Bebloede pleister in lunchpakket duidt op onvoldoende hygiëne met betrekking tot de maaltijden.

  • Home >>
  • Reizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Accommodatie    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REI03-0621

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 5 september 2002 via een boekingskantoor met de reisorganisator totstandgekomen overeenkomst. De reisorganisator heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een vliegreis voor 5 personen naar Maspalomas op Gran Canaria met verblijf in een appartement op basis van all inclusive, voor de periode van 22 december 2002 tot en met 5 januari 2003 voor de som van € 4.442,–.

Klager heeft op 5 januari 2003 de klacht voorgelegd aan de reisorganisator.

Standpunt van klager
 
Het standpunt van klager luidt in hoofdzaak als volgt.
 
Wij zijn uiterst ontevreden over de accommodatie. Op de eerste dag liepen wij een voedselvergiftiging op, waardoor wij 4 dagen ziek zijn geweest. Wij weten zeker dat het komt van het verstrekte voedsel in het appartementencomplex. Anders zouden wij niet alle vier ziek zijn geworden en bovendien zijn er ook andere gasten ziek geworden. De dokter heeft ons zelfs een injectie moeten geven. De hygiëne liet dus zeer te wensen over. Dat bleek bijvoorbeeld ook uit het feit dat wij een bedorven lunchpakket meekregen. Tussen de croissants bevond zich een bebloede pleister met pus. Wij hebben gedurende 14 dagen weinig gegeten, omdat we bang waren voor nieuwe infecties. Er was onvoldoende warm water. Het zwembad was niet voldoende verwarmd. Het uitgebreide activiteitenprogramma bleek niet te bestaan. De bereikbaarheid van het appartement en van het zwembad was slecht. Er was geen lift. Er was geluidsoverlast. Er waren maar 5 parasols voor alle gasten. Dat leverde dus steeds een gevecht op. Hetzelfde gold voor het aantal ligstoelen en de geringe ligruimte in de zon rond het zwembad. We hebben 3 keer bij de hostess geklaagd, maar enige verbetering leverde dat niet op. De reisorganisator heeft ons een vergoeding aangeboden van € 500,– maar dat vinden wij een fooi op een reissom van € 4.500,–. Naar onze mening is sprake van een complete wanprestatie.
 
Klager verlangt een vergoeding van maximaal € 5.000,–.

Standpunt van de reisorganisator
 
Het standpunt van de reisorganisator luidt in hoofdzaak als volgt.

In onze brochure staan de faciliteiten van de accommodatie vermeld. Klager had dus kunnen weten dat de faciliteiten over de afwezigheid waarvan hij nu klaagt er niet waren. Klager meent kennelijk rechten te kunnen ontlenen aan een folder die op de balie van de receptie lag en die blijkbaar onjuiste informatie bevatte. Wij delen die mening niet. Wij hebben dus geen verwarmd zwembad in het vooruitzicht gesteld, evenmin als een lift en een uitgebreid activiteitenprogramma. De afstanden naar strand en winkelcentrum zijn overeenkomstig de brochure. Wij kunnen niet een voldoende aantal ligstoelen garanderen. Ook een gegarandeerde zonnige ligruimte rond het zwembad was geen onderdeel van de overeenkomst. Voor de gewenste schaduw op het strand had klager desnoods zelf een parasol kunnen aanschaffen. Wij betreuren het dat klager en zijn gezin ziek zijn geworden. Van de stelling dat er sprake was van een in de accommodatie opgelopen voedselvergiftiging is naar onze mening echter geen bewijs geleverd. Die voedselvergiftiging kan men ook eerder hebben opgelopen. Volgens de arts die het gezin heeft behandeld is het zelfs onwaarschijnlijk dat de voedselvergiftiging in de accommodatie is ontstaan, gezien de korte tijd dat klager voor het ontstaan van de ziekte op Gran Canaria was. Ons is niets bekend van ziekte bij andere gasten. Wij hebben geen identieke klachten van andere gasten uit dezelfde periode ontvangen. De door ons aangeboden vergoeding achten wij dus in verhouding tot de ernst van de klachten toereikend. De aangeboden vergoeding zou wel hoger zijn geweest, als de consument het verlangde bewijs onomstotelijk had geleverd.
 
De reisorganisator heeft d.d. 11 februari 2003 een vergoeding aangeboden van € 500,–. 

Beoordeling van het geschil
 
De commissie heeft het volgende overwogen.
Klager is ingevolge artikel 5 onder b van haar reglement niet ontvankelijk in ziij klacht voor zover deze betrekking heeft op tengevolge van de uitvoering van de reisovereenkomst ontstane ziekte of lichamelijk letsel
 
Door de reisorganisator is niet bestreden dat zich in het lunchpakket van klager een bebloede pleister bevond. Dat wijst erop dat het personeel van het appartementencomplex het met de hygiëne niet al te nauw heeft genomen. Dat klager daarna huiverig is geweest om van de geboden maaltijden gebruik te maken acht de commissie begrijpelijk. Dit heeft in ernstige mate afbreuk gedaan aan het comfort van klager en zijn gezin. De overige klachten zijn geringer van aard en grotendeels door de reisorganisator bestreden. De commissie is echter van oordeel dat een hogere vergoeding op haar plaats was geweest, maar zij acht het door klager, die zich niet genoodzaakt heeft gezien de reis tussentijds af te breken, verlangde bedrag in verhouding tot de reissom bovenmatig.
 
Op grond van het voorgaande en alle aan de commissie gebleken feiten en omstandigheden in aanmerking nemende, is de commissie van oordeel dat de reisorganisator bij het uitvoeren van het overeengekomene zodanig tekort is geschoten en klager daardoor zodanig ongerief heeft ondervonden, dat de reisorganisator klager een vergoeding verschuldigd is. De commissie stelt deze vergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid vast op het hierna te noemen bedrag. 
 
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
 
De reisorganisator betaalt aan klager een vergoeding van € 750,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de reisorganisator bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.
 
De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen op 28 mei 2003.