Borg moet worden terugbetaald, kosten verstopt toilet blijven voor consument

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Waterrecreatie    Categorie: Borg    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 708522/909723

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument huurde een jacht en kreeg na afloop €150 kosten voor een verstopt toilet én zijn betaalde borg van €750 niet terug. Volgens hem had hij het toilet normaal gebruikt en was hij niet te hard gevaren. Ook werkte de snelheidsmeter en elektronische kaart niet goed, waardoor hij niet kon zien hoe snel hij voer. De commissie oordeelde dat het toilet wél door te veel toiletpapier was verstopt en dat de ondernemer daarom terecht €150 rekende. Over de borg besliste de commissie anders: in de verhuurvoorwaarden van de ondernemer staat dat de borg alleen mag worden ingehouden als er schade is aan het gehuurde jacht zelf. De vermeende schade was echter aan een andere boot, dus dat valt niet onder de borgregeling. Omdat het jacht zonder schade was teruggebracht, had de ondernemer de borg niet mogen vasthouden. De klacht is daarom deels gegrond: de ondernemer moet de borg van €750 én het klachtengeld van €127,50 terugbetalen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de huur door de consument van een jacht van de ondernemer. De consument beklaagt zich erover dat de ondernemer reparatiekosten in rekening heeft gebracht voor een verstopt toilet en dat de ondernemer de door hem betaalde borg niet heeft terugbetaald.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft een jacht bij de ondernemer gehuurd. Hij heeft daarvoor een borg betaald van € 750, -. Hoewel hij het jacht zonder schade heeft teruggebracht, heeft de ondernemer de borg niet terugbetaald. De ondernemer stelt dat de consument schade heeft toegebracht aan een boot van een derde, omdat hij te hard heeft gevaren.

De consument wist niet dat hij te snel heeft gevaren. Dit kon hij ook niet weten, omdat de snelheidsmeter defect was. Volgens de ondernemer kon de consument de snelheid aflezen op de elektronische kaart. De consument wist dit niet, het is hem niet verteld door (de instructeur van) de ondernemer. Bovendien was de elektronische kaart defect tijdens de uitleg en ook bijna dagelijks tijdens de verhuurperiode. De ondernemer heeft zelf ook geconstateerd dat de elektronische kaart niet functioneerde en dat het alarm afging. Om het alarm uit te schakelen, was het nodig om het instrumentarium in zijn geheel uit te schakelen en zonder instrumentarium te varen.

Afgezien van het feit dat de consument bestrijdt schade te hebben toegebracht aan derden, mag de ondernemer op grond van zijn eigen voorwaarden deze (gevolg)schade niet verrekenen met de borg.

De consument is het voorts niet eens met het bedrag van € 150, – dat de ondernemer hem in rekening heeft gebracht voor een verstopt toilet. De consument heeft het toilet op een normale manier gebruikt. Conform artikel 9.11 van de HISWA Algemene Voorwaarden Huur en Verhuur Vaartuigen zijn onderhoud en herstel van gebreken voor rekening van de ondernemer.

De consument verzoekt de commissie te bepalen dat de ondernemer hem de door hem betaalde borg en reparatiekosten moet restitueren.

Ter zitting heeft de consument benadrukt dat hij het toilet op de juiste wijze heeft gebruikt en dat dit desondanks toch verstopt is geraakt. Dit heeft hij gemeld bij de ondernemer, die het probleem vervolgens heeft verholpen. De consument was verbaasd dat hem hiervoor achteraf kosten in rekening zijn gebracht. De consument heeft voorts verklaard dat hij het jacht zonder schade heeft teruggebracht en dat hij zich niet kan voorstellen dat hij schade heeft veroorzaakt aan de boot van een derde.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft door zijn vaargedrag schade toegebracht aan de boot van een derde. Op grond van artikel 10.1 van de HISWA Algemene Voorwaarden Huur en Verhuur Vaartuigen is de consument aansprakelijk voor eventuele gevolgschade. De door toedoen van de consument ontstane gevolgschade is door de ondernemer aan de derde vergoed. Hij heeft deze terecht in mindering gebracht op de door de consument betaalde borg.

