Bouwondernemer moet ondeugdelijke gevelbeplating herstellen na corrosieproblemen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Garantiewoningen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: arbitraal vonnis   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 133017/133018

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

In deze zaak heeft een Vereniging van Eigenaren (VvE) een klacht ingediend tegen een bouwondernemer over ernstige schade aan de gevelbeplating van een appartementencomplex. De VvE stelde dat er sprake was van corrosie en onthechting van de coating, veroorzaakt door gebrekkige voorbehandeling van het aluminium. De ondernemer voerde aan dat de schade vooral kwam door onvoldoende reiniging door de bewoners en dat het om esthetische problemen ging, niet om constructieve gebreken. Na uitgebreid onderzoek door een deskundige, inclusief laboratoriumtests, concludeerden de arbiters dat de schade aan de gevelbeplating inderdaad voortkwam uit onvoldoende bescherming van het aluminium. De corrosie ontstond op plekken waar de coating ontbrak of niet goed hechtte, zoals bij boorgaten en zaagranden. Ook was er sprake van hechtingsproblemen die niet konden worden verklaard door slechte reiniging of een agressieve omgeving. De deskundige stelde dat minder dan 3% van de schade door reiniging kwam, en dat de oorzaak vooral lag bij de gebrekkige voorbehandeling en applicatie van de coating. De arbiters oordeelden dat de ondernemer toerekenbaar tekort was geschoten in de uitvoering van het werk. Ze verwierpen het standpunt dat het om louter esthetische schade ging, omdat de gevel een belangrijk en zichtbaar onderdeel van het gebouw is. De ondernemer werd verplicht om binnen zes maanden de aangetaste delen van de gevel te herstellen of te vervangen, zodat de levensduur van de coating weer 15 tot 25 jaar bedraagt. Herstel is verplicht op plekken waar corrosie of onthechting van de coating zichtbaar is en groter dan één centimeter. Het eerdere vonnis werd vernietigd en de klacht van de VvE werd gegrond verklaard. De ondernemer hoeft het klachtengeld niet terug te betalen, omdat dit al was vergoed, maar het klachtengeld dat hij zelf betaalde voor het beroep vervalt aan de commissie. Een verzoek om een dwangsom werd afgewezen, maar kan later alsnog worden aangevraagd als het herstel uitblijft.

De volledige uitspraak

Ondergetekenden:

De heer mr. M.L.J. Koopmans, mevrouw mr. C.M.W. Friedman – de Waele en de heer ir. M.P.A. Van Daalen MBA, die in het onderhavige geschil als arbiters optreden, hebben het volgende vonnis gewezen.

Vervolg van de procedure in beroep

Op 24 mei 2023 hebben de arbiters in deze zaak tussen partijen een eerste tussenvonnis in beroep gewezen.

Boordeling ontvankelijkheid
In deze uitspraak hebben de arbiters een voorbeslissing genomen op de volgende punten:
– de arbiters hebben beide partijen ontvankelijk verklaard in hun beroep;
– de arbiters hebben vastgesteld dat de VvE tijdig heeft geklaagd bij de ondernemer;
– de arbiters hebben vastgesteld dat de toepasselijke garantietermijn op het moment van klagen niet verstreken was zodat de VvE in zoverre ook ontvankelijk is in haar klacht;
– de arbiters hebben vastgesteld dat de rechtsvordering van de VvE op grond van een garantiegebrek tijdig is ingesteld en dat de VvE ook in zoverre ontvankelijk is te achten.

De slotsom van de arbiters luidde dat de ondernemer ontvankelijk is in zijn beroep en de VvE ontvankelijk is in haar klachten, alsmede in haar tegenverzoek.

Inhoudelijke beoordeling
In het eerst tussenvonnis hebben de arbiters overwogen dat zij, gelet op hetgeen schriftelijk en ter zitting door partijen over en weer naar voren is gebracht, het noodzakelijk achten dat zij eerst nader geïnformeerd worden door een door de arbiters aan te stellen deskundige, alvorens tot een (eind)oordeel te kunnen komen met betrekking tot de (vermeende) gebreken aan de gevelbeplating/gevelafwerking.

Door de arbiters is op 11 juli 2023 in deze zaak tussen partijen een tweede tussenvonnis in beroep gewezen. In dit tweede tussenvonnis hebben de arbiters de heer ing. de Jonker (verder te noemen: de deskundige) als deskundige aangewezen. De deskundige is opgedragen beantwoording van de vragen die zijn geformuleerd in het eerste tussenvonnis van 24 mei 2023, aangevuld met de vragen van partijen zoals opgenomen in de bijlagen behorend bij het tweede tussenvonnis. Ten aanzien van het gevraagde laboratoriumonderzoek naar genomen monsters hebben de arbiters bepaald dat dit onderzoek alleen diende plaats te vinden als de deskundige dit noodzakelijk acht.

Beide tussenvonnissen gelden als hier ingelast.

De deskundige heeft op 20 november 2023 zijn eindrapport uitgebracht.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om op dit rapport te reageren.
De ondernemer heeft op 12 maart 2024 gereageerd met als bijlage op- en aanmerkingen d.d. 14 februari 2024 van de heer (naam) van (bedrijf).
De VvE heeft op 19 maart 2024 gereageerd middels een akte uitlating deskundigenbericht waaraan als bijlage is toegevoegd een schrijven van 11 maart 2024 (consultantbureau) aan de VvE.
Beide reacties zijn voorgelegd aan de deskundige die daarop bij brief van 9 april 2024 zijn reactie heeft gegeven. Deze brief is bij bericht van de Geschillencommissie d.d. 24 april 2024 aan partijen toegezonden.
De ondernemer heeft op 28 maart 2024 separaat gereageerd op de reactie van de VvE van 19 maart 2024.
Op 1 mei 2024 heeft de ondernemer kanttekeningen (afkomstig van de heer (naam) van (bedrijf)) op de brief van de deskundige van 9 april 2024 geplaatst.

