Commissie: Energie
Categorie: Overig
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
252415/257382
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument vindt dat de ondernemer haar onjuist tarifeert: volgens haar levert het bedrijf geen warm tapwater van minimaal 55°C, maar slechts water van ongeveer 40°C, waardoor zij met een elektrische booster zelf moet naverwarmen. Daarom zou volgens haar niet tariefcategorie A (“verwarming + warm kraanwater”) maar categorie B (“alleen verwarming”) moeten gelden. De ondernemer stelt dat hij wel degelijk warmte levert die geschikt is voor warm tapwater, omdat de afleverset het water kan opwarmen tot minimaal 55°C, zoals vereist in de regelgeving. Dat de afleverset hiervoor elektriciteit gebruikt die de consument zelf betaalt, verandert volgens de ondernemer niets; dit is ook gangbare praktijk. De commissie oordeelt dat de ondernemer met de afleverset en de boosterfunctie voldoet aan de norm uit het Bouwbesluit, mede omdat een aanvullende NEN-norm (A1:2018) deze constructie toestaat. Bovendien staat in de leveringsovereenkomst duidelijk dat de elektrische booster onderdeel is van de installatie in de woning en dat de elektriciteitskosten voor rekening van de consument zijn, terwijl de ondernemer geen extra GJ-kosten berekent voor het deel dat elektrisch wordt naverwarmd. Daarom verklaart de commissie de klacht ongegrond en wordt het verzoek van de consument afgewezen.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De elektra kosten voor de aan de afleverset van de warmteinstallatie gekoppelde boosterfunctie zijn volgens leveringsovereenkomst voor rekening van de consument.
Standpunt van de consument
[Bedrijf] levert warmte en warm tapwater van maximaal 40C, en rekent hierbij de maximale tarieven voor “verwarming + warm kraanwater” (vaste kosten en huur afleverset). Wat [bedrijf] levert valt echter onder de tariefklasse “alleen verwarming”. Het “warme tapwater” wat wordt geleverd door [bedrijf] is op een lagere temperatuur dan wettelijk verplicht om onder “warm kraanwater” te vallen (minimumtemperatuur van 55°C vereist, zie Artikel 1a lid 1 Warmtebesluit jo. Art. 6.13, eerste lid, Bouwbesluit 2012, zie tevens voor een duidelijkere uitleg Nota van Toelichting, Stb. 2019, 133, p. 20., de tabel onder 2.1.2). De Warmtewet definieert “warmte” als “warmte: thermische energie die ten behoeve van ruimteverwarming of verwarming van tapwater wordt geleverd door middel van transport van water”. De thermische energie die geleverd wordt ten behoeve van verwarming van tapwater die door [bedrijf] geleverd wordt, is slechts geschikt voor het verwarmen van water tot ong. 40 C. De overige energie, die het tapwater opwarmt tot 55C, wordt niet door [bedrijf] geleverd, en niet door middel van transport van water. Als consument betaal ik zelf voor de elektriciteitskosten van naverwarming via de booster om tot deze temperatuur te komen. [bedrijf] rekent dus de tarieven van een verkeerd aansluitingstype, en daarmee tarieven boven de maximale tarieven zoals bepaald door de ACM. Ik wil dat de tarieven worden aangepast aan de correcte klasses.Standpunt van de ondernemer
Voor het vastrecht warmte worden in het Warmtebesluit (nadere regels als uitwerking van de Warmtewet) vier categorieën onderscheiden, te weten: a. warmte die direct geschikt is voor ruimteverwarming en warm tapwater; b. warmte die uitsluitend direct geschikt is voor ruimteverwarming; c. warmte die niet direct geschikt is voor ruimteverwarming en warm tapwater; en d. warmte die uitsluitend direct geschikt is voor warm tapwater. Dat [bedrijf] warmte levert met een temperatuur direct geschikt voor ruimteverwarming staat niet ter discussie. [bedrijf] stelt zich op het standpunt dat zij ook warmte levert die direct geschikt is voor gebruik als warm tapwater.
