Beroep op onvermijdbare en onvoorzienbare omstandigheden komt consument niet toe

  • Home >>
  • Reizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Annulering    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 42851/56741

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument heeft een reis naar Mallorca bij de ondernemer geboekt. De COVID-19 pandemie is na het boeken van de reis uitgebroken en door de ernstige medische situatie van de consument, heeft hij besloten om de reis te annuleren. Vervolgens zijn er door de ondernemer annuleringskosten in rekening gebracht. De consument is het hier niet mee eens en stelt dat er sprake is van onvermijdbare en onvoorzienbare omstandigheden waardoor de reis kosteloos geannuleerd kan worden. De ondernemer geeft aan dat de consument op grond van de overeengekomen voorwaarden gewoon annuleringskosten verschuldigd is. De commissie oordeelt dat het beroep op onvoorzienbare en onvermijdbare omstandigheden de consument niet toekomt. Daarvan is namelijk sprake wanneer van de ondernemer verwacht mag worden dat hij de overeenkomst niet uitvoert en het feitelijk onmogelijk is om de reis uit te voeren. Daar is in dit geval geen sprake van, aangezien er geen reisverbod was afgekondigd, geen code rood was afgegeven en er ook geen negatief reisadvies was afgegeven. De klacht is ongegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de betaalde kosten voor het annuleren van een reis naar Mallorca.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

In januari 2020 heeft de consument een reis met vertrekdatum 15 juli 2020 geboekt naar Mallorca bij de ondernemer. Als gevolg van de ernstige medische situatie van de consument heeft hij de vakantie moeten annuleren. Hij zit in een hoge risicogroep en in verband met de Covid-19 pandemie was de reis naar Mallorca en het verblijf daar een te groot risico voor de consument.
Hij heeft de reis geannuleerd en kreeg toen tot zijn verbazing te horen dat hij de helft van de reissom aan annuleringskosten moest betalen.
De consument heeft contact gezocht met de ACM Consuwijzer en die liet weten dat de consument gezien zijn omstandigheden kosteloos mocht annuleren, omdat van onvermijdbare en onvoorziene omstandigheden sprake was.
Op 1 juli 2020 heeft de consument gevraagd om terugbetaling van de kosten, maar aan zijn verzoek wilde de ondernemer niet voldoen. Hem is gezegd dat de reisverzekering misschien de kosten zou vergoeden, maar die heeft gezegd dat er geen sprake was van een nieuw medisch aspect en daarom betaalt de verzekeraar niet uit.

De consument vraagt om terugbetaling van de reeds betaalde annuleringskosten ten bedrage van € 963,33.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt zijn standpunt op het volgende neer.

Op de geboekte reis zijn de voorwaarden van de ondernemer van toepassing en die voorwaarden zijn aangegeven voordat de reis daadwerkelijk wordt geboekt.
Het is bijzonder spijtig dat de consument zijn reis heeft moeten annuleren, maar dat zijn omstandigheden die de consument raken en zijn geen zaak voor een online reisbureau.
De consument besluit om zijn medische omstandigheden de reis te annuleren en daarom is hij op grond van de geldende voorwaarden annuleringskosten verschuldigd. De ondernemer heeft zijn standpunt hierover op 6 mei 2020 kenbaar gemaakt en op 3 juni 2020 is de consument daarmee akkoord gegaan.
Er is geen reden waarom de ondernemer aan het verzoek van de consument zou moeten voldoen.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Tussen partijen staat vast dat de consument een reis naar Mallorca heeft geboekt, die door de ondernemer zou worden uitgevoerd.
De corona-pandemie is na het boeken van de reis uitgebroken en als gevolg van de ernstige medische situatie van de consument wilde hij de reis niet meer maken.
De consument heeft de reis geannuleerd en vervolgens zijn hem door de ondernemer kosten in rekening gebracht.

De vraag die beantwoord dient te worden door de commissie is, of er sprake is van onvermijdbare en onvoorzienbare omstandigheden op grond waarvan de consument een kosteloze annulering van de reis toekomt.

Bij de beoordeling van dit geschil hanteert de commissie als uitgangspunt, dat er sprake is van contractsvrijheid: partijen mogen met elkaar afspreken wat zij wenselijk vinden.
In dit geval gaat het over in rekening te brengen van kosten in het geval van annulering van de reis door de consument.
Bedacht moet worden dat de regeling met betrekking tot de in rekening te brengen kosten erop berust dat als de consument de overeenkomst annuleert, de ondernemer vaak gebonden blijft aan afspraken met anderen en uit dien hoofde kosten moet blijven maken.

De consument wist of had minst genomen kunnen weten dat de ondernemer zijn voorwaarden zou hanteren wanneer de consument zelf de reis zou annuleren. Hij heeft vervolgens de reis geannuleerd en de daarmee samenhangende kosten betaald.

Hoewel de commissie zich goed kan voorstellen dat het voor de consument – gelet op zijn zeer zorgelijke medische situatie – onverantwoord was om tijdens de Covd-19 pandemie een reis naar Mallorca te maken, betekent dat naar het oordeel van de commissie niet zonder meer, dat de ondernemer daarvan de kosten moet dragen. De ondernemer was in staat om de reis uit te voeren en daarmee te voldoen aan zijn verplichtingen voortvloeiend uit de door partijen gesloten reisovereenkomst.

Een beroep op onvoorzienbare en onvermijdbare omstandigheden komt de consument naar het oordeel van de commissie niet toe. Daarvan is sprake – kort gezegd – wanneer van de ondernemer in redelijkheid verwacht mag worden dat hij de overeenkomst niet uitvoert en dat ziet vooral op de situatie waarin het feitelijk onmogelijk is om de reis uit te voeren. Daarvan was in dit geval geen sprake. Er was geen reisverbod afgekondigd, code rood was niet afgegeven voor de vakantiebestemming van de consument en er was ook geen negatief reisadvies gegeven door het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen, bestaande uit mevrouw mr. I. E. de Vries, voorzitter, de heer J. H. M. Boshuis, mevrouw A. Pols-Verweij, leden, op 22 april 2021.