Voortgezette behandeling van het geschil in beroep

Op 22 januari 2025 heeft te Utrecht de voortgezette mondelinge behandeling van het geschil in beroep plaatsgevonden ten overstaan van de arbiters, bijgestaan door de heer mr. D.C.J. Frijlink als secretaris.

Partijen zijn ter zitting verschenen en hebben hun standpunten nader toegelicht. De VvE werd ter zitting vertegenwoordigd door de heer (naam) (bestuurslid), alsmede de heer (naam) (consultantbureau, deskundige op het gebied van geveltechniek), bijgestaan door de gemachtigde de heer mr. (naam) (rechtsbijstand). De ondernemer werd ter zitting vertegenwoordigd door de heer (naam) (manager bouw kwaliteit), die werd bijgestaan door de gemachtigde de heer mr. (naam) (advocatenbureau) en door de heer (naam) (projectleider bij onderaannemer). Op verzoek van de ondernemer is ter zitting (wederom) als informant gehoord de heer (naam) (deskundige op het gebied van oppervlaktebehandeling bij (bedrijf)). Zowel arbiters als partijen zijn in de gelegenheid gesteld om de informant vragen te stellen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken naar aanleiding van wat de informant heeft verklaard.

Beide partijen hebben gebruik gemaakt van pleitnotities die aan het dossier zijn toegevoegd.

Standpunt VvE

Voor het standpunt van de ondernemer verwijzen de arbiters naar het verweerschrift tevens inhoudende incidenteel beroep van 14 december 2021, verdere overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting. Voor de kern van het standpunt van de VvE verwijzen de arbiters naar hun eerste tussenvonnis in beroep van 24 mei 2023.

Ter zitting heeft de VvE volhard in haar standpunt. Ter zitting is in de kern (aanvullend) het volgende aangevoerd. De opgeleverde beplating van het pand voldoet niet aan de toepasselijke norm van corrosiviteitsklasse C4. Uit het laboratoriumonderzoek is naar voren gekomen dat het uitvoeren van een conversielaag niet is aangetoond terwijl een goede voorbehandeling essentieel is. Bij de huidige inzichten moet aangenomen worden dat ook wanneer de VvE vaker had gereinigd de schade was ingetreden. De deskundige wijt de oorzaak van corrosie niet aan reinigen en geeft aan dat hoogstens door de frequentie van reinigen de kans op corrosie wordt beïnvloed. Die kans is verwaarloosbaar. De commissie dient dan ook de volledige verantwoordelijkheid bij de ondernemer te leggen.

De situatie is op bepaalde plekken ernstiger geworden, bijvoorbeeld rondom het beltableau is er een heel stuk afgekomen. Ook op andere plekken komen er plakken van de gevelbeplating af, bijvoorbeeld bij het balkon van nummer 4. De nieuw aangebrachte delen zijn niet verslechterd.

De VvE heeft erop gewezen dat het proces van converteren heel zorgvuldig moet worden uitgevoerd. Kleine afwijkingen in de procescontrole kunnen leiden tot grote afname van de corrosiewerendheid. De heer (naam) (consultantbureau, deskundige op het gebied van geveltechniek) heeft bij het eigen onderzoek ter plaatse onder meer door een krastest vastgesteld dat de hechting op een aantal plaatsen onvoldoende was.

Voor wat betreft de verdeling van de aansprakelijkheid moet in de eerste plaats worden gekeken naar oorzaak en gevolg. In dit geval is het materiaal zelf gebrekkig. Vanwege de ernst van de klachten kan het beroep op de uitsluitingsgrond van 2.19 van de garantieregeling op grond van de redelijkheid en de billijkheid gepasseerd worden. Een serieus gebrek zoals hier aan de orde is, valt onder de toerekenbare tekortkomingen.

De corrosie is kort na de oplevering al zichtbaar geworden. Dit maakt het onwaarschijnlijk dat de corrosie louter te wijten is aan de reiniging. Ook het feit dat er delen zijn die niet gereinigd worden en waar geen corrosie optreedt, laat zien dat er geen oorzakelijk verband is tussen niet of slecht reinigen en het optreden van corrosie.

Standpunt ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijzen de arbiters naar het beroepschrift van 15 september 2021, verdere overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting. Voor de kern van het standpunt van de ondernemer verwijzen de arbiters naar de weergave daarvan in het eerste tussenvonnis in beroep van 24 mei 2023.

Ter zitting heeft de ondernemer volhard in zijn standpunt. Ter zitting is in de kern (aanvullend) het volgende aangevoerd.

De deskundige heeft vastgesteld dat de gebruikte aluminiumlegering geschikt is voor de gevelbekleding zoals die in casu is gerealiseerd. Niet is komen vast te staan dat de opgetreden corrosie het gevolg is van onvoldoende voorbehandeling. Het is onbegrijpelijk dat de deskundige stelt dat bij onderzoek geen bewijs zou zijn gevonden voor de aanwezigheid van een chromaatlaag/conversielaag. Niet gebleken is dat de ondernemer of zijn onderaannemer toerekenbaar tekort is geschoten bij het aanbrengen van de poedercoating. Weliswaar vertoont de gevelbepaling schade, maar de oorzaken zijn op grond van de deskundigenrapporten niet bekend. Op dit moment is (onvoldoende en/of onjuiste) reiniging de enige bekende oorzaak.