Volgens de Warmtewet is er sprake van warmte direct geschikt voor warm tapwater als het water voldoet aan het bepaalde in art. 6.13 lid 1 Bouwbesluit, welke bepaling weer verwijst naar NEN 1006; volgens NEN 1006 moet warm tapwater een minimale temperatuur hebben van 55 graden Celsius voor reiniging, vaatwas, etc. Aflevertemperatuur In welke categorie de geleverde warmte valt, wordt bepaald aan de hand van de temperatuur die (middels de afleverset) wordt afgeleverd (de aflevertemperatuur), zonder dat Van Aanhold de geleverde warmte nog met eigen apparatuur/installatie dient op te waarderen tot een hogere temperatuur voor het beoogde gebruik. Zie in dat kader de toelichting bij de wijziging van het Warmtebesluit in 2019: Zie in dat kader ook artikel 1a lid 1 sub 1 Warmtebesluit: Artikel 1a 1 Als temperatuur categorieën, als bedoeld in artikel 5, zevende lid, van de wet, worden aangewezen: a. de levering van warmte met een temperatuur die direct geschikt is voor ruimteverwarming en voor:
1°. de verwarming van tapwater, waarbij tapwater wordt verwarmd tot een temperatuur die voldoet aan de norm, bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012, of
2°. de levering van warm tapwater op een temperatuur die voldoet aan de norm, bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012; [bedrijf] levert via de afleverset warmte die direct geschikt is voor ruimteverwarming en die geschikt is voor de verwarming van warm tapwater die voldoet aan de norm uit het Bouwbesluit.
Immers, de door [bedrijf] geleverde bronwarmte wordt in de door [bedrijf] ter beschikking gestelde afleverset opgewarmd tot (minimaal) 55 graden. De door [bedrijf] geleverde warmte is direct geschikt om middels de door [bedrijf] ter beschikking gestelde 4/4 afleverset te worden opgewarmd tot warm tapwater, en wordt vervolgens ook middels de door [bedrijf] ter beschikking gestelde afleverset opgewarmd tot warm tapwater. Zonder dat Van Aanhold als verbruiker nog zelf (middels een eigen voorziening) de geleverde warmte dient op te waarderen. Met andere woorden: de geleverde warmte voldoet niet aan de norm als er twee stappen dienen te worden doorlopen om te komen tot warm tapwater: als eerste stap opwaardering door verbruiker (middels een eigen voorziening) om te komen tot warmte met een temperatuur die geschikt is om tapwater met behulp van de afleverset op te warmen tot 55 graden, en als tweede stap opwarming middels de afleverset tot warmte die voldoet aan de eis van het Bouwbesluit. Deze eerste stap hoeft niet te worden gezet door Van Aanhold; er is geen opwaardering nodig van de geleverde warmte, er wordt volstaan met opwarming van de geleverde warmte via de afleverset. En dan is er sprake van leveren van warmte geschikt voor warm tapwater in de zin van artikel 1a lid 1 sub a Warmbesluit. Uit de betreffende relevante wettelijke bepalingen volgt aldus dat bij de beoordeling of er sprake is van het leveren van warm tapwater, geen rol speelt dat Van Aanhold zelf het elektriciteitsverbruik betaalt van de afleverset door middel waarvan de warmte wordt opgewarmd tot de benodigde temperatuur voor warm tapwater. Het is overigens ook de standaardpraktijk dat het elektraverbruik van de afleverset voor rekening komt van de verbruiker
Oordeel van de commissie
De consument stelt zich op het standpunt dat de ondernemer ten onrechte in haar geval toepassing geeft aan de genoemde categorie a die ook betrekking heeft op warmtapwater. Volgens de consument zou in haar geval categorie b ‘warmte die uitsluitend direct geschikt is voor ruimteverwarming’ toegepast moeten worden. Zij baseert haar standpunt op het feit dat zij zelf de elektriciteitskosten voor rekening moet nemen van het opwarmen van het tapwater tot 55 °celsius. Daar staat tegenover dat de ondernemer door middel van de booster die zij aan de consument ter beschikking stelt tezamen met de afleverset wel degelijk voldoet aan genoemde eis. NEN 1006 waarnaar art. 6.13, eerste lid, Bouwbesluit 2012 verwijst , kent echter een allonge A1:2018 die deze constructie mogelijk maakt. Bovendien bevat de leveringsovereenkomst de volgende bepaling: ‘Op de aanwezige installatie is in uw woning is een zogenaamde naverwarmer tapwater aangesloten (een boosterfunctie die kan worden ingeschakeld). Naar behoefte kunt u hier gebruik van maken door de booster knop tijdelijk in te drukken, waarmee deze wordt geactiveerd. Deze boosterfunctie zorgt voor de opwaardering van het tapwater indien gewenst. Deze elektrische naverwarmer zit aangesloten op uw eigen stroomvoorziening en de elektrakosten gepaard gaande met het inschakelen van de functie komen derhalve voor uw eigen rekening. Ter info: [bedrijf] rekent u geen GJ-verbruikskosten over dit extra gedeelte opwarming dat door gebruik van de naverwarmer wordt verzorgd.’ Uit de overeenkomst volgt dus rechtstreeks dat de elektra kosten voor rekening van de consument zijn. De klacht treft geen doel.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer R.A. Timmer, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 24 maart 2025.