Breuk van montuur kan niet aan ondernemer verweten worden

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Optiek    Categorie: Diversen    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: OPT00-0048

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 24 februari 1998 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een montuur met glazen tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van ƒ 550,25. Deze overeenkomst is uitgevoerd omstreeks eind februari.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak:   Op 24 februari 1998 liet de consument door de ondernemer zijn ogen meten en schafte vervolgens een montuur met glazen aan bij de ondernemer voor een bedrag van ƒ 550,25. Na aanschaf van de bril kwamen de klachten. Een groot aantal malen is de consument bij de ondernemer geweest om de bril te laten stellen. Na ongeveer twee jaar brak de bril spontaan stuk. Daarop heeft de consument zich vervoegd bij de ondernemer, omdat hij met spoed een nieuwe bril nodig had. De ondernemer heeft voor een bedrag van ƒ 153,50 een nieuw voorstuk voor de gebroken bril geleverd. Ook deze bril moest weer met regelmaat worden bijgesteld. Op 31 oktober 2000 heeft de consument de ondernemer verzocht het geld voor een/de bril(len) te restitueren vanwege enerzijds het feit, dat de bril niet voldoet en anderzijds het feit, dat er door de bril(len) flinke groeven aan de zijkant van het gezicht van de consument zitten. Inmiddels heeft de consument elders een nieuwe bril aangeschaft, die wel voldoet.   De consument verlangt ontbinding van de overeenkomst(en) en schadevergoeding.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak:   De ondernemer geeft aan de consument in 1998 een montuur merk [merknaam] met glazen geleverd te hebben. Tijdens het dragen van de bril bleek, dat het montuur nog al eens nastelling behoefde. Zulks is altijd naar beste vermogen geschied. Na twee jaar brak het voorstuk van het montuur. Er is op geen enkele wijze bewezen noch gebleken, dat deze breuk het gevolg was van een fabricagefout. Bovendien viel vergoeding van de schade gezien de leeftijd van de bril buiten de garantietermijn. Tegen de normale prijs is het euvel van de gebroken bril door de ondernemer verholpen door het vervangen van het voorstuk van de kapotte bril. Dat de bril nog altijd niet voldoet aan de wensen, die de consument ter zake heeft, betreurt de ondernemer. Overigens betwist de ondernemer, dat er een verband bestaat tussen de later bij de consument opgetreden duizeligheid en de voorgeschreven glazen. De ondernemer betwist de vordering van de consument en is niet bereid de consument een tegemoetkoming te geven voor de elders aangeschafte bril.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen:   Onbetwist staat vast voor de commissie, dat de garantietermijn voor het montuur in kwestie is verstreken. Na het verstrijken van de garantietermijn ligt de aansprakelijkheid niet meer in de risicosfeer van de ondernemer, maar moet de consument op overtuigende wijze stellen en bewijzen dat de bril ondeugdelijk is en de ondernemer de reparatie niet goed heeft uitgevoerd. Het bewijsrisico ligt dan bij de consument, die moet aantonen dat de ondernemer een verwijt te maken valt. Niet is gebleken van enige materiaal- of fabricagefout en evenmin heeft de consument feiten gesteld, waaruit verwijtbare fouten aan de zijde van de ondernemer zouden voortvloeien. Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De commissie bepaalt, dat de consument in zijn klacht ontvankelijk is. Voor het overige bepaalt de commissie, dat de klacht ongegrond is. Het door de consument verlangde wordt afgewezen.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Optiek op 15 mei 2001.