In de rapportage van P werd de opgetreden schade onder meer geweten aan onvoldoende reiniging. Er is minder frequent gereinigd dan noodzakelijk, er is slecht gereinigd en op een aantal plaatsen is helemaal niet gereinigd, zo blijkt uit de stukken. Van het overgrote deel van de gevelbeplating is niet aangetoond dat die ooit professioneel gereinigd is. Gebreken die het gevolg zijn van onvoldoende reiniging zijn uitgesloten van de garantie. Een percentage van 10% zoals door de commissie is eerste aanleg gehanteerd, is voorts niet onderbouwd. Daarnaast is er geen aftrek van nieuw voor oud toegepast, terwijl de gevelbeplating inmiddels tien jaar oud is, hetgeen bijna de helft van de leeftijd van de poedercoating is. Esthetische kwesties zijn uitgesloten van de garantie. Van aantasting van de constructie is geen sprake. Toegelicht is dat de laagdikte van de voorbehandeling heel erg dun is en snel vervliegt. Dat verklaart waarom na enkele jaren van het gebruikte materiaal zoals titanium of zirkonium geen sporen meer te vinden zijn. De laag is niet UV-bestendig en wordt daardoor afgebroken. Ook moet de poedercoating snel na het toepassen van de conversielaag worden aangebracht. De zoutbelasting van een gebouw dicht bij zee is veel hoger dan wat in de testen wordt gehanteerd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de filiforme corrosie optreedt bij de scherpe kanten van de platen.

De reinigingsvoorschriften van de gepoedercoate delen zijn zowel digitaal als fysiek overhandigd. Op de kozijnen is van filiforme corrosie geen sprake, vermoedelijk omdat die door de bewoners regelmatig samen met de ramen worden gereinigd. De garantievoorwaarden kunnen niet met een beroep op de redelijkheid en de billijkheid opzijgezet worden.

Beoordeling van het geschil in beroep

De arbiters hebben, zoals eerder gememoreerd, al beslist over hun eigen bevoegdheid en de ontvankelijkheid van partijen. Zij zullen zich in hun oordeel verder beperken tot de inhoudelijke beoordeling van het geschil en verzoeken waar nog niet op is beslist.

De arbiters verwijzen in de eerste plaats naar de in deze zaak gegeven twee arbitrale tussenvonnissen, en wel in het bijzonder naar wat daarin is vastgesteld (de feiten waarvan kan worden uitgegaan), is weergegeven (de standpunten van partijen) en is overwogen en beslist.

Arbiters volharden daarbij en in vervolg daarop moet nu als volgt worden overwogen en beslist.

Arbiters hebben te beoordelen of en in hoeverre terecht is geklaagd door de consument.

De klacht betreft in de kern de volgende twee vormen van (corrosie)schade aan de gevelbeplating/gevelafwerking:

1. Filiforme corrosie.
Dit is draadvormige corrosie die begint vanuit plaatsen waar geen dan wel onvoldoende coatingdikte aanwezig is, zoals zaagkanten, boorgaten, beschadigingen en vanuit randen met onvoldoende kantendekking. Vanaf onvoldoende beschermde plekken kruipt deze vorm van corrosie onder de coating draadvormig verder. De onthechting van de coating toont zich in de vorm van blaren en blazen.

2. Putcorrosie
Hierbij is de oppervlakteafwerking van het coatingsysteem grotendeels onthecht van het aluminium oppervlak. Het vrijgekomen aluminium toont een ruw oppervlak met aanwezige putcorrosie.

De beoordeling van deze tweeledige klacht doen arbiters steunen op het gehele thans in beroep voorliggende dossier, waaronder het volgende:
– de notitie I van 3 september 2018;
– het rapport P van 3 maart 2020;
– het rapport van deskundige van 20 november 2023.

Arbiters zijn concluderend van oordeel dat beide (typen) klachten in beginsel gegrond zijn. Dit oordeel doen arbiters steunen op het samenstel van de navolgende informatie die arbiters juist en toereikend oordelen, alsmede op de daaronder vermelde overwegingen:

A. De notitie I (2018) concludeert op basis van een bureaustudie en een schouwing ter plaatse het volgende:

De beoordeelde corrosie is te kwalificeren als filiforme corrosie. De meeste plekken met corrosie bevinden zich langs de plaatranden en rond gaten;
– De omvang van de waargenomen corrosie is relatief groot. De corrosie is kort na de oplevering begonnen. Aannemelijk is dat de corrosieweerstand van de aluminium gevelbekleding onvoldoende is.
– Er is geen direct oorzakelijk verband vastgesteld tussen de mate waarin de gevelbekleding wordt gereinigd en het schadebeeld.

