Arbitraal vonnis: schadevergoeding wegens te late oplevering appartement

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Verbouwingen en nieuwbouw    Categorie: Schadevergoeding    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: arbitraal vonnis   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 676479/777922

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw heeft geoordeeld dat een ondernemer het appartement van een consument te laat heeft opgeleverd. Volgens de overeenkomst moest het appartement binnen 250 werkbare dagen klaar zijn, maar dit werd met 160 kalenderdagen overschreden. De ondernemer voerde geen verweer. De arbiters verklaarden de klacht gegrond en kenden een gefixeerde schadevergoeding van € 7.596 toe, plus terugbetaling van het klachtengeld van € 260. In totaal moet de ondernemer € 7.856 betalen. Omdat het geschil gaat over een boete wegens bouwtijdoverschrijding, valt dit buiten de garantieregeling.

De volledige uitspraak

Ondergetekenden:

mevrouw mr. M.L. Braaksma te [plaats], de heer ing. G.J. van Ingen te [plaats] en mevrouw mr. C. Muller te [plaats], die in het onderhavige geschil als arbiters optreden, hebben het volgende vonnis gewezen.

Bevoegdheid arbiters en plaats van arbitrage

De bevoegdheid van de arbiters tot beslechting van het geschil berust op de koop-/ aannemingsovereenkomst voor appartementsrechten ontstaan door transformatie met toepassing van de BouwGarant Transformatieregeling 2020 (bestaande uit de BouwGarant Nieuwbouwgarantieregeling Appartemensrechten 2020 en de Bijzondere regeling Transformatiegarantie BouwGarant 2020), overeenkomstig het model, vastgesteld door BouwGarant op 1 januari 2020, die partijen met elkaar hebben gesloten. In die overeenkomst is een arbitragebeding opgenomen, waarin het volgende is bepaald
“Alle geschillen, welke ook (…) die naar aanleiding van de koop-/ aannemingsovereenkomst met toepasselijkheid van de BouwGarant Transformatieregeling 2020 of van overeenkomsten die daarvan een uitvloeisel mochten zijn, tussen de Opdrachtgever en de Deelnemer mochten ontstaan, worden beslecht door arbitrage conform het Geschillenreglement van de Geschillencommissie Verbouw & Nieuwbouw, zoals dat luidt ten dage van de aanhangig making van het geschil”.
Daarmee is voldaan aan de eis van artikel 1021 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De arbiters zijn daarom bevoegd om het geschil te beslechten. Zij dienen gelet op het bepaalde in artikel 30 lid 1 van het reglement van de Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw (hierna te noemen: het reglement) te beslissen als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst en de daarvan deel uitmakende voorwaarden.

Als plaats van arbitrage is Den Haag vastgesteld, met als zittingsplaats Utrecht.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de vraag of de ondernemer aan de consument al dan niet de fixeerde schadevergoeding wegens te late oplevering van het appartement van de consument (hierna: het appartement) verschuldigd is.

Behandeling van het geschil

Op 28 februari 2025 heeft te Utrecht de mondelinge behandeling plaatsgevonden ten overstaan van de arbiters, bijgestaan door mevrouw mr. R.H.W. Theuns-van Waasdijk, fungerend als secretaris. De consument heeft de arbiters op 12 februari 2025 laten weten niet aanwezig te zijn op de zitting. Namens de ondernemer heeft de heer [naam] op de dag van de zitting aan de arbiters laten weten dat niemand namens de ondernemer aanwezig zal zijn op de zitting. Partijen zijn dus niet ter zitting verschenen.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijzen de arbiters naar het ingevulde vragenformulier en het als aanvullend document overgelegde stuk. In de kern komt het standpunt erop neer dat de ondernemer aan de consument een boete verschuldigd is wegens de te late oplevering van zijn appartement. De consument voert hiervoor, voor zover relevant, het volgende aan.

Ingevolge artikel 6 lid 1 van de overeenkomst mocht de bouw van het appartement van de consument maximaal 250 werkdagen duren. De ondernemer heeft dit aantal werkdagen overschreden met 160 kalenderdagen, uitgaande van het begin van de bouw op 1 maart 2022 en de gereedheid voor oplevering van het appartement op 29 november 2023. Dit aantal kalenderdagen is gebaseerd op het overzicht van werkbare dagen per maand in artikel 13 lid 6 van de Nieuwbouwgarantieregeling. Op grond van artikel 14 lid 5 van de algemene voorwaarden staat hier een vergoeding van 0,00025 x 160 dagen x (de koop/aanneemsom) tegenover.

