Commissie: Verbouwingen en nieuwbouw
Categorie: Schikking
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: arbitraal vonnis
Uitkomst: schikking ter zitting
Referentiecode:
489534/743834
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Bij de Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw hadden een consument en een ondernemer een conflict over de oplevering van een appartement. Tijdens de zitting op 28 februari 2025 kwamen zij samen tot een schikking. De ondernemer moet drie deuren vervangen en schilderen, de dorpel van de voordeur herstellen, en een kitsliert op het raam verwijderen. Daarnaast betaalt hij € 477,95 terug voor behangkosten en € 130 klachtengeld. Omdat partijen het eens zijn geworden, hoefden de arbiters geen inhoudelijk oordeel te geven en is niet vastgesteld of de garantieregeling van toepassing is.
De volledige uitspraak
Ondergetekenden:
mevrouw mr. M.L. Braaksma te [plaats], de heer ing. G.J. van Ingen te [plaats] en mevrouw mr. C. Muller te [plaats], die in het onderhavige geschil als arbiters optreden, hebben het volgende vonnis gewezen.
Bevoegdheid arbiters en plaats van arbitrage
De bevoegdheid van de Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw (hierna: de commissie) tot beslechting van het geschil berust op een overeenkomst tot arbitrage, zoals opgenomen in artikel 16 lid 1 van de tussen de ondernemer en de consument gesloten aannemingsovereenkomst voor appartementsrechten met toepassing van de BouwGarant Nieuwgarantieregeling Appartementsrechten 2020. Hierin wordt het volgende bepaald:
“Alle geschillen, welke ook – waaronder begrepen die, welke slechts door één der partijen als zodanig worden beschouwd – die naar aanleiding van de aannemingsovereenkomst met toepasselijkheid van de BouwGarant Nieuwbouwgarantieregeling 2020 of van overeenkomsten die daarvan een uitvloeisel mochten zijn, tussen de Opdrachtgever en de Deelnemer mochten ontstaan, worden beslecht door arbitrage conform het Geschillenreglement van de Geschillencommissie Verbouw & Nieuwbouw zoals dat luidt ten dage van de aanhangigmaking van het geschil.”
Er is hiermee voldaan aan de eis van artikel 1021 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De arbiters zijn daarom bevoegd om het geschil te beslechten. Zij dienen gelet op het bepaalde in artikel 30 lid 1 van het reglement van de commissie (hierna: het reglement) te beslissen als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst en de daarvan deel uitmakende voorwaarden.
Als plaats van arbitrage is Den Haag vastgesteld, met als zittingsplaats Utrecht.
Behandeling van het geschil
Op 28 februari 2025 heeft te Utrecht de mondelinge behandeling plaatsgevonden ten overstaan van de arbiters, bijgestaan door mevrouw mr. R.H.W. Theuns-van Waasdijk, fungerend als secretaris. Verschenen zijn de consument, vergezeld door haar schoonvader, en de ondernemer, in de persoon van de heer [naam], projectleider.
Beoordeling van het geschil
De arbiters constateren dat partijen ter zitting een minnelijke regeling hebben bereikt. Dit betekent dat de arbiters niet toekomen aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil. Volstaan wordt met het hierna vastleggen van de tussen partijen tot stand gekomen schikking.
De tussen partijen ter zitting tot stand gekomen schikking
De arbiters stellen vast dat partijen ter beëindiging van dit geschil het volgende zijn overeengekomen.
1. De ondernemer vervangt de deur van het kantoor, de deur van de meterkast en de deur van de woonkamer door deuren die gelijk zijn aan de andere deuren in de woning, qua kwaliteit en gewicht, en schildert deze deuren in dezelfde kleur wit als de reeds aanwezige deuren.
2. De ondernemer betaalt aan de consument € 477,95, zijnde de helft van de door de consument gemaakte kosten voor het behangklaar maken van de woning, binnen twee weken na verzending van dit vonnis.
3. De ondernemer herstelt de dorpel van de voordeur van de woning op 18 maart 2025.
4. De ondernemer verwijdert de kitsliert op het raam van de woonkamer zodra dit mogelijk is qua weersomstandigheden en ruimte op de locatie.
5. De ondernemer vergoedt aan de consument € 130,– van het door de consument betaalde klachtengeld, binnen twee weken na verzending van dit vonnis.
Toetsing aan de garantieregeling
Nu de arbiters niet zijn toegekomen aan de inhoudelijke beoordeling van het geschil, kan niet worden vastgesteld dat de consument een beroep op de garantieregeling toekomt