Beide partijen maakten fouten bij beginmeterstand; consument hoeft slechts helft te betalen

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Meterstanden    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 1320565/1324982

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument betwist haar eindfactuur van € 2.343,35 en stelt dat de ondernemer een fout heeft gemaakt bij het bepalen van de beginmeterstand. De ondernemer zegt dat de consument nooit een beginstand heeft aangeleverd en dat daarom een schatting is gebruikt. De commissie stelt vast dat de consument inderdaad geen bewijs van de beginstand heeft overgelegd, maar óók dat de ondernemer pas zeer laat om dat bewijs heeft gevraagd. Daardoor kwam de consument in een bijna onmogelijke positie om de juiste beginstand alsnog te achterhalen. Omdat het proces aan beide kanten niet goed is verlopen, vindt de commissie het redelijk dat de consument slechts de helft van het bedrag hoeft te betalen. De incassokosten vervallen volledig. De consument moet nog € 1.171,68 voldoen. De klacht is daarmee gedeeltelijk gegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Klacht van de consument is ten dele gegrond. Het proces is van beide kanten niet goed gegaan. Geen bewijs van beginmeterstand aangeleverd door de consument, maar de consument is in een haast onmogelijke bewijspositie komen te verkeren doordat de ondernemer te laat om bewijs hiervan heeft gevraagd. Consument moet de helft van de factuur betalen.

Beoordeling
De consument klaagt over haar eindfactuur, waaruit blijkt dat ze een bedrag van € 2.343,35 moet bijbetalen. Volgens haar klopt dat bedrag niet, er is een fout gemaakt door de ondernemer bij het bepalen van de meterstanden. De ondernemer heeft de klacht ook niet op een goede manier afgehandeld. De consument wil kwijtschelding van uitstaande bedrag.

De ondernemer betwist dat de eindfactuur incorrect is. De meterstanden en het verbruik zijn daarin correct opgenomen. De beginmeterstanden per 15 januari 2020 zijn niet door de consument aangeleverd, ondanks herhaaldelijke verzoeken daartoe, en zijn daarom geschat. De consument heeft ruimschoots gelegenheid gekregen om correcte beginmeterstanden aan te leveren, maar is daarin niet geslaagd. Ook is de klacht correct afgehandeld; de consument is uitgebreid geïnformeerd over het standpunt van de ondernemer in meerdere e-mails.

De commissie stelt vast dat partijen een geschil hebben over de door de ondernemer in de eindfactuur gehanteerde beginmeterstand. Deze is door de ondernemer geschat omdat de consument de beginmeterstand niet heeft aangeleverd. De commissie is met de ondernemer van oordeel dat de consument geen bewijs heeft geleverd van (de hoogte van) die beginmeterstand. De consument heeft immers het stuk waaruit die beginmeterstand moet blijken, het rapport van de verhuurder (het door partijen genoemde ‘landlord report’), niet aan de ondernemer ter beschikking gesteld.

Door de consument is echter gesteld, en door de ondernemer is onvoldoende weersproken, dat zij pas in een heel laat stadium is gevraagd om bewijs aan te leveren van die beginmeterstand. Op dat moment heeft de consument nog geprobeerd om die beginmeterstand te achterhalen, onder andere door het opvragen van het ‘landlord report’ bij de verhuurder, maar dit is niet gelukt. Door het zo laat opvragen door de ondernemer van bewijs over de beginmeterstand is de consument in een haast onmogelijke bewijspositie komen te verkeren.

De commissie overweegt dus dat het proces van beide kanten niet goed is verlopen. De commissie ziet daarom aanleiding om de consument de helft van het uitstaande bedrag van de eindfactuur van € 2.343,35 kwijt te schelden. Ook de incassokosten hoeft de consument niet te betalen. Dat betekent dat de consument nog €1.171,68 ter zake van de eindfactuur aan de ondernemer moet betalen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt deels afgewezen.

De consument moet €1.171,68 ter zake van de eindfactuur aan de ondernemer betalen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. J. Hoefnagel, voorzitter, de heer R.A. Timmer, mevrouw mr. A. Dantuma, leden, op 20 maart 2026.

Opslaan als PDF