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft geen verweer gevoerd tegen de klacht van de consument, ondanks dat hij daartoe in de gelegenheid is gesteld.

Uitgangspunt

Voor de beoordeling van het geschil nemen de arbiters het volgende als uitgangspunt, gelet op de inhoud van de overgelegde stukken.

Op 17 november 2021 heeft de consument met de ondernemer een koop-/aannemingsovereenkomst (hierna: de overeenkomst) gesloten voor de koop van het appartementsrecht en de realisatie van het appartement aan de [adres] te [plaats] (hierna: het appartement) voor € 189.900,–.

In de overeenkomst is, voor zover relevant, het volgende bepaald.
“Artikel 6
1. De [ondernemer] verbindt zich het privé gedeelte binnen 250 (tweehonderdvijftig) werkbare werkdagen na de aanvang van de bouw van het gebouw geheel voor bewoning gereed aan [de consument] op te leveren in de zin van artikel 14 lid 4 van de algemene voorwaarden.”

In de bij de overeenkomst behorende algemene voorwaarden is, voor zover relevant, het volgende bepaald.
“ARTIKEL 14 – Werkbare werkdagen en oplevering
(…)
5. Bij overschrijding van het aantal werkbare werkdagen als omschreven in artikel 6 lid 1 van de
koop-/aannemingsovereenkomst en ook, indien een door de deelnemer reeds aangekondigde oplevering van het privé-gedeelte wordt opgeschort, zal de deelnemer zonder ingebrekestelling aan de opdrachtgever een gefixeerde schadevergoeding van 0,25 ‰ (promille) van de koop-/aanneemsom per kalenderdag verschuldigd zijn.”

De bouw van het gebouw is aangevangen op 1 maart 2022.

Beoordeling van het geschil

Bouwtijdoverschrijding
De ondernemer heeft de arbiters op de dag van de zitting het volgende bericht: “In deze zaak zijn eerdere uitspraken geweest. Zoals eerder voorgesteld kan deze uitspraak 1-1 overgenomen worden”. De arbiters begrijpen dat de ondernemer met dit bericht verwijst naar de uitspraken in de zaken 2510411/390072, 251775/390043, 251023/390138, 251593/380369, 251227/390272, 250891/393537, 251656/390039 en 251892/479106.

Gelet op hetgeen in voornoemde uitspraken is overwogen en besloten over de bouwtijdoverschrijding zullen de arbiters de klacht van de consument gegrond verklaren. Uit het door de consument in het geding gebrachte aanvullend document volgt dat hij op grond van artikel 6 lid 1 van de overeenkomst juncto artikel 14 lid 5 van de algemene voorwaarden een boete vordert die gerelateerd is aan een overschrijding van de bouwtijd met 160 kalenderdagen. De ondernemer heeft dit aantal dagen niet betwist. De boete wordt dan ook vastgesteld op € 7.596,– (160 kalenderdagen x (€189.900,– x 0.00025)). Dit bedrag zal worden toegewezen.

Toepasselijkheid garantieregeling
Nu het geschil een boete wegens te late oplevering betreft valt dit buiten de reikwijdte van de garantieregeling.

Klachtengeld en behandelingskosten
De arbiters zullen gelet op de gegrond verklaarde klacht, conform artikel 10 lid 1 sub a van het reglement, bepalen dat de ondernemer het door de consument betaalde klachtengeld vergoedt (€ 260,–) en als bijdrage in de kosten van de behandeling van het geschil het daartoe vastgestelde bedrag aan de stichting betaalt.

Beslissing

De arbiters, als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen gesloten
overeenkomst en de daarvan deel uitmakende voorwaarden:
– verklaren de klacht van de consument gegrond;
– veroordelen de ondernemer tot betaling aan de consument van een bedrag van € 7.856,– (€ 7.596,– als gefixeerde schadevergoeding en € 260,– als vergoeding voor het betaalde klachtengeld);
– bepalen dat de ondernemer als bijdrage in de kosten van de behandeling van het geschil een door de stichting voor het jaar 2024 vastgesteld bedrag aan de commissie betaalt;
– bepalen dat de hiervoor bedoelde betalingen gedaan dienen te worden binnen twee weken na de datum waarop dit arbitrale vonnis is verzonden;
– wijzen af hetgeen de consument eventueel meer of anders heeft gevorderd.

Opslaan als PDF