B. Het rapport P (2020) bevat de volgende bevindingen en conclusies:

De schade die aan de beplating wordt waargenomen is, of is voortgekomen uit filiforme corrosie.
– Opvallend is dat de lak incidenteel over een breder gebied wordt opgedrukt dan op basis van filiforme corrosie wordt verwacht. Een en ander duidt op hechtingsproblemen.
– De resultaten van de testen van zowel (oppervlaktebehandelaar) als (prestatietester) zijn slechter dan blijkens het productblad mogelijk is. Dat wordt niet veroorzaakt doordat de platen al enige tijd zonder reiniging in de gevel hebben doorgebracht.
– De gevel is in 2014, 2015 en 2016 eenmaal gereinigd, in 2017 tweemaal en de jaren daarna driemaal.
– De onthechting die bij de platen (bewaard) in de berging is waargenomen, kan niet worden verklaard door ontoereikende reiniging of een extreem agressief milieu.
– Ook het verschil in aantasting van kozijnprofielen (gemiddelde laagdikte van circa 80 – 90 um) en het plaatwerk (gemiddelde laagdikte van circa 135 um) doet twijfel ontstaan ten aanzien van het laksysteem van de beplating.
– Tot slot is ook de uitvoering van het verstek van de dakrandplaten van invloed. Omdat de naden niet volledig zijn doorgelast […..] wordt het aanbrengen van een goede conversielaag in de naad bemoeilijkt en het ontstaan van filiforme corrosie vanuit de naad bevorderd.
– (Plaatsnaam), gelegen op ongeveer … km van de Noordzeekust en … km van de Waddenkust, behoort tot (corrosie)klasse C 4.

C. Het rapport deskundige van 20 november 2023 bevat de volgende hier relevante bevindingen en conclusies:

Tijdens een gezamenlijke rondgang zijn de aluminium gevelonderdelen vanaf de balkons van de woningen nummers 20, 21 en 22 alsmede de gevelpui nabij de hoofdingang van het appartementencomplex op de begane grond, geschouwd hierbij zijn bij mij de volgende bijzonderheden vastgesteld:

Op de geschouwde balkons zijn diverse aluminium onderdelen aanwezig waarin zich
geen/nauwelijks gebreken aftekenen in de oppervlakteafwerking:
o de verticale platen (a) aansluitend op en direct onder de daktrim;
o de kozijnen/-profielen (b) en de waterslagen (c) onder de kozijnen/gevelpanelen;
o de muurafdekkers (d) en leuningen op de gemetselde borstweringen.

Gebreken in de oppervlakteafwerking tonen zich in/aan de volgende aluminium onderdelen:
o de dakoverstekken (e), zowel de verticale delen als de horizontale onderzijden:
o filiforme corrosie nabij ontwateringsgaten, gelaste versteknaden en/of plaatranden;
o de horizontale stroken (f) tussen dakoverstek – bovendorpel van de kozijnen/ gevelpanelen, de verticale (uitvul)stroken (g) tussen de gevelpanelen/kozijnen en de lek- profielen boven de kozijnen (i): blazen/onthechting van de coating;
o de verticale gevelpanelen tussen/ aansluitend op de kozijnen (k): filiforme corrosie nabij de gaten voor de bevestigingsschroeven en verkrijten van de verfafwerking.

De aansluiting tussen het gevelmetselwerk/ plafond onder uitkragende balkon en de gevelpui nabij de hoofdingang van het appartementencomplex is, afhankelijk van de locatie, samengesteld uit meerdere/ verschillende aluminium stroken/ profielen:
o een bevestigingsprofiel (m) tussen de stalen latei en horizontale stroken (n): onthechting /blazen rondom bevestigingsgaten;
o horizontale stroken (n): onthechting/ blazen;
o horizontale tussenstroken (o) en lekprofielen(q) boven de kozijnen (r): filiforme corrosie en blazen/ onthechting van de coating.

(Opmerking van arbiters: bovengenoemde letters staan weergegeven op de foto’s die voormelde deskundige in diens rapport heeft overgenomen.)

Monstername
In de berging van het appartementencomplex zijn door de VvE drie verticale panelen en een horizontale aluminium strook bewaard, afkomstig uit de gevel van woningnummer 21. Volgens verstrekte informatie zijn uit twee van deze panelen de monsters gezaagd die zijn beproefd door de (prestatietester) en (oppervlaktebehandelaar). In overleg met en goedkeuring van partijen is een gevelpaneel en de horizontale strook voor het eventueel uitvoeren van laboratorium- onderzoek door (materiaalkundig onderzoeker) meegenomen. Deze monsters zijn in het laboratorium van (materiaalkundig onderzoeker) te (plaatsnaam) na aanlevering in 2022 in plastic zak en ingepakt en bewaard.

Laboratoriumonderzoek
Begin september 2023 is met uitvoering van het laboratoriumonderzoek aangevangen. De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd in bijlage A. De belangrijkste bevindingen zijn:

o Het gevelpaneel en de strook tonen een goede match met aluminium legering type EN AW 1050A., een legering met een hoog aluminium gehalte haakje openen (groter dan 99,5%), welke bij profielen en plaatmateriaal kan worden toegepast.
o Bij monster 1 (gevelpaneel) toont de coating plaatselijk blaren en onthecht de coating bij enkele plekken aan de plaatranden en rondom boorgaten.
o Bij monster 2 (strook) onthecht de coating aan de randen over een relatief groot aaneengesloten oppervlak. Over een groot deel van het oppervlak en ook aan de randen en bij boorgaten, toont de coating blaren. Onder de onthechte coating is het aluminium oppervlak gecorrodeerd.
o De poriëntest toont doorslag in het coatingsysteem nabij de (scherpe) plaat in de boerranden en de boorgaten, van zowel het gevelpaneel als van der strook. De gezette hoeken in het gevelpaneel tonen geen doorslag.
o Beoordeeld volgens de VMGR-kwaliteitseisen en NEN-EN-ISO 12944-2 is de afrondingsstraal van de randen en boorgaten (in zowel het gevelpaneel als de strook) geclassificeerd als “scherpe rand”, waarbij “bramen” zijn aangetroffen. Met uitzondering van de korte zijde van het gevelpaneel voldoet de afrondingsstraal niet aan de eis “minimaal 0,5 mm”. Hierbij is rekening gehouden met de geringe dikte van het gevelpaneel (3 mm) en de strook (3 mm).
o De buitenoppervlakken van monster 1 (gevelpaneel) en de beide zijden van monster 2 (strook) zijn voorzien van een coatingsysteem, bestaande uit twee homogene uniforme lagen, met een totale laagdikte van circa 140 um. Opmerkelijk is dat bij monster 2 de (visueel beoordeeld) intacte coating grotendeels is onthecht van het aluminium oppervlak. Het aluminium oppervlak is onregelmatig/ruw.
o Onderzoek naar aanwezigheid van een chromaatlaag of conversielaag op het aluminium oppervlak is geen chroom of Zirkonium gedetecteerd. Titanium is wel aangetroffen aan de gecoate buitenzijde van het gevelpaneel en op beide zijdes van de strook; niet als conversielaag maar wel in de op het aluminium aangebrachte coating. Het gebruik van titaan wit in een coating komt veel voor. De binnenzijde van het gevelpaneel toont wel titanium aan het aluminiumoppervlak; mogelijk betreft dit de conversielaag (Gardobond X4707) van enkele um dikte.

