Bij conceptakte plaatst cliënt een groot aantal vragen en opmerkingen. Daarmee komt de kosteninschatting op losse schroeven te staan en vallen de kosten hoger uit. Dat had cliënt moeten begrijpen.

  • Home >>
  • Notariaat >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Notariaat    Categorie: Kosten    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 118858

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de declaratie.

De cliënt heeft een bedrag van € 1.137,21 niet aan de notaris voldaan. Overeenkomstig het reglement van de commissie heeft hij dit bedrag bij de commissie in depot gestort.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken en het klachtenformulier dat de commissie op 14 augustus 2018 heeft ontvangen.

Cliënt heeft in het vragenformulier de volgende klachten geformuleerd:

1. Er wordt onterecht meerwerk geclaimd. De werkzaamheden vallen onder dezelfde opdracht die de notaris vast heeft begroot. Er is een vast totaalhonorarium afgesproken.
2. De cliënt krijgt zijns inziens onterecht geen ruimte om de bij hem passende keuzes te maken. De cliënt vraagt zich af of hij mag verlangen dat er een toelichting op de standaard akte bij zit met adviezen over te maken keuzes.
3. Er is geen onderbouwing van de factuur. De ontwerpakten zijn gewoon standaardteksten, die niet eens correct zijn omdat zij niet voldoen aan zijn wensen. Het werk is bovendien niet afgerond.
4. Doordat de notaris eerst onterecht extra kosten in rekening wil kunnen brengen, komt hij zijn ambtsplicht niet na en loopt cliënt onnodig risico dat bij zijn overlijden de door hem gewenste zaken niet juist zijn geregeld.

De cliënt verzoekt de commissie te bewerkstelligen dat de notaris hetgeen is afgesproken nakomt (inclusief uitleg met zuivere keuzemogelijkheden) voor de afgesproken prijs, dan wel dat de cliënt naar een andere notaris kan overstappen en de nota komt te vervallen.

Ter zitting heeft de cliënt zijn klachten nader toegelicht. Cliënt heeft in het eerste gesprek geen informatie gekregen over de gehanteerde tarieven. Hij stelt dat de notaris heeft nagelaten om bepaalde zaken transparant en helder weer te geven. Het is hem niet duidelijk waarom de notaris meerkosten in rekening heeft gebracht. Hij is nu een jaar verder en zijn testament is nog steeds niet getekend.

Standpunt van de notaris

Voor het verweer van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken met name naar de brief van 17 september 2018. In de kern komt het verweer op het volgende neer.

De cliënt heeft al eerder met het kantoor gewerkt en mag verondersteld worden bekend te zijn met de werkwijze van het kantoor.

Op 3 juli 2017 heeft cliënt een gesprek op het kantoor gehad over het opstellen van een testament en andere zaken die betrekking hebben op zijn voorgenomen echtscheiding. De notaris heeft in dit gesprek aangegeven dat op basis van hetgeen is besproken, rekening moet worden gehouden met een bedrag vanaf € 650,– inclusief omzetbelasting voor het opstellen van een testament en een bedrag vanaf € 750,– inclusief omzetbelasting voor een schenkingsakte.
Op 7 juli 2017 zijn de concept-akten aan cliënt per e-mail toegezonden en is nog om aanvullende NAW-gegevens verzocht. Cliënt heeft op 7 augustus 2017 een uitgebreide reactie gegeven en heeft gevraagd om een bevestiging dat de schenkingsakte en het testament in totaal € 1.550,– zouden gaan kosten. Hierop heeft de notaris bericht dat de schatting was gebaseerd op hetgeen tijdens het gesprek is afgesproken, uitgaande van de gebruikelijke werkzaamheden, maar dat blijkens de reactie van cliënt op meerdere onderdelen afwijkingen zijn gewenst. De door cliënt gewenste werkzaamheden en wijzigingen vallen niet binnen het genoemde tarief.
De declaratie die op 11 december 2017 aan cliënt is verzonden is gebaseerd op de tot dan toe verrichte werkzaamheden.

Ter zitting heeft de notaris zijn standpunt nader toegelicht. Naar aanleiding van de eerste concepten heeft cliënt een e-mail van zeven pagina’s gezonden aan het kantoor met een uitgebreid wensenpakket, dat afweek van wat tijdens de eerdere bespreking is afgesproken. De notaris heeft conform zijn algemene voorwaarden tussentijds gedeclareerd. Er is geen sprake geweest van een vaste prijsafspraak. De notaris verzoekt de klachten ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

De commissie stelt vast dat niet wordt betwist, gelijk beide partijen in de stukken hebben aangegeven, dat er door cliënt een opdracht aan de notaris is verstrekt voor het opmaken van een testament en van een schenkingsakte. Tijdens het gesprek op 3 juli 2017 zijn de gewenste aanpassingen van het bestaande testament en de gevolgen van de schenking besproken en is door de notaris een inschatting gegeven van de kosten voor het opstellen van de documenten aan de hand van de wensen van cliënt. Cliënt is akkoord gegaan met deze inschatting van de kosten op basis van hetgeen is besproken.
Na ontvangst van de conceptakten, heeft cliënt een groot aantal vragen, opmerkingen en wensen geuit naar aanleiding van die concepten.
In het licht van het voorgaande had cliënt moeten, dan wel in redelijkheid kunnen begrijpen dat daarmee de kosteninschatting op losse schroeven is komen te staan en dat de notaris op basis van deze opmerkingen en nieuwe wensen meer tijd zou moeten besteden aan het aanpassen van de reeds opgestelde conceptakten en dat daarmee de kosten hoger zouden uitvallen.

Gelet op de omvang van de werkzaamheden die de notaris tot op heden heeft verricht, acht de commissie de tussentijdse declaratienota niet bovenmatig of onredelijk. Het daarbij gehanteerde uurtarief acht de commissie evenmin onredelijk.

Cliënt heeft nog een beroep gedaan op de ministerieplicht van de notaris, maar gelijk de notaris ook heeft aangegeven, betekent dit niet dat de notaris voor niets behoeft te werken dan wel meerwerk kosteloos dient uit te voeren.

Gelet op het vorenstaande zal de commissie de klacht ongegrond verklaren en de vordering afwijzen. Het door partijen meer of anders gestelde behoeft naar het oordeel van de commissie geen verdere bespreking omdat dit niet tot een ander oordeel zal leiden.

De commissie zal beslissen dat het depotbedrag, een bedrag van € 1.137,21 aan het kantoor van de notaris zal worden overgemaakt.

Gezien het vorenstaande dient als volgt te worden beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klachten ongegrond;
– wijst de vordering van de cliënt af;
– bepaalt dat de cliënt een bedrag van € 1.137,21 aan de notaris verschuldigd is;
– bepaalt dat het door de cliënt betaalde depotbedrag aan de notaris wordt uitgekeerd.

Aldus beslist op 9 oktober 2018 door de Geschillencommissie Notariaat.