Commissie: Voertuigverhuur
Categorie: Overig
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
237059/255276
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument huurde een camper van 28 juli tot 4 augustus 2023. Op de derde dag brak een sleutel af, waardoor hij geen toegang meer had tot de gasfles, het waterreservoir en het toilet. Er was geen reservesleutel aanwezig. De consument moest zijn vakantie vroegtijdig afbreken. De commissie oordeelde dat het afbreken van de sleutel niet aan de consument te wijten was. De ondernemer moet daarom het eigen risico van € 150 terugbetalen en € 150 vergoeden voor gederfd huurgenot. Na aftrek van brandstofkosten krijgt de consument € 111,93 terug, plus het klachtengeld van € 77,50.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een huurovereenkomst met betrekking tot een camper B48 Sunlight T66 voor de huurperiode van 28 juli 2023 tot 4 augustus 2023 tegen een kale huurprijs van € 1.175,00 die door de consument is betaald. Het eigen risico is beperkt tot € 150,–.
De consument heeft een bedrag van € 306,– bij de commissie gedeponeerd.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument is op vrijdagavond vertrokken naar [plaats]. Op de derde dag (de maandag) brak de sleutel af, die toegang gaf tot de bergruimte in de camper en de ruimte waar de gasfles is opgeslagen, het water reservoir en het opvangreservoir van het toilet. Vanaf maandag had de consument geen toegang meer tot deze ruimten en er kon niet meer gekookt worden in de camper omdat de gasflessen (verplicht) afgesloten moeten zijn tijdens het rijden. Het volle toilet reservoir kon niet meer worden geleegd. Het waterreservoir kon niet worden gevuld. Er was geen reservesleutel aanwezig in de camper, die er wel had moeten zijn. Op woensdag is de consument voortijdig teruggekeerd naar Nederland vanwege het niet tijdig aankomen van de per reguliere post opgestuurde reservesleutel.
De consument eist een vergoeding voor gederfd huurgenot over drie dagen van € 621,42 verminderd met € 115,57 wegens nog te betalen brandstofvergoeding, zijnde per saldo € 505,85. De ondernemer heeft de consument ten onrechte € 150,– eigen risico in rekening gebracht omdat de sleutel geheel buiten schuld van de consument is afgebroken.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het afbreken van de sleutel is aan de consument te verwijten, omdat hij daarmee kennelijk niet voorzichtig is omgegaan. Om die reden is hij het eigen risico voor deze schade verschuldigd en heeft hij geen recht op enige vergoeding wegens gederfd huurgenot. Dat geen reservesleutel is meegegeven, levert geen tekortkoming van de ondernemer op, omdat dit toenmaals niet gebruikelijk was en ook geen onderdeel van de overeenkomst was. Bovendien wordt betwist dat de camper door het afbreken van de sleutel niet meer te gebruiken was. De binnenzijde van de camper bleef via een zijdeur en via de cabine met een andere sleutel gewoon bereikbaar. Het toilet was ook gewoon bereikbaar en te gebruiken en het opvangreservoir bleek bij inlevering niet op slot. Het waterreservoir kon van binnenuit worden gevuld. Van een substantieel gederfd huurgenot kan dan ook niet worden gesproken.
De ondernemer eist betaling door de consument van het eigen risico ad € 150,– en van de nog verschuldigde brandstofvergoeding van € 115,57.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Ter zitting heeft de consument verklaard dat bij het ophalen van de camper door de medewerker van de ondernemer is gezegd dat de consument moest oppassen bij het gebruik van de betreffende sleutel, omdat deze ‘zwak’ was. Hij betwist dat hij onvoldoende voorzichtig is geweest bij het draaien aan de sleutel. Wil de ondernemer met succes stellen dat het afbreken van de sleutel te wijten is aan onvoorzichtigheid van de consument dan zal hij dat aannemelijk moeten maken. Dat is de commissie bij de behandeling van de zaak evenwel niet gebleken, zodat ervan uit dient te worden gegaan dat dat verwijt niet aan de consument valt te maken.
Dat oordeel leidt ertoe dat de ondernemer aan de consument ten onrechte het eigen risico van € 150,– in rekening heeft gebracht. De vraag is verder in hoeverre aan de consument enige compensatie toekomt voor gederfd huurgenot, rekening houdend met het niet tijdig ontvangen door de consument van een vervangende sleutel. De commissie acht in elk geval wel aannemelijk dat de consument niet meer kon koken tijdens het rijden en dat de bergruimte niet meer bruikbaar was. Of het opvangreservoir voor het toilet al dan niet afgesloten was, is thans niet vast te stellen gelet op de tegenstrijdige verklaringen van partijen. Al met al zal sprake zijn geweest van enig verminderd huurgenot. De daarvoor toe te kennen vergoeding moet dan in proportie staan tot de mate van gederfd huurgenot. De commissie stelt die vergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid op € 50,– per dag voor drie dagen, totaal
€ 150,–, welk bedrag de ondernemer aan de consument dient te vergoeden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht in zoverre gegrond is.
Tussen partijen staat vast dat de consument nog aan brandstofvergoeding € 115,57 is verschuldigd.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
Aan de consument komt een vergoeding toe van € 150,– wegens gederfd huurgenot.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 77,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Aan de ondernemer komt € 115,57 wegens brandstofvergoeding toe.
Per saldo komt de consument derhalve € 227,50 minus € 115,57 is € 111,93 toe, welk bedrag de ondernemer binnen dertig dagen na verzending van deze uitspraak aan de consument dient te betalen.
Voor het overige wordt het door partijen verlangde afgewezen.
Met inachtneming van het bovenstaande dient het gehele depotbedrag van € 306,– aan de consument te worden gerestitueerd.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigverhuur, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer B.H. Oving, de heer A. van Aldijk, leden, op 18 juni 2024.