Bewijslast ondernemer; vastrecht kan alleen in rekening worden gebracht indien sprake is van een overeenkomst; aannemelijk is dat de ondernemer de AV niet aan de consument ter hand heeft gesteld.

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Tariefbepalingen    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ENE05-2267

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de jaarafrekening over het jaar 2004 betreffende de levering van gas.

De consument heeft een bedrag van € 52,42 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

De consument heeft de klacht in 2002 voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument is op 18 januari 2002 eigenaar geworden van een woning in ###. Hij heeft de ondernemer niet gevraagd om de levering van gas; van een overeenkomst tussen partijen is geen sprake. Desalniettemin kreeg hij na enige tijd een rekening. Hij heeft de ondernemer daarop gevraagd of deze de gasmeter wilde verwijderen. De ondernemer weigerde dat te doen zonder dat daarvoor een afzonderlijke opdracht zou worden gegeven en de consument daarvoor zou betalen. De consument is echter van oordeel dat hij niets met deze meter van doen heeft omdat de meter aan de ondernemer toebehoort. De consument heeft gedurende enige tijd het vastrecht wel betaald om van het gezeur van de ondernemer af te zijn, maar is daartoe niet langer bereid. Hij heeft op geen enkel moment gas verbruikt.

De consument verlangt terugbetaling van de door hem aan de ondernemer betaalde bedragen en het betaalde klachtengeld. Voorts verlangt de consument een schadevergoeding van € 10.000,– van de ondernemer wegens het feit dat de ondernemer hem jarenlang heeft gepest en heeft kwaadgemaakt.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Omdat de energiemarkt op 18 januari 2002, toen de consument eigenaar van de woning in ### werd, nog niet geliberaliseerd was, is de consument automatisch als klant aangemeld bij de rechtsvoorganger van de ondernemer. Daarvan heeft de consument een schriftelijke bevestiging ontvangen.

De consument heeft de ondernemer medegedeeld dat hij de voorschotnota’s niet wilde betalen omdat hij geen gas verbruikte in het pand. Hem is toen medegedeeld dat indien er een gasaansluiting in het pand aanwezig is, er vastrecht betaald dient te worden. De ondernemer heeft als alternatief aangeboden de gasmeter weg te halen, waarvoor echter (na de inmiddels doorgevoerde liberalisering van de energiemarkt door de netbeheerder) wel kosten in rekening worden gebracht. De netbeheerder is op grond van artikel 14 lid 1 van de Algemene Voorwaarden Aansluiting en Transport Gas 2002 voor huishoudelijke afnemers/gebruikers – hierna: de Algemene Voorwaarden – gerechtigd deze kosten in rekening te brengen. Op basis van het leveranciersmodel worden deze kosten door de ondernemer bij de afnemer in rekening gebracht.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De consument heeft inderdaad geen gas verbruikt in de woning, maar heeft wel gedurende geruime tijd het vastrecht betaald. Daaruit blijkt dat de consument zelf ook prijs heeft gesteld op de mogelijkheid om gas af te nemen. De overeenkomst moet, zoals destijds gebruikelijk was, mondeling of telefonisch door de consument zijn gesloten en schriftelijk door de ondernemer zijn bevestigd, maar het is niet uitgesloten dat de oude bewoner aan de ondernemer de gegevens van de consument heeft doorgegeven. Het is mogelijk dat aan de consument destijds ook de Algemene Voorwaarden zijn toegezonden, maar dit is thans niet meer te achterhalen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Door de consument wordt gesteld dat hij geen overeenkomst met de ondernemer heeft gesloten. Dat brengt mee dat de commissie ambtshalve dient te onderzoeken of zij bevoegd is om kennis te nemen van het geschil tussen partijen. De commissie overweegt in dit verband dat de ondernemer stelt dat een dergelijke overeenkomst bestaat en dat de ondernemer zich bovendien in deze procedure beroept op de Algemene Voorwaarden. Daarmee staat vast dat de ondernemer zich uit vrije wil gebonden heeft aan de Algemene Voorwaarden en daarmee aan de mogelijkheid van de consument om een geschil overeenkomstig artikel 22 van de Algemene Voorwaarden aan de commissie voor te leggen. De commissie stelt voorts vast de consument, met de ondertekening van het vragenformulier Geschillencommissie Energie en Water op 2 oktober 2005, heeft verklaard zich te onderwerpen aan de bepalingen van het reglement van de commissie en de uitspraak van de commissie als bindend te zullen aanvaarden. Derhalve staat vast dat partijen zijn overeengekomen zich aan het bindend advies van de commissie te onderwerpen, zodat de commissie overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van het Reglement Geschillencommissie Energie en Water bevoegd is om kennis te nemen van het geschil.

