Bevoegdheid ten aanzien van excursies.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Procedure    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REI00-0884

De uitspraak:

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Commissie verwijst naar het in deze zaak op 18 mei 2000 tussen partijen gegeven tussenadvies inhoudende ontvankelijk verklaring van de klacht. Thans is aan orde de vraag of de klacht gegrond is.
De reisorganisator beroept zich erop dat de excursie waar het hier om gaat geen deel uitmaakt van de reisovereenkomst, maar dit verweer gaat in wezen langs de klacht heen. Waar het om gaat is dat klager bij de hostess – voor wier handelen c.q. nalaten de reisorganisator aansprakelijk is – een bepaalde excursie heeft geboekt en dat deze excursie niet is geleverd. Naar het oordeel van de commissie kan de reisorganisator zich niet met goed fatsoen van de klacht afmaken door erop te wijzen dat de excursie geen deel uitmaakt van de tussen partijen gesloten reisovereenkomst. Naar het oordeel van de commissie had het minstens op de weg van de reisorganisator gelegen uit te zoeken en uit te leggen waarom de bemiddeling van de hostess bij het tot stand komen van de overeenkomst met betrekking tot de excursie, niet het beoogde gevolg heeft gehad. Voor een goed begrip moet worden opgemerkt dat de klacht niet gaat over de uitvoering van de geleverde excursie, maar om het feit dat een andere excursie is geleverd dan door klager is geboekt. Onder de gegeven omstandigheden acht de commissie de gevraagde vergoeding redelijk.

Op grond van het voorgaande en alle aan de commissie gebleken feiten en omstandigheden in aanmerking nemende, is de commissie van oordeel dat klager minder heeft ontvangen dan wat hij redelijkerwijs mocht verwachten. De commissie acht de klachten van dien aard dat de reisorganisator klager een vergoeding verschuldigd is. De commissie stelt deze vergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid vast op het hierna te noemen bedrag. De commissie acht het evenwel meer of anders gevorderde echter niet toewijsbaar.

Ingevolge het reglement van de commissie moet de reisorganisator aan de commissie de hierna te noemen bijdrage in de kosten van de behandeling van het geschil voldoen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De reisorganisator dient aan klager in totaal een bedrag van ƒ 2.325,– te voldoen.
Het klachtengeld van ƒ 125,– en het reeds aangeboden bedrag van ƒ 350,– zijn hierin begrepen.
Betaling dient plaats te vinden binnen één maand na verzenddatum van dit bindend advies.

De reisorganisator dient aan de commissie een bedrag van ƒ 400,– te voldoen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen op 13 oktober 2000.