Boete bij voortijdige contractbeëindiging verlaagd naar € 729

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie Zakelijk    Categorie: (On)deugdelijke uitvoering overeenkomst    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 747528/928071

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een verbruiker beëindigde voortijdig een éénjaarscontract voor elektriciteitslevering na verkoop van zijn onderneming. Het bedrijf berekende een boete van € 5.401,18, terwijl de verbruiker uitging van € 729 op basis van netto levering. Omdat het bedrijf geen verweer voerde en de commissie de vordering niet onrechtmatig of ongegrond achtte, werd de berekening van de verbruiker gevolgd. De boete is vastgesteld op € 729 en het bedrijf moet daarnaast € 181,50 klachtengeld vergoeden.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Partijen verschillen van mening over de hoogte van de te berekenen boete wegens voortijdige beëindiging van het tussen hen gesloten contract. Het bedrijf heeft geen verweer gevoerd, zodat de vordering (die de commissie niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt) toegewezen wordt.

Beoordeling
Partijen hadden een éénjaarscontract gesloten voor de levering van elektriciteit. In dat contract staat een verwachte levering van 22.000 kWh en een teruglevering van 17.000 kWh per jaar. Omdat de onderneming van de verbruiker/aangeslotene verkocht is, is het contract voortijdig beëindigd. De verbruiker/aangeslotene is dan een boete verschuldigd die het bedrijf berekend heeft op €5.401,18. De verbruiker acht dat te hoog en is bereid € 729 te betalen, gebaseerd op 5.000 kWh netto levering. Over het toe te passen verschil tussen overeengekomen en actuele prijs per kWh hebben partijen geen geschil (€ 0,35 per kWh).

De commissie overweegt dat het bedrijf geen verweer heeft ingediend. Dan wordt het gevorderde toegewezen, tenzij de vordering de commissie onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Betreffende onrechtmatigheid of ongegrondheid neemt de commissie in aanmerking dat in de van toepassing zijnde leveringsvoorwaarden bepaald is dat de boete bedraagt het (positieve) verschil tussen i) de resterende waarde van de overeenkomst op basis van de tussen partijen overeengekomen tarieven en overeengekomen hoeveelheden (voor zowel levering en teruglevering zijnde afname en invoeding) en ii) de resterende waarde van de overeenkomst op basis van de marktprijzen op het moment van beëindigen en overeengekomen hoeveelheden (voor zowel levering en teruglevering zijnde afname en invoeding). De berekening van de verbruiker/aangeslotene gaat van die hoeveelheden ook uit, de berekening door het bedrijf is niet bekend, zij het dat de verbruiker denkt dat de teruglevering niet in aanmerking genomen is omdat het bedrijf zich baseert op gegevens uit het Centraal Aansluitingenregister (volgens verbruiker /aangeslotene 18.352 kWh). Wat daarvan zij, bepalend is hetgeen partijen overeengekomen zijn en dat is dat teruglevering bij de berekening van de hoeveelheden betrokken moet worden. De verbruiker/aangeslotene gaat in zijn berekening daarvan uit (22.000 – 17.000 kWh als in het contract vermeld). Over de tarieven en marktprijzen hebben partijen geen geschil, evenals over de nog resterende looptijd van het contract. Er is dan ook geen sprake van onrechtmatigheid of ongegrondheid.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is. In die situatie dient het bedrijf aan de verbruiker/aangeslotene het klachtengeld te vergoeden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het bedrijf dient als boete wegens vervroegde beëindiging van het tussen partijen gesloten contract een boete te hanteren van € 729,–.

Bovendien dient het bedrijf overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 181,50 aan de verbruiker/aangeslotene te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is het bedrijf aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer mr. C.J.J. Havermans, leden, op 8 april 2025.

Opslaan als PDF