Beëindiging arbeidsovereenkomst vormt geen bijzondere omstandigheid om een leaseovereenkomst zonder opzegvergoeding te beëindigen

  • Home >>
  • Private Lease >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Private Lease    Categorie: Algemene voorwaarden / Overmacht    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 32464/39377

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument heeft een leaseovereenkomst gesloten bij de ondernemer, waarna haar arbeidsovereenkomst wordt opgezegd. Van de uitkering die de consument aanvraagt kan zij het leasecontract niet betalen, daarom verzoekt zij tot beëindiging. Specifiek wijst zij naar het contract, waarin volgens haar is opgenomen dat wanneer de consument in betalingsonmacht buiten haar schuld raakt, zij geen opzegvergoeding verschuldigd is. De ondernemer wil tot opzegging overgaan, maar wel onder betaling van een opzegvergoeding. Ter betaling van de opzegvergoeding stelt de ondernemer een betalingsregeling voor. Niet wordt er geklaagd over de redelijkheid van een betalingsregeling noch over de hoogte daarvan. Nu er geen omstandigheid is die kosteloze beëindiging rechtvaardigt en een voor de hand liggende betalingsregeling is voorgesteld, wordt de klacht afgewezen.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op of omstreeks 20 juli 2018 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst.

De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het in lease geven van een auto, merk [merknaam], type [type en nummer], tegen de daarvoor door de consument maandelijks te betalen leasetermijn van € 280,– bij een aantal te rijden kilometers dat is gesteld op 10.000 per jaar. De overeenkomst is aangegaan voor de duur van 48 maanden en is ingegaan op 4 augustus 2018, nu niet is gebleken dat de consument heeft afgezien van de bedenktijd van 14 dagen. De consument heeft op 1 mei 2020 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Met ingang van 18 juli 2020 is de arbeidsovereenkomst tussen de consument en haar werkgever beëindigd. In de algemene voorwaarde van het keurmerk private lease staat dat onder bijzondere omstandigheden kosteloos het contract beëindigd kan worden. De consument merkt op dat zij de leaseovereenkomst liever had aangehouden, maar dat zij de auto van de aan te vragen uitkering niet meer kan bekostigen. Om die reden heeft de consument de ondernemer verzocht de leaseovereenkomst te beëindigen. De ondernemer wil nu een beëindigingsvergoeding in rekening brengen.

De consument verlangt dat de ondernemer meewerkt aan een beëindiging van de leaseovereenkomst, naar de commissie begrijpt: zonder een beëindigingsvergoeding in rekening te brengen.

Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer heeft de consument laten weten dat het mogelijk is om de leaseovereenkomst op te zeggen, maar dat in dat geval het contract afgekocht dient te worden, conform de Algemene Voorwaarden Keurmerk Private Lease (AVKPL). De consument heeft vervolgens aangevoerd dat in de AVKPL zou staan dat onder bijzondere omstandigheden het contract beëindigd kan worden, waarbij zij (naar de ondernemer aanneemt) bedoelt dat dat kosteloos zou kunnen. De ondernemer heeft hierop gereageerd met de mededeling dat enkel in het geval van overlijden van de lessee, de overeenkomst kosteloos beëindigd kan worden.

De opvatting van de consument berust op een onjuiste lezing van artikel 46 van de AVKPL. Dit artikel bepaalt dat bij een tussentijdse opzegging door de consument een opzeggingsvergoeding verschuldigd is. Onder bijzondere omstandigheden kan in overleg met de ondernemer hiervoor een betalingsregeling worden getroffen, maar de omstandigheid dat een consument buiten zijn of haar schuld om genoodzaakt is om de overeenkomst op te zeggen betekent niet dat de ondernemer moet afzien van een opzeggingsvergoeding.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Artikel 46 van de Algemene Voorwaarden Keurmerk Private Lease (AVKPL) luidt als volgt:
P. OPZEGGING VAN DE LEASEOVEREENKOMST EN DE OPZEGGINGSVERGOEDING

46. Kan ik de leaseovereenkomst opzeggen voordat de leaseperiode voorbij is?
U kunt de leaseovereenkomst tussentijds opzeggen, op zijn vroegst tegen de eerste dag van het tweede jaar van de leaseperiode. In de Aanvullende voorwaarden kan echter bepaald zijn dat u tegen een eerdere dag kunt opzeggen. U moet een opzegtermijn van ten minste 1 maand in acht nemen.