Op de in het laatste tussenvonnis gestelde vragen is voor zover hier relevant als volgt door de deskundige geantwoord:

Voor wat betreft corrosiebestendigheid en levensduur worden voornamelijk eisen gesteld aan de toe te passen aluminiumlegering (hoofdstuk 3), de oppervlaktebehandelingen (hoofdstuk 5) en reiniging in een onderhoud (hoofdstuk 12). Voor de voorbehandeling van het aluminium en het aanbrengen van coatinglagen wordt aangesloten bij de eisen van Qualicoat. Voor corrosiebescherming door beschermende coatingsystemen hanteert Qualicoat corrosiviteitsklassen C1 tot en met C5 zoals beschreven in NEN-EN-ISO 12944-2. Voor toepassing van gevelbeplating binnen 25 km van de kust wordt in Nederland veelal corrosiviteitsklasse C4 (hoog) “Industriegebieden en kustgebieden met gematigd zoutgehalte” aangehouden.

De in het antwoord op vraag 3.1.1 kwaliteitseisen betreffen:
o VMRG-Kwaliteitseisen en Adviezen, uitgaven van de vereniging van metalen gevelbouwers;
o Qualicoat is een kwaliteitslabel voor het coaten van aluminium in de bouw, gebaseerd op een uitgebreide specificatie van zowel proces- als productie eisen, waarvan de eisen zijn te vinden bij de Vereniging Industrieel Oppervlaktebehandelend Nederland (ION);
o NEN-EN-ISO 12944-2 “Verven en vernissen – Bescherming van staalconstructies tegen corrosie door middel van beschermende verfsystemen – deel 2: Classificatie van omgevingen”.

Gerelateerd aan de corrosiviteitsklasse C 4 wordt volgens de eisen van Qualicoat uitgegaan van een verwachte technische levensduur van 15 – 25 jaar. De technische levensduur is (mede) afhankelijk van vele aspecten zoals de kwaliteit van het aluminium, de voorbehandeling van het te coaten aluminium, de gehanteerde laksystemen en applicatie methoden, de kans op mechanische beschadigingen en de reiniging en het onderhoud van de aluminium gevel elementen.

Het toegepaste aluminium voor het gevelpaneel en de strook betreft naar alle waarschijnlijkheid ongelegeerd aluminium legering Type AW-1050A. Dit is een vaak toegepaste aluminium legering voor algemeen plaatwerk, waarbij een gematigde sterkte is vereist. Van dit type aluminium is bekend dat het van nature corrosiebestendig is.

In relatie tot de vraag wordt opgemerkt dat het gevelpaneel en de strook niet onbehandeld zijn toegepast. Het aluminium is (grotendeels) voorzien van een coatingsysteem, waardoor de corrosieweerstand bij een goede voorbehandeling en applicatie sterk wordt verbeterd. Door de VMRG/Qualicoat worden kwaliteitseisen gesteld aan onder andere de voorbehandeling (beitsen/conversielaag) en het aantal lagen en de gemiddelde laagdikte van het coatingsysteem. Met het aanbrengen van 2 lagen en een gemiddelde laagdikte van 140 um wordt voldaan aan de eisen die behoren bij corrosiviteitsklasse C4. Op de binnenzijde van het gevelpaneel is geen coatingsysteem aangebracht, maar is wel titanium gedetecteerd, vermoedelijk afkomstig van een conversielaag (Gardobond X4707).

Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 3.1.5 voldoen het aantal lagen en de laagdikte van het coatingsysteem aan de eisen voor de toepassing. Tijdens de schouwing op locatie en het laboratoriumonderzoek zijn echter feiten vastgesteld waarmee niet wordt voldaan aan de eisen van VMRG/Qualicoat:
o Met uitzondering van de korte zijde van het gevelpaneel voldoet de afrondingsstraal niet aan de eis “minimaal 0,5 mm” en tonen de platte randen bramen.
o De poriëntest toont doorslag in het coatingsysteem nabij de (scherpe) plaatranden en de boorgaten bij zowel het gevelpaneel als de strook. Dit betekent dat de aangebrachte lagen coating geen gesloten laag vormt, waardoor de beschermende werking wordt onderbroken. Dit is een verklaring voor de plaatselijk aanwezige blaren in de coatinglaag en het onthechten van de coating bij enkele plekken aan de plaatranden en rondom boorgaten.
o Bij het uitgevoerde onderzoek is op het aluminium oppervlak onder het coatingsysteem geen bewijs gevonden voor de aanwezigheid van een chromaatlaag (toegestaan tot 18-12-2020) of een conversielaag. Voor een goede hechting van de coating, stelt Qualicoat het aanbrengen van een conversielaag als eis.
o Over grote delen van de aluminium strook is vastgesteld dat het coatingsysteem niet/ onvoldoende is gehecht c.q. is onthecht. Op deze locaties zijn in het coatingoppervlak geen tekenen van filiforme corrosie aanwezig. Dit wijst op een hechtingsprobleem, hetgeen niet kan worden verklaard wanneer het coatingsysteem in overeenstemming met de Qualicoat applicatie-eisen is aangebracht.