De consument is bij de ondernemer vertrokken met een werkend toilet en er is voldoende uitleg gegeven over het gebruik hiervan. Op 15 augustus 2024 heeft de consument gebeld over het verstopte toilet. Hierop is de ondernemer naar de consument afgereisd om de problemen te verhelpen. Bij aankomst is geconstateerd dat de verstopping is veroorzaakt door overmatig gebruik van toiletpapier. Dit komt voor rekening van de consument, gezien de instructies die vooraf zijn gegeven door de ondernemer. Op grond van artikel 9.3 van de HISWA Algemene Voorwaarden Huur en Verhuur Vaartuigen dient de consument zich te houden aan aanwijzingen van de ondernemer tot behoud van het vaartuig. Voor verstopte toiletten hanteert de ondernemer een standaardprijs van € 150, -.

Ter zitting heeft de ondernemer benadrukt dat de reparatiekosten voor het toilet terecht in rekening zijn gebracht en dat de borg terecht is ingehouden. Immers, de ondernemer heeft geconstateerd dat het toilet verstopt zat door een prop toiletpapier; dit wijst erop de consument te veel toiletpapier heeft gebruikt. Verder heeft de consument ook volgens een getuige te hard gevaren. De schade aan de boot van de derde is door dit vaargedrag veroorzaakt.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.
Vaststaat dat partijen op 26 mei 2024 een overeenkomst hebben gesloten, waarbij de consument van de ondernemer een boot heeft gehuurd voor de periode van 12 augustus 2024 tot en met 19 augustus 2024. Op de overeenkomst zijn de ‘HISWA Algemene Voorwaarden Huur en Verhuur Vaartuigen’ (hierna te noemen: de HISWA Algemene Voorwaarden) van toepassing verklaard. Voorts hanteert de ondernemer zijn eigen Verhuurvoorwaarden. In geschil zijn de door de ondernemer in rekening gebrachte reparatiekosten voor het toilet en de door hem ingehouden borg.

Reparatiekosten toilet
De commissie is van oordeel dat op basis van de stukken en de door de ondernemer ter zitting gegeven toelichting genoegzaam is komen vast te staan dat de verstopping van het toilet is veroorzaakt door overmatig gebruik van toiletpapier door de consument, waarvoor de consument verantwoordelijk is. De ondernemer heeft voor de door hem verrichte herstelwerkzaamheden dan ook terecht kosten bij de consument in rekening gebracht. De ondernemer heeft aangegeven dat hij voor reparatie van verstopte toiletten een standaardbedrag van € 150, – hanteert. Dit bedrag komt de commissie niet onredelijk voor. Dit betekent dat de commissie het verzoek van de consument tot terugbetaling van deze kosten zal afwijzen.

Borg
Vaststaat dat de ondernemer de borg heeft ingehouden, omdat de consument door zijn vaargedrag schade heeft veroorzaakt aan de boot van een derde. De ondernemer heeft de reparatiekosten van € 925, – aan de derde vergoed en deze verrekend met de borg. De ondernemer beroept zich op artikel 10 van de HISWA Algemene Voorwaarden:

1. De consument is aansprakelijk voor schade en/of verlies van het vaartuig in de periode dat hij het vaartuig heeft gehuurd. Dat geldt alleen voor schade en/of verlies voor zover niet gedekt door de verzekering. De consument is niet aansprakelijk als hij kan aantonen dat de schade en/of het verlies niet door hem of door één van zijn mede-opvarenden is veroorzaakt of niet aan hem en/of de zijnen is toe te rekenen. Onder schade wordt ook gevolgschade verstaan.
2. De consument is altijd aansprakelijk voor (gevolg)schade die hij veroorzaakt als: – hij het vaartuig willens en wetens gebruikt buiten het vaargebied dat hij met de ondernemer is overeengekomen; en/of – hij zich willens en wetens niet houdt aan de aanwijzingen van de ondernemer tot behoud van het vaartuig en/of tot behoud van de rechten van de ondernemer.
3. Deze aansprakelijkheid is beperkt tot een bedrag van € 500, – plus het eigen risico en geldt ongeacht de verzekering van het vaartuig.

