Commissie: Voertuigen
Categorie: Product voldoet niet aan verwachtingen(non-conformiteit)
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
977309/1155804
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht op 13 januari 2025 een camper voor € 81.950 en ging ervan uit dat twee heupgordels bij de prijs inbegrepen waren. De ondernemer stuurde echter een aparte factuur van € 1.294,70. Na bemiddeling via BOVAG werd afgesproken dat beide partijen de kosten zouden delen. De consument moest uiteindelijk € 750 betalen. De commissie oordeelde dat de ondernemer vooraf duidelijker had moeten zijn over de kosten. Omdat de consument te veel betaalde, moet de ondernemer € 102,65 terugbetalen en € 102,50 klachtengeld vergoeden.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een koopovereenkomst van 13 januari 2025 met betrekking tot een occasion camper Pilote G740 Sensation uit 2019 voor de koopprijs van € 81.950,–.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument is ervan uitgegaan dat in de koopprijs was inbegrepen het leveren en monteren van twee heupgordels. De ondernemer presenteerde hem daarvoor evenwel een factuur ad € 1.294,70 zonder tevoren een prijsopgave of prijsindicatie te hebben gegeven. Omdat de consument dat bedrag bovenmatig vond heeft hij de bemiddeling van BOVAG gevraagd. Daarop is afgesproken dat de ondernemer de gordels zou verwijderen, maar de ondernemer heeft dat niet gedaan maar aan de consument te kennen gegeven dat hij de camper kon ophalen tegen betaling van € 750,– voor de heupgordels, waartoe hij aldus was gedwongen omdat hij anders de gekochte en betaalde camper niet meekreeg. De consument eist op grond hiervan het bedrag van € 750,– van de ondernemer terug.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer stelt zich op het standpunt dat uit de schriftelijke koopovereenkomst duidelijk blijkt dat de door de consument gewenste twee heupgordels niet in de koopprijs waren inbegrepen en dat deze dus separaat afgerekend moesten worden. Na bemiddeling door BOVAG is overeengekomen dat beide partijen het factuurbedrag 50/50 zouden delen, welke afspraak door de ondernemer is nagekomen door het factuurbedrag te matigen tot € 750,–.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Uit de schriftelijke koopovereenkomst van 13 januari 2025 blijkt eenduidig dat het leveren en monteren van twee heupgordels niet waren inbegrepen in de koopprijs, zulks in tegenstelling tot andere extra’s die wel in de koopprijs waren inbegrepen: banden, demontage van een schotel en tafelpoot. Deze extra’s zijn in de rechter kolom onder de koopprijs vermeld en de heupgordels zijn in de linker kolom onder ‘bijzonderheden’ vermeld.
Het had vervolgens op de weg van de ondernemer gelegen om de consument uitdrukkelijk op de hoogte te stellen van de te verwachten kosten voor het leveren en monteren van de heupgordels, al dan niet bij prijsindicatie, zodat de consument nog had kunnen beslissen of hij die kosten daarvoor wilde maken. Dat heeft de ondernemer nagelaten en de consument geconfronteerd met de factuur van € 1.294,70. Het is dan begrijpelijk dat de consument de bemiddeling van BOVAG heeft ingeroepen. Welke nadere afspraak daarop gevolgd is, is niet vast te stellen gelet op de verschillende lezingen daarvan.
De commissie acht een regeling zoals door de ondernemer verwoord, gelet op de omstandigheid dat de gordels met frame reeds waren aangebracht en het verwijderen daarvan onevenredig nadeel voor de ondernemer zou meebrengen, een redelijke en billijke oplossing.
Een 50/50 verdeling van het factuurbedrag van € 1.294,70 zou betekenen dat de consument een bedrag van € 647,35 had moeten betalen en niet het door de ondernemer gevraagde bedrag van € 750,–, zodat de ondernemer een bedrag van € 102,65 dient terug te betalen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient binnen veertien dagen na verzending van deze uitspraak een bedrag van € 102,65 aan de consument terug te betalen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 102,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden gematigd met 50 %.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer A. Belt, mevrouw drs. W. Nienhuis, leden, op 20 augustus 2025.