Bedrijf moet creditnota sturen en maandelijkse laadgegevens blijven leveren

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie Zakelijk    Categorie: facturering    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1191114/1266090

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De klant gebruikte een laadpas van het bedrijf om zijn zakelijke auto op te laden aan een laadpaal op zijn privéterrein. De stroom werd geleverd via zijn eigen energieleverancier, maar het bedrijf stuurde maandelijks facturen zodat de zakelijke kosten correct verwerkt konden worden. Daarna stuurde het bedrijf altijd een creditnota, omdat er feitelijk geen kosten via de laadpas werden afgerekend. Voor april 2025 ontving de klant wel een factuur, maar geen creditnota. Het bedrijf stelde dat een nieuwe beheerder van de laadpaal nu verantwoordelijk zou zijn. De commissie volgt dit niet: het bedrijf factureert op basis van het gebruik van zijn laadpas, niet op basis van laadpaalbeheer. Daarom moet het bedrijf alsnog een creditnota sturen en vanaf mei 2025 maandelijks de laadgegevens blijven aanleveren. De klacht is gegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Klant/verbruiker heeft factuur van € 351,18 ontvangen van bedrijf voor laadsessies in de maand april 2025 die met de laadpas van het bedrijf zijn gedaan, maar het bedrijf weigert vervolgens een creditnota te sturen ter voorkoming van dubbele betaling, zoals te doen gebruikelijk was conform afspraak.

Bedrijf geeft aan dat het klopt dat klant een factuur ontvangt voor laadsessies die worden gedaan met een laadpas van hun bedrijf, omdat dat altijd zo is vanuit de verstrekker van de laadpas. Bedrijf geeft aan dat het de laadsessies doorkrijgt vanuit de beheerders van de laadpalen. Ook dat het bedrijf het laadpaalbeheer inmiddels heeft overgedaan aan een derde partij ([naam partij]) en dat om die reden voortaan die derde partij een creditfactuur zou dienen te voldoen.
Bedrijf geeft aan nooit energieleverancier te zijn geweest van klant.

Beoordeling

De commissie heeft het volgende overwogen

Vast staat dat klant/verbruiker een laadpas heeft van het bedrijf.
Vast staat dat de klant deze laadpas gebruikt voor het opladen van de auto van de vof maar dat de laadpaal zich bevindt op zijn privéterrein en de energie daarvoor wordt geleverd door [energieleverancier] via de privéaansluiting van de woning.

Vast staat dat het bedrijf inderdaad nooit energieleverancier is geweest van de klant.

Vast staat ook dat conform afspraak het bedrijf echter wel een maandelijks factuur rondje faciliteerde, waarbij maandelijks werd gefactureerd aan de vof conform de registratie van de laadsessies, omdat het zakelijke kosten betroffen, zodat de accountant dit kon verwerken in de boekhouding van de vof als zakelijke kosten en ter verrekening van de BTW. Vast staat ook dat het bedrijf vervolgens ook een creditnota zond, omdat feitelijk niet via de laadpas kosten werden voldaan aan enig energieleverancier.

Vast staat dat het bedrijf een factuur heeft gestuurd voor de laadsessies in de maand april 2025, dat klant deze factuur heeft voldaan, maar dat het bedrijf geen creditnota heeft gezonden, zoals te doen gebruikelijk.

Waar het bedrijf zich verweert dat derde partij een credit nota dient te sturen, omdat het laadpaal beheer aan derde partij zou zijn overgedaan, treft dit geen doel.
Het bedrijf stuurde de facturen, naar eigen zeggen, op grond van het feit dat met de laadpas van het bedrijf is opgeladen. Dus niet op grond van het laadpaalbeheer. Ook niet op grond van energieleveranties.
De commissie acht de klacht daarom gegrond.

Waar het bedrijf aangeeft maandelijks vanuit de beheerders van laadpalen door te krijgen welke sessies met zijn laadpas worden gedaan, zoals inmiddels door derde partij, is de wisseling van laadpaalbeheer geen reden om het met de klant afgesproken maandelijkse rondje niet langer te faciliteren. Het bedrijf heeft nog altijd de informatie over de sessies en dus het verbruik en de klant heeft er belang bij over die informatie te beschikken, omdat het zakelijke kosten zijn en deze als zodanig moeten kunnen worden verwerkt.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie
• bepaalt dat het bedrijf een creditnota dient te sturen aan klant voor de factuur met nummer 25701299898 van 18 mei 2025 van € 351,18 voor zover dat niet reeds is gedaan;
• bepaalt dat het bedrijf maandelijks aan klant informatie dient te verstrekken ter zake van het verbruik middels de laadsessies die maandelijks met de laadpas van zijn bedrijf door de klant zijn of worden gedaan vanaf 1 mei 2025.

Bovendien dient het bedrijf overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 190,58 aan de verbruiker/aangeslotene te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd. Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie Zakelijk, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek – de Bekker, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, de heer mr. C.M.H. Vlaanderen, leden, op 3 december 2025.

Opslaan als PDF