Om op te zeggen, moet u een brief sturen naar de leasemaatschappij. Als u de leaseovereenkomst per e-mail of via internet hebt gesloten, kunt u ook met een e-mailbericht opzeggen. De adresgegevens waarnaar de opzegging kan worden gestuurd, zijn vermeld in de Aanvullende voorwaarden. Bij wijziging van die gegevens ontvangt u daarvan bericht.

Bij opzegging dient u een opzeggingsvergoeding te betalen. Deze opzeggingsvergoeding staat los van de afrekening van eventuele meerkilometers op het moment waarop de leaseovereenkomst eindigt, tenzij in de Aanvullende voorwaarden anders is bepaald. Als er op het moment waartegen is opgezegd sprake is van meerkilometers, betaalt u daarvoor dus een vergoeding naast de opzeggingsvergoeding, tenzij in de Aanvullende voorwaarden anders is bepaald.

De opzeggingsvergoeding en alle andere openstaande bedragen moeten betaald zijn vóór de dag waartegen is opgezegd. Als dat niet is gebeurd, heeft de opzegging geen gevolg en loopt de leaseovereenkomst door totdat die op andere wijze tot een einde komt.

Bent u genoodzaakt de leaseovereenkomst op te zeggen omdat betaling van de leasetermijnen buiten uw schuld voor u onmogelijk is geworden? Meld dit dan bij de leasemaatschappij en onderbouw dit met schriftelijke stukken. De leasemaatschappij zal samen met u tot een redelijke oplossing proberen te komen voor de betaling van de opzegvergoeding, bijvoorbeeld door een betaalregeling aan te bieden. Als een betaalregeling wordt overeengekomen, geldt de bepaling dat de opzeggingsvergoeding moet zijn betaald vóór de dag waartegen is opgezegd, niet.

De commissie merkt op dat deze bepaling geen hardheidsclausule bevat die voor een geval van betalingsonmacht die ontstaat zonder dat de consument daarvan een verwijt kan worden gemaakt de verschuldigdheid van een opzeggingsvergoeding uitsluit. Immers: volgens de laatste alinea mag de consument verwachten dat de ondernemer probeert om met haar tot een redelijke oplossing te komen (bijv. via een betalingsregeling) en dat in dat geval de bepaling dat de overeenkomst niet eerder stopt dan nadat de opzeggingsvergoeding is betaald niet geldt. Maar daaruit volgt niet dat in het geheel geen opzeggingsvergoeding verschuldigd is.

De commissie stelt vast dat de ondernemer in de correspondentie met de consument ook een betalingsregeling heeft voorgesteld. De commissie stelt ook vast dat de klacht niet is gericht tegen de wijze waarop de opzeggingsvergoeding is berekend of de omvang daarvan. Evenmin wordt geklaagd over de redelijkheid van een mogelijk door de ondernemer voorgestelde betalingsregeling. Of die is getroffen of nog getroffen moet worden is de commissie overigens niet bekend, maar het treffen van een dergelijke regeling ligt naar het oordeel van de commissie wel voor de hand. In deze zaak staat die echter niet ter discussie.

Het voorgaande betekent dat de klacht van de consument niet gegrond kan worden bevonden. Beslist wordt daarom als na te melden.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Private Lease, bestaande uit mr. R.J.M. Cremers, voorzitter, mr. P.B. Vos en de heer C. Bal, leden, op 5 november 2020.