In onderdelen van de gevelbeplating/gevelafwerking zijn twee vormen van (corrosie)schade aanwezig:
o Filiformis corrosie. Deze draadvormige corrosie begint vanuit plaatsen waar geen, dan wel onvoldoende, coatingdikte aanwezig is, zoals zaagkanten, boorgaten, beschadigingen en vanuit randen met onvoldoende kantendekking. Het ontstaan van deze vorm van corrosie houdt voornamelijk verband met aanwezigheid van verontreiniging op de buitenste laag van het aluminium. Vanaf de onvoldoende beschermde plekken “kruipt” deze vorm van corrosie onder de coating draadvormig verder. Deze draden strekken zich vooral uit in de wals- of extrusie richting en kruisen elkaar niet of nauwelijks. De uitbreiding stopt daar waar de draden elkaar ontmoeten, waarbij de onthechting van de coating zich vervolgens toont in de vorm van blaren en blazen.
o Putcorrosie. Het coatingsysteem is over relatief grote oppervlakken van de aluminium strook (monster 2). Ook bij een ogenschijnlijk intacte coating is de oppervlakteafwerking grotendeels onthecht van het aluminium oppervlak. Het vrijgekomen aluminium toont een onregelmatig/ruw oppervlak, met aanwezige putcorrosie. Dit is een sterke aanwijzing voor een onvoldoende voorbehandeling van het aluminium.

Beide schadevormen zijn voornamelijk een probleem voor het uiterlijk en de uitstraling van het aluminium. Naast het afgedrukt worden van de oppervlakte afwerking betreft het voornamelijk een oppervlakkige aantasting van het aluminium. Hierdoor blijft integriteit van het aluminium behouden.

Voor een goede beeldvorming van de schadeomvang wijs ik erop dat op de geschouwde balkons diverse aluminium onderdelen aanwezig zijn waarin zich geen/nauwelijks gebreken aftekenen in de oppervlakteafwerking. Dit wijst erop dat de oorzaak van de corrosieschade niet in hoofdzaak verband houdt met de locatie van toepassing en/of de mate van reinigen. maar zeer waarschijnlijk een relatie heeft met de toegepaste voorbehandeling van de verschillende aluminium gevel onderdelen en de aangebrachte oppervlakteafwerking.

Zoals eerder opgemerkt komen zouten (en andere stoffen) die op de coatinglaag terechtkomen niet direct in contact met het aluminium. De coating laag vormt een isolator. Met de porientest is aangetoond dat de coatinglaag in het midden van de twee proefplaten (tot op 10 – 15 mm vanaf de randen) en op de gezette randen van het gevelpaneel geen doorslag toont en hier dus bescherming voor het aluminium biedt.

Het aluminium is niet of onvoldoende beschermd door de coatinglaag ter plaatse van:
– zaagsneden of boorgaten in het aluminium, waarop de beschermende coatinglaag niet aanwezig is.
– Scherpe randen (afrondingsstraal kleiner dan 0,5 mm) en aanwezigheid van bramen op de randen van zaagsneden en boorgaten in de platen, waardoor de laagdikte van de coating onvoldoende is. De voor corrosie schadelijke stoffen komen op deze locaties direct in contact met het aluminium. Vanuit deze onbeschermde oppervlakken ontstaat de schade aan de gevel- beplating, veelal in de vorm van filiforme corrosie.

Naast deze corrosieschade is vastgesteld dat het coatingsysteem over relatief grote gebieden van het aluminiumoppervlak is onthecht c.q. wordt opgedrukt. Ten aanzien van deze schade onderschrijf ik het door P gestelde dat “dit duidt op hechtingsproblemen” en dat “dit niet kan worden verklaard door ontoereikende reiniging of een extreem agressief milieu”.

Het geheel overwegende ben ik van oordeel dat de schade aan de gevelbeplating primair verband houdt met een onvoldoende bescherming van het aluminium door de coatinglaag, die het aluminium tegen contact met schadelijke stoffen moet beschermen. Mede gebaseerd op de vaststelling dat op de geschouwde balkons diverse aluminium onderdelen aanwezig zijn, waarin zich geen/nauwelijks schade aftekent is de invloed van een eventuele onvoldoende reiniging naar mijn oordeel zeer gering/nihil. Alleen omdat er gevraagd wordt een percentage aan te geven, vermeld ik voor de gevelpanelen en de aluminium stroken met schade als indicatie van primaire schade door onvoldoende reiniging: minder dan 3%.

Aluminium wordt om technische (bescherming) en esthetische redenen van een oppervlakte afwerking voorzien. Door de filiforme corrosie en het onthechten van de coatinglaag is de bescherming van het aluminium verloren gegaan. De corrosieproducten op het aluminium hebben een ruw en oneffen oppervlak tot gevolg, waarbij de gevormde aluminiumzouten een wit uiterlijk toont. De esthetische prestatie van de gecoate beplating is hiermee verloren gegaan.

