Beëindigen TV-abonnement; opzeggingsbrief moet expliciet zijn; risico voor consument

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Centrale Antenne Inrichtingen    Categorie: Beëindiging / opzegging    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: CAI08-0005

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de datum van beëindiging van abonnementen voor digitale en analoge televisie.   De consument heeft een bedrag van € 178,18 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De consument stelt dat de ondernemer de opzegging van de abonnementen per brief van 18 mei 2007 niet juist en tijdig heeft verwerkt en daarmee heeft beoogd de consument te binden aan abonnementen die langer doorlopen dan door de consument gewenst. De ondernemer handelt in strijd met haar eigen algemene voorwaarden. De ondernemer brengt ten onrechte bedragen in rekening voor het abonnement op [film en sport] (tot 25 april 2008) en, naar de commissie begrijpt, het standaardpakket radio/televisie (tot 31 maart 2008).   De consument verlangt dat hem na 19 oktober 2007 geen bedragen meer in rekening worden gebracht.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De ondernemer stelt zich, samengevat weergegeven, op het standpunt dat er geen bedragen ten onrechte in rekening zijn gebracht, met dien verstande dat de ondernemer hierbij nog wel is uitgegaan van het blijven doorlopen van het abonnement op het standaardpakket radio/televisie.   De ondernemer heeft per brief van 7 maart 2008 voorgesteld ook het standaardpakket radio/TV per 9 oktober 2007 te beëindigen, alle kosten voor dit abonnement vanaf 9 oktober 2007 te crediteren en het hierna nog openstaande bedrag kwijt te schelden en het klachtengeld ad € 50,– aan de consument te vergoeden.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De commissie stelt voorop dat de consument zich in de correspondentie op onheuse en onnodig grievende wijze uit laat over (medewerkers van) de ondernemer. Het tussen partijen bestaande geschil, noch de opstelling van de ondernemer in dit geschil, rechtvaardigen dit taalgebruik door de consument. Excuses laten zich echter niet afdwingen. De commissie laat het dan ook ter beoordeling aan de consument zelf of hij excuses op zijn plaats vindt. De commissie wijst de consument er wel op dat zijn wijze van communiceren en in het bijzonder zijn taalgebruik in het algemeen niet bijdragen aan een minnelijke oplossing van een geschil en eerder het geschil vergroten.   Tussen partijen staat vast dat de consument per brief van 18 mei 2007 “zijn abonnement” heeft opgezegd. In zijn opzeggingsbrief heeft de consument niet expliciet vermeld, welke abonnement of abonnementen de consument wil opzeggen. De consument vraagt alleen nog hoe en wanneer de mediabox te retourneren. In de aanhef van zijn opzeggingsbrief vermeldt de consument nog slechts zijn klantnummer. Onder dit klantnummer zijn zowel het standaardpakket radio/TV, als de abonnementen op [digitale TV pakket en film en sport] geregistreerd.   Evenals de ondernemer dat doet in haar brief van 7 maart 2008 gaat de commissie er van uit dat de consument ook bedoeld heeft het standaardpakket radio/TV op te zeggen. Dat dit niet onmiddellijk duidelijk was voor de ondernemer is mede te wijten aan de onduidelijkheid die de consument hierover zelf heeft laten ontstaan en voortbestaan. De consument heeft immers nimmer met zo veel woorden aangegeven ook dit standaardpakket te willen beëindigen.   Aan het abonnement [film en sport] is de voorwaarde verbonden van een abonnement op onder andere het [digitale TV pakket]. Aan het abonnement op het [digitale TV pakket] is de voorwaarde verbonden van een abonnement op het standaardpakket radio/TV. Deze voorwaarden brengen met zich mee dat de abonnementen pas kunnen worden beëindigd op de datum dat het langstlopende abonnement kan worden beëindigd. Het abonnement [film en sport] kon pas worden beëindigd per 19 oktober 2007. Derhalve konden ook de overige abonnementen niet eerder worden beëindigd. De datum van retournering van de mailbox is niet relevant voor de vaststelling van de datum waarop het abonnement eindigt.   In haar brief van 7 maart 2008 heeft de ondernemer voorgesteld ook het standaardpakket radio/TV per 9 oktober 2007 te beëindigen, alle kosten voor dit abonnement vanaf 9 oktober 2007 te crediteren en het hierna nog openstaande bedrag kwijt te schelden en het klachtengeld ad € 50,– aan de consument te vergoeden.   De commissie acht het aanbod dat de ondernemer per brief van 7 maart 2008 heeft gedaan, nadat het geschil bij de commissie aanhangig is gemaakt, meer dan redelijk. De ondernemer is gehouden te handelen overeenkomstig zijn aanbod.   De commissie acht de klacht derhalve gegrond.   De commissie acht geen redenen aanwezig om de ondernemer te verplichten tot het betalen van een schadevergoeding aan de consument, zoals door de consument in zijn brief van 11 maart 2008 gesuggereerd.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   Het door de consument verlangde wordt afgewezen.   De ondernemer is gehouden te handelen overeenkomstig zijn aanbod, indien en voor zover daaraan nog niet is voldaan.   Een en ander dient te geschieden binnen een termijn van twee weken na de verzenddatum van dit bindend advies. Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 50,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 50,–   Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag ad € 178,18 als volgt verrekend. Het depotbedrag wordt aan de consument overgemaakt.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Centrale Antenne Inrichtingen op 23 mei 2008.