Binnen de garantietermijn dient de ondernemer aan te tonen dat het gebrek te wijten is aan een oorzaak die niet voor zijn rekening en risico komt.

  • Home >>
  • Thuiswinkel >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Thuiswinkel    Categorie: Bewijs    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: THU04-0122

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 26 augustus 2003 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een breedbeeld televisietoestel van het merk Philips tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 599,–. De levering vond plaats op of omstreeks 27 augustus 2003.   De consument heeft in juli 2004 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Ik ben met de ondernemer tegen bijbetaling een verlengde garantie van 5 jaar overeengekomen. De tv is geleverd op mijn oude adres te Amersfoort. Omdat toen al bekend was dat ik zou verhuizen, heb ik de tv in de verpakking gelaten en ik heb hem pas uitgepakt na mijn verhuizing naar Nijkerk, die in november 2003 geschiedde. De tv is in januari 2004 in gebruik genomen, nadat het signaal door [kabelleverancier] was aangesloten op mijn nieuwe woning. Het apparaat heeft vervolgens circa 6 maanden goed gefunctioneerd, maar begon daarna gebreken te vertonen in de vorm van het intenser worden en veranderen van de kleuren. Dat werd steeds erger en daarom heb ik mij tot de ondernemer gewend. Pas geruime tijd later, in augustus, kwam het servicebedrijf van de ondernemer, [naam servicebedrijf ondernemer], de tv ophalen. Er werd ons verteld dat er waarschijnlijk sprake was van val- of stootschade en dat deze buiten de garantie viel. Wij waren daarover zeer ontstemd, want wij hebben het toestel niet laten vallen en er is nooit tegen gestoten. Wij hebben vervolgens meer dan 2 maanden moeten wachten voordat de ondernemer met een definitief standpunt kwam. Dat standpunt was dat de garantie niet van toepassing was, omdat het gebrek veroorzaakt was door vallen of stoten. Wij kregen een prijsopgave voor de reparatie van maar liefst € 566,24, bijna zo veel als de tv had gekost. Dat kunnen wij uiteraard niet accepteren en dat hebben wij de ondernemer laten weten. Daarna is er veel geharrewar met de ondernemer gevolgd. Bovendien ging het servicebedrijf failliet. De tv hebben wij nooit teruggekregen. Die is kennelijk door de ondernemer of het servicebedrijf weggemaakt.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Als het gebrek inderdaad het gevolg is van een val of stoot, dan moet dat gebeurd zijn voordat het toestel aan mij werd geleverd, dus voor 27 augustus 2003. Ik weet namelijk zeker dat het niet bij mij thuis is gebeurd. De tv bevat geen uiterlijke kenmerken van een val of stoot. Ik ga niet akkoord met het aanbod van de ondernemer, hier ter zitting gedaan. Het is voor mij een principekwestie.   De consument verlangt volledige schadeloosstelling.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Wij geven toe dat, als gevolg van problemen bij het door ons ingeschakelde servicebedrijf, de afhandeling van de klacht van de consument veel te lang heeft geduurd. Dat verandert echter niets aan ons standpunt dat het gebrek is veroorzaakt door een val of stoot, waardoor de garantie niet van toepassing is. Reeds de monteur die de tv bij de consument kwam ophalen constateerde dat er sprake was van val- of stootschade. Dat heeft hij in zijn rapport vermeld. Door verschillende experts is het toestel vervolgens onderzocht en zij kwamen tot dezelfde conclusie.   Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Wij hebben foto’s laten maken van het toestel met een ingeschakeld testbeeld. Hierop zijn twee kleurbalken aan weerszijden van het beeld te zien. Dit is een onweerlegbare indicatie dat het beeldraster is verschoven door een val of stoot. De gevolgen daarvan treden onmiddellijk in. Het is dus niet mogelijk dat de tv nog enige tijd na de val of stoot goed heeft gewerkt en pas daarna geleidelijk slechter is gaan functioneren. De ernst van de schade is zodanig dat het toestel niets meer waard is. Niettemin zijn wij bereid een gebaar naar de consument te maken, omdat de tv in het reparatiecircuit is verdwenen en wij niet meer kunnen achterhalen wat er precies is gebeurd. Wij aanvaarden hiervoor de verantwoordelijkheid. De consument kan bij ons een nieuw toestel aanschaffen met een korting op de aanschafprijs van 40%.   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.   Ik heb de tv, die zich bij het servicebedrijf [naam servicebedrijf ondernemer] zou bevinden, niet kunnen onderzoeken. [naam servicebedrijf ondernemer] bleek failliet te zijn en het bedrijf dat de activiteiten van [naam servicebedrijf ondernemer] had overgenomen, had het apparaat niet in zijn bezit. Navraag bij de ondernemer en bij de consument leverde niets op en ik moet derhalve aannemen dat het apparaat definitief verdwenen is.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Aangezien het gebrek zich heeft geopenbaard tijdens de garantietermijn is de ondernemer tot kosteloos herstel verplicht, tenzij deze aantoont of voor de commissie voldoende aannemelijk maakt dat het gebrek te wijten is aan een oorzaak die niet voor rekening en risico van de ondernemer is. Dat er sprake is van val- of stootschade heeft de ondernemer naar het oordeel van de commissie voldoende aannemelijk gemaakt. Reeds de monteur die de tv bij de consument heeft opgehaald heeft daarvan aantekening gemaakt op de servicebon en vervolgens is hetzelfde nog door een binnendienst monteur bevestigd. Teneinde zekerheid te krijgen over de vraag of het mogelijk is dat de val of de stoot heeft plaatsgevonden voordat de tv aan de consument was afgeleverd, heeft de voorzitter van de commissie contact opgenomen met de deskundige [naam deskundige] en hem de vraag voorgelegd of het mogelijk is dat het gebrek zoals dit is te zien op de foto’s die de ondernemer ter zitting heeft getoond zich pas na verloop van tijd na een val of stoot openbaart. Het antwoord van de deskundige luidt dat een gebrek als het onderhavige zich onmiddellijk na een val of stoot manifesteert en dat het vrijwel uitgesloten moet worden geacht dat het gebrek pas na verloop van enkele maanden optreedt. Tevens gaf de deskundige aan dat een dergelijke schade ook kan ontstaan als een tv-toestel zich nog in de verpakking bevindt.   De commissie leidt uit de voorgaande feiten, in onderling verband beschouwd, af dat de val of stoot moet hebben plaatsgevonden nadat het toestel aan de consument was geleverd. Dat kan gebeurd zijn zonder dat de consument, aan wiens goede trouw de commissie in geen enkel opzicht twijfelt, zich daarvan bewust is geweest of buiten diens aanwezigheid.   Op grond van het voorgaande moet de klacht ongegrond worden verklaard. De commissie gaat ervan uit dat de ondernemer zijn aanbod ter zitting handhaaft, nu dit aanbod verband houdt met het feit dat de tv is zoek geraakt.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   Het door de consument verlangde wordt afgewezen.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, op 12 april 2005.