De ondernemer stelt dat de schade aan de boot van de derde valt onder gevolgschade en dat consument op grond van zijn vaargedrag aansprakelijk is voor deze schade. Volgens de ondernemer heeft de consument zich met betrekking tot zijn vaarsnelheid niet gehouden aan de aanwijzingen van de ondernemer, waarbij de consument er herhaald op is gewezen dat hij zijn vaarsnelheid altijd dient aan te passen aan de omstandigheden ter plaatse. Die gevolgschade (ook blijkend uit de in het geding gebrachte foto van een losgerukte bolder/kikker) is naar zeggen van de ondernemer ter zitting, niet geclaimd onder de WA-verzekering van het gehuurde schip omdat dat geen zin had vanwege de hoogte van het met de ondernemer overeengekomen eigen risico.

De commissie stelt vast dat de ondernemer in zijn eigen Verhuurvoorwaarden de volgende bepaling heeft opgenomen:

Het eigen risico bedraagt € 750, -, eigen risico voor de Aron is € 1.000, – per pin te betalen (geen visa card). Dit bedrag moet bij vertrek worden betaald en wordt aan het einde van de huurperiode weer gerestitueerd per pin, mits het schip zonder schade wordt teruggebracht. Indien er schade aan het schip of aan de inventaris is toegebracht dan wordt deze schade met het borgbedrag verrekend.

Uit deze bepaling volgt dat uitsluitend schade aan (de inventaris van) het schip zelf valt onder het eigen risico van € 750, – en dat dit bedrag bij een dergelijke schade mag worden verrekend met de borg, die eveneens € 750, – bedraagt. In de bepaling is niets opgenomen over verrekening met die borgsom van aan derden toegebrachte gevolgschade. Ook is in die eigen Verhuurvoorwaarden van de ondernemer niet opgenomen dat de huurder bij aan derden toegebrachte schade gehouden is het eigen risico (of een deel daarvan) bij claimen van die schade onder de door de ondernemer gesloten WA-verzekering, aan de ondernemer te voldoen. Een zich thans alsnog voor verrekening lenende vordering van de ondernemer op de consument laat zich hier dan ook niet vaststellen.

Vastgesteld moet worden dat de ondernemer een schriftelijk vastgelegde afspraak met de consument heeft gemaakt, die afwijkt van de HISWA Algemene Voorwaarden. Nu deze afwijkende afspraak in het voordeel van de consument is, heeft de ondernemer zich daaraan te houden. De commissie wijst in dit verband ook op artikel 15 van de HISWA Algemene Voorwaarden.

Tussen partijen is niet in geschil dat de consument het jacht zonder schade heeft teruggebracht bij de ondernemer. Op grond van zijn eigen voorwaarden was de ondernemer daarom niet gerechtigd de borg in te houden. De commissie zal daarom bepalen dat de ondernemer deze aan de consument dient te restitueren.

Slotsom
Uit het voorgaande volgt dat de klacht van de consument met betrekking tot de reparatiekosten van het toilet ongegrond is en dat de klacht met betrekking tot de ingehouden borg gegrond is.

Klachtengeld en behandelingskosten
De commissie ziet aanleiding de ondernemer te veroordelen tot vergoeding van het door de consument betaalde klachtengeld van € 127,50. Bovendien dient de ondernemer – overeenkomstig het reglement van de commissie – een bijdrage in de behandelingskosten van de commissie te voldoen.

Hetgeen partijen ieder voor zich verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen verdere bespreking, nu dat niet tot een ander oordeel kan leiden

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klacht van de consument met betrekking tot de reparatiekosten van het toilet ongegrond en de klacht met betrekking tot de ingehouden borg gegrond;
– bepaalt dat de ondernemer het bedrag van € 750, – ter zake de ingehouden borg aan de consument moet restitueren en het klachtengeld van € 127,50 aan de consument moet vergoeden. Betaling dient plaats te vinden binnen veertien dagen na verzending van dit bindend advies;
– bepaalt dat de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie behandelingskosten aan de commissie is verschuldigd;
– wijst het meer of anders verzochte af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie, bestaande uit de heer mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, de heer J. Zetzema, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. I.M. van Trier, secretaris, op 28 mei 2025.

Opslaan als PDF