De corrosie van de beplating zal naar verwachting niet tot gevolg hebben dat binnen de ontwerp levensduur de functie als gevel afdichting verloren gaat, er platen loskomen uit de gevel en/of de constructieve veiligheid in het geding komt. De omvang van de putcorrosie is namelijk zeer gering.

De oorzaak dat de coating op relatief grote oppervlakken van monster 2 (strook) onthecht houdt (…….) verband met de gerealiseerde hechting. In dit verband wordt vermeld dat aan de hand van de monsters niet kan worden vastgesteld of het plaatmateriaal voldoende is gebeitst. Tevens is er op basis van de laboratoriumresultaten een sterke twijfel gerezen over de aanwezigheid van een conversie laag onder de coating.

Wanneer de coating op het aluminium plaatselijk is beschadigd of onderbroken wordt het aluminium plaatselijk niet (meer) beschermd, zodat vanuit deze plaatsen corrosie ontstaat. De waargenomen filiforme corrosie is ontstaan vanuit plaatsen waar het aluminium niet (meer) is beschermd door een coating, zoals boorgate, verstek- en afkortranden. Voor alle duidelijkheid wordt vermeld dat het over relatief grote oppervlakken onthechten van de coating geen verband houdt met corrosie, maar een gevolg is van onvoldoende voorbehandeling van het aluminium, alvorens de oppervlakteafwerking is aangebracht.

Arbiters oordelen voormelde bevindingen en conclusies in onderlinge samenhang beschouwd overtuigend en betrouwbaar. Dit mede gelet op al de in het geding gebrachte afbeeldingen/foto’s, waaronder die welke deel uitmaken van het deskundigenbericht van deskundige, waarop zichtbaar is onthechting van de tweelaagse coating van het aluminium oppervlak bij monster 2B, zowel aan de beschadigde als de onbeschadigde zijde.

Arbiters stellen eerst vast dat de filiforme corrosie is ontstaan vanuit plaatsen waar het aluminium niet (meer) is beschermd door een coating, zoals bij boorgaten en bij verstek- en afkortranden. Dit betekent dat de geveldelen waarop het effect van dit type corrosie zichtbaar is, zijn bewerkt, op maat gemaakt en geplaatst nadat deze in volledig gecoate vorm waren afgeleverd. Of anders gezegd: na het pas maken van die geveldelen, zijn die delen niet verwijderd om deze alsnog op de zaagsneden/afkort randen en bij de boorgaten te voorzien van adequate bescherming vanwege het daar bloot komen van het aluminium. Ook is niet gekozen voor een aanpak waarbij de aluminium geveldelen eerst pas zijn gemaakt, om deze vervolgens na demontage alsnog te voorzien van een alles omvatte coating/bescherming. Deze gang van zaken is de oorzaak van het ontstaan van die filiforme corrosie.

Onjuiste of onvolledige bewassing van de geveldelen is niet (mede) oorzaak geweest van het ontstaan van die corrosie, althans zulks is naar het oordeel van de arbiters niet genoegzaam komen vast te staan. Arbiters vinden steun voor dit oordeel in het feit dat delen van de gevelbeplating die in het geheel niet gereinigd zijn, desondanks geen corrosie vertonen.

Voorts is genoegzaam komen vast te staan dat bij (een deel van de) gevelafwerking sprake is van onthechting van het coatingsysteem zonder dat filiforme corrosie daarvan de oorzaak is. Partijen twisten over de oorzaak van die onthechting. Daarbij is door de ondernemer in reactie op wat de deskundige daarover heeft aangevoerd (namelijk in het laboratorium niet volledig kunnen terugvinden van een conversielaag), aangevoerd dat wel degelijk een vereiste conversielaag door dompeling moet zijn aangebracht aan de voor- en achterzijde van de aluminium beplating, alvorens het materiaal tweelaags te coaten. Dat laatste lijkt arbiters inderdaad logisch, maar feit is dat onthechting/delaminatie genoegzaam is aangetoond en ook dat dit niet kan en mag worden geaccepteerd bij gevelbeplating zoals hier aan de orde. Er moet iets mis zijn geweest met de voorbehandeling van het aluminium en/of met de wijze waarop daarop de coating is aangebracht.

Kennelijk bevatten delen van de aangebrachte gevelafwerking van aanvang af dit hechtingsprobleem, wat op meer plaatsen evident kenbaar is door het loslaten van aanmerkelijke delen van de coating.

Ook in dit geval is onjuiste of onvolledige bewassing van de geveldelen niet (mede) oorzaak geweest van het ontstaan van de hier aan de orde zijnde onthechting, althans zulks is naar het oordeel van de arbiters niet genoegzaam komen vast te staan. Immers is ook aangetoond dat de aangebrachte coating op zich ondoordringbaar is. Of anders gezegd: het “venijn” komt hier van binnenuit, in het materiaal.

Arbiters zijn oordelend in dit beroep van oordeel dat in het kader van de overeenkomst van partijen hier op gemelde punten sprake is van ondeugdelijk werk. Er is sprake van toerekenbaar tekortschieten aan de zijde van de ondernemer. Hieronder wordt uiteengezet dat arbiters de argumenten van de ondernemer niet volgen als zou de wanprestatie – zoals door de ondernemer is gesteld – in feite niet meer zijn dan een esthetische kwestie omdat de aluminium beplating zelf niet in sterkte en levensduur wordt aangetast door gemelde problemen.

