieuwbouwgarantie op naam staat van [INITIALEN PERSOON 2] . Artikel 15 van de Bouwgarant Nieuwbouwgarantieregeling 2013 bepaalt dat geschillen tussen Bouwgarant en de opdrachtgever zullen worden beslecht door de Geschillencommissie (conform de in de overeenkomst opgenomen geschillenclausule en het daarin van toepassing verklaarde geschillenreglement) of de gewone rechter.

Niet [INITIALEN PERSOON 2] , die naar eigen zeggen op 28 juni 2022 is ontbonden en zonder enige baten is vereffend, maar [INITIALEN PERSOON 1] is de partij met wie de consument de aannemingsovereenkomst met betrekking tot zijn nieuwbouwwoning heeft gesloten. Uit de stellingen en vorderingen van de consument vloeit voort dat het een geschil betreft tussen hem en [INITIALEN PERSOON 1] en niet tussen hem en Bouwgarant. Dit betekent dat de arbiters niet bevoegd zijn te oordelen over de vorderingen van de consument tegen [INITIALEN PERSOON 2] . Het feit dat [INITIALEN PERSOON 2] verweer heeft gevoerd tegen de vorderingen, maakt niet dat de arbiters daardoor wel bevoegd worden.

Beslissing
De arbiters, als goede personen naar billijkheid beslissen als volgt:

  • verklaren zich onbevoegd kennis te nemen van de vorderingen van de consument tegen [INITIALEN PERSOON 2] .
  • bepalen dat de consument het klachtengeld retour ontvangt.

Dit arbitraal vonnis is gewezen te Den Haag op 9 februari 2023 en door de arbiters van de Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw ondertekend.