Boekingskantoor moet “up to date” informatie verstrekken over benodigde reisdocumenten naar VS.

  • Home >>
  • Reizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Totstandkoming    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REI05-0724

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 31 januari 2005 via een boekingskantoor met de reisorganisator totstandgekomen overeenkomst. De reisorganisator heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een vliegreis voor vijf personen naar Orlando in de Verenigde Staten met verblijf in een hotel op basis van logies en met autohuur, voor de periode van 5 februari tot en met 13 februari 2005 voor de som van € 3.116,50 in totaal.   Standpunt van klager   Het standpunt van klager luidt in hoofdzaak als volgt.   Bij boeking is gevraagd of wij geldige reisdocumenten hadden. Hierop hebben wij aangegeven geldige paspoorten te hebben waarop de kinderen bij ons beiden staan ingeschreven. Dit zou in orde zijn.   Bij het inchecken op Schiphol bleek echter dat de kinderen ieder een eigen paspoort moesten hebben. Wij waren gelukkig tijdig aanwezig en hebben voor de kinderen nog nooddocumenten kunnen regelen (extra kosten € 118,53 voor paspoorten en € 25,50 voor pasfoto’s).   De reisbescheiden verkregen wij eerst op Schiphol, zodat wij tevoren niet hebben kunnen lezen wat de voorwaarden zijn voor reizen naar de Verenigde Staten. De nooddocumenten moesten vóór 1 april in Brussel weer worden ingeleverd (extra vervoerskosten) en hebben derhalve geen waarde meer. Daarnaast zijn de namen van onze kinderen in onze paspoorten doorgehaald, zodat reizen op onze paspoorten met de kinderen binnen Europa niet meer mogelijk is.   Al met al was dit een start van de vakantie met veel stress en extra kosten. Verder is er arbeidstijd verloren gegaan met het rijden naar Brussel voor het inleveren van de nooddocumenten (vier uur).   Klager verlangt en vergoeding van € 404,03 in totaal.   Standpunt van de reisorganisator   Het standpunt van de reisorganisator luidt in hoofdzaak als volgt.   Wij hebben het boekingkantoor om commentaar gevraagd. Het boekingskantoor geeft aan dat de desbetreffende medewerkster wel degelijk heeft gezegd dat de kinderen een eigen paspoort dienden te hebben. Op de bevestigingsfactuur staat verder vermeld dat cliënten in het bezit dienen te zijn van de juiste en geldige reisdocumenten.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Uit het verhandelde ter zitting volgt dat het boekingskantoor klager inderdaad niet heeft gewezen op de noodzaak van eigen paspoorten voor de kinderen. Dit klemt te meer daar is komen vast te staan dat de reisorganisator in zijn brochure onder de algemene en praktische informatie wat betreft reisbenodigdheden aangeeft dat met ingang van 26 oktober 2004 kinderen voor reizen naar de Verenigde Staten over een eigen paspoort dienen te beschikken. Zeker heden ten dage mag worden verwacht dat de door het boekingkantoor te verstrekken algemene informatie inzake reisdocumenten de “up to date” informatie daarover van de kant van de reisorganisator omvat.   De aan het boekingskantoor en afgeleid daarvan aan de reisorganisator toe te rekenen tekortkoming oordeelt de commissie echter niet van dien aard dat hetgeen klager verlangt voor toewijzing in aanmerking komt. Hierbij wordt klager gewezen op zijn eigen verantwoordelijkheid tot het raadplegen van de informatie in de brochure, waaruit hij een reisaanbod kiest en om zorg te dragen voor de juiste reisdocumenten. Bovendien boekte klager dermate kort vóór aanvang van de reis dat het hem alleen tegen verhoogd tarief mogelijk zou zijn geweest paspoorten voor de kinderen te regelen, hetgeen overigens eveneens met tijdverlies en vervoer van en naar het consulaat in Brussel gepaard zou zijn gegaan. In dit geval waren echter wel naar het oordeel van de commissie excuses en een gebaar naar klager toe op zijn plaats geweest vanwege het bij aanvang van de reis ondervonden ongemak. Nu daarvan niet is gebleken ziet de commissie reden om klager een vergoeding toe te kennen, zij het dan van bescheiden hoogte. Binnen het kader van de reisvoorwaarden en de boekingsvoorwaarden van de ANVR is het verder aan de reisorganisator daarvoor zelf regres te vinden bij het boekingskantoor.   De commissie is derhalve van oordeel dat de klacht gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De reisorganisator betaalt aan klager een vergoeding van € 50,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de reisorganisator bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Bovendien dient de reisorganisator overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 60,– aan klager te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de reisorganisator aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 205,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen, op 5 augustus 2005.