Ten aanzien van de inhoud van het geschil overweegt de commissie als volgt. Aan de consument kan alleen dan vastrecht in rekening worden gebracht indien sprake is van een overeenkomst tussen partijen. Nu de totstandkoming van een dergelijke overeenkomst door de consument wordt betwist en de ondernemer op basis van de beweerdelijke overeenkomst betaling van het vastrecht vordert, rust op de ondernemer de last te bewijzen dat een dergelijke overeenkomst tot stand is gekomen. De commissie is van oordeel dat de ondernemer hierin niet is geslaagd. De commissie overweegt in dit verband dat door de consument onweersproken is aangevoerd dat hij na ontvangst van een rekening contact heeft opgenomen met de ondernemer om te protesteren tegen de nota en hij de nota ‘om van het gezeur van de ondernemer af te zijn’ gedurende enige tijd heeft voldaan. Voorts staat vast dat de consument op geen enkel moment gas heeft verbruikt en dat de ondernemer heeft erkend dat het niet uitgesloten is dat de gegevens van de consument door de oude bewoner aan de ondernemer zijn doorgegeven. Onder deze omstandigheden volgt uit het enkele feit dat de consument gedurende enige tijd het vastrecht heeft voldaan, niet dat de consument met de ondernemer een overeenkomst heeft willen sluiten of dat de ondernemer er gerechtvaardigd op heeft vertrouwd dat de consument die wil wel heeft gehad. Nu de ondernemer er niet in is geslaagd te bewijzen dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, kan de ondernemer ook geen betaling op basis van de Algemene Voorwaarden – waarvan de inhoud deel zou moeten uitmaken van die overeenkomst – vorderen.

Nu tussen partijen geen overeenkomst bestaat, kan de ondernemer de consument ook niet op basis van de Algemene Voorwaarden een vergoeding in rekening brengen voor de kosten vanwege het verwijderen van de gasaansluiting.

De commissie overweegt ten overvloede dat voor zover al een overeenkomst tot stand zou zijn gekomen, aannemelijk is geworden dat de ondernemer de Algemene Voorwaarden niet aan de consument ter hand heeft gesteld noch deze heeft toegezonden toen de ondernemer de beweerdelijke overeenkomst schriftelijk heeft bevestigd. De commissie overweegt dat in dat geval de consument, gezien de door hem aangevoerde stellingen, de Algemene Voorwaarden moet worden geacht te hebben vernietigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 6:233 onder b en 234 van het Burgerlijk Wetboek. Ook in dit geval zou de ondernemer een vordering tot betaling van het vastrecht of een vergoeding voor de kosten vanwege het verwijderen van de gasaansluiting niet hebben kunnen baseren op de Algemene Voorwaarden.

Op grond van het bovenstaande moet worden geoordeeld dat de ondernemer geen recht kan doen gelden op betaling van het vastrecht of op vergoeding van de kosten voor het verwijderen van de gasaansluiting. Aangezien een rechtsgrond voor de in het verleden verrichte betalingen ontbreekt, zijn de door de consument gedane betalingen onverschuldigd geschied, zodat de consument recht heeft op terugbetaling van de door hem aan de ondernemer betaalde bedragen. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies. Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld. Indien een en ander door handelen of nalaten van de ondernemer niet binnen de gestelde termijn is geschied, kan de consument zich weer tot de commissie wenden zonder opnieuw klachtengeld te betalen.

De commissie overweegt ten overvloede dat het aan de ondernemer is om de gasaansluiting op eigen kosten te verwijderen. Voorts staat het de ondernemer vrij om, indien de consument op een later moment alsnog aansluiting op het gasnet zou wensen, (her-)aansluitingskosten in rekening te brengen, in welk bedrag zowel de kosten voor het verwijderen van de gasaansluiting als de kosten voor het hernieuwd aanbrengen van de gasaansluiting verdisconteerd zou kunnen worden.

De consument heeft ten slotte een schadevergoeding van € 10.000,– van de ondernemer gevorderd wegens het feit dat de ondernemer hem jarenlang heeft gepest en heeft kwaadgemaakt. De commissie overweegt dat de door het ongerief veroorzaakte schade niet van zodanige aard is dat zij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zou dienen te leiden tot een schadevergoeding. De vordering van de consument wordt derhalve op dit punt afgewezen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer is gehouden de door de consument betaalde bedragen ter zake van het vastrecht terug te betalen. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies. Indien een en ander door handelen of nalaten van de ondernemer niet binnen de gestelde termijn is geschied, kan de consument zich weer tot de commissie wenden zonder opnieuw klachtengeld te betalen.

De ondernemer is niet gerechtigd de consument een vergoeding in rekening te brengen indien hij tot verwijdering van de gasaansluiting overgaat.

De consument heeft recht op terugbetaling van het door hem in depot gestorte bedrag van € 52,42.

De consument heeft geen recht op schadevergoeding van de ondernemer.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 25,–.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie en Water op 10 februari 2006.