Arbiters zullen de ondernemer, gelijk is gevorderd, verplichten tot nakoming/herstel, en wel op de wijze dat de ondernemer wordt verplicht om de hier aan de orde zijnde gevelbeplating en gevelafwerking te vervangen door gelijksoortig materiaal, maar dan deugdelijk en deugdelijk aangebracht, dan wel het aangetaste materiaal dient te herstellen op de wijze dat de levensduur van de coating weer op 15/25 jaar kan worden gesteld; dit slechts op die plekken waar zichtbaar en/of kenbaar is dat (één van) voormelde twee problemen aan de orde is/zijn. Het is in beginsel aan de ondernemer om daarbij in het licht van de onderhavige casus de juiste en gepaste keuzes te maken. Aangezien het gebouw al in juni 2013 is opgeleverd, is niet uit te sluiten dat er onder normale omstandigheden ook kleine schades opgetreden zouden. Daarom bepalen arbiters dat op die plekken waar de filiforme corrosie één centimeter of langer is en als de onthechting groter is dan één centimeter, herstel dient plaats te vinden. Dit ook om eventuele discussies tussen partijen over zeer kleine schades te voorkomen.

Aftrek nieuw voor oud is naar het oordeel van arbiters om meer redenen niet aan de orde. Immers waren deze problemen al grotendeels kenbaar drie jaren na oplevering, en mag uitgegaan worden van een levensduur van deze gevelbekleding van 15 – 25 jaren.

De ondernemer moet in redelijkheid de tijd worden gegund dit herstel uit te voeren. Dit is reden voor arbiters om de ondernemer na te melden termijn te gunnen. Arbiters zullen daaraan geen dwangsom verbinden. Vaste lijn van deze commissie is overigens, dat een dwangsom indien vereist altijd later nog kan worden verzocht aan arbiters, als daar reden voor is. In een voorkomend geval spreekt voor zich dat een dergelijk – onverhoopt – vervolgverzoek leidt tot een vervolgbehandeling.

Arbiters gaan niet mee in het standpunt van de ondernemer dat sprake is van een louter esthetisch probleem, en dat de consument daarom (ook) geen beroep toekomt op de Garantieregeling. De gevelbeplating betreft een gezichtsbepalend deel van dit appartementencomplex, waarbij is gekozen voor gebruik van deze gevelbekleding met als doel om dit een langjarige bescherming tegen weer en wind te laten zijn zonder dat veel onderhoud is vereist.

Conclusie in beroep

De arbiters hebben, zoals is uitgelegd in het eerste tussenvonnis in beroep, op basis van het reglement van de commissie in beroep opnieuw op de in beroep voorliggende klachten van de VvE te beslissen. De beslissing van arbiters luidt zoals hierna in het dictum van dit arbitrale vonnis is samengevat. Inherent aan deze gang van zaken is dat het eerste arbitrale vonnis waarvan beroep, integraal moet worden vernietigd.

Klachtengeld in eerste aanleg en in beroep

Nu in beroep is komen vast te staan dat de VvE grotendeels in het gelijk moet worden gesteld, zullen de arbiters bepalen dat het klachtengeld dat de ondernemer bij het instellen van het beroep heeft voldaan, in zijn geheel komt te vervallen aan de commissie.

Om diezelfde reden is de ondernemer in beginsel gehouden om het door de VvE bij indiening van deze klachten betaalde klachtengeld aan de VvE dient te vergoeden. Omdat dat klachtengeld ter uitvoering van het eerste arbitrale vonnis is terugbetaald aan de VvE, moet deze betalingsverplichting worden gewaardeerd op nihil.

Beslissing (in beroep):

De arbiters, als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen geldende voorwaarden, beslissen in beroep als volgt:

I. Vernietigen het arbitraal vonnis van 2 augustus 2020 en, opnieuw rechtdoende, verklaren de klachten van de VvE gegrond;

II. Veroordelen de ondernemer tot nakoming/herstel binnen zes maanden na verzending van dit vonnis, en wel in zoverre dat de ondernemer de hier aan de orde zijnde gevelbeplating en/of gevelafwerking dient te vervangen door gelijksoortig, maar dan deugdelijk materiaal dat deugdelijk wordt aangebracht, dan wel het aangetaste materiaal dient te herstellen op de wijze dat de levensduur van dat materiaal de coating weer op 15/25 jaar kan worden gesteld; deze verplichting tot herstel betreft die plekken waar zichtbaar en/of kenbaar is dat (één van) voormelde twee problemen aan de orde is/zijn; arbiters bepalen dat op die plekken waar de filiforme corrosie één centimeter of langer is en als de onthechting groter is dan één centimeter, herstel dient plaats te vinden;

III. Stellen vast dat de VvE terzake de gevelbeplating en gevelafwerking alleen in zoverre (zie II.) een beroep op de garantieregeling toekomt;

IV. Stellen vast dat het bedrag dat de VvE in eerste aanleg heeft voldaan ter zake van het klachtengeld reeds aan de VvE is terugbetaald en dat de verplichting van de ondernemer om dat klachtengeld aan de VvE te vergoeden daarom moet worden bepaald op nihil;

V. Bepalen dat het klachtengeld dat de ondernemer terzake beroep heeft voldaan in zijn geheel komt te vervallen aan de commissie.

VI. Wijzen thans af het verzoek van de VvE om een dwangsom aan de ondernemer op te leggen.

VII. Wijzen af hetgeen door een van partijen meer of anders is gevorderd.

Opslaan als PDF