Commissie: Installerende bedrijven
Categorie: Conformiteit
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: tussenadvies
Uitkomst: aanhouding beslissing
Referentiecode:
410207/599259
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagt dat zijn NIBE warmtepomp onvoldoende vermogen heeft om de woning te verwarmen. Hij wil ontbinding van de overeenkomst en schadevergoeding. De ondernemer stelt dat de installatie voldoet en verwijst naar berekeningen die door de fabrikant zijn bevestigd. De deskundige constateerde geen technische gebreken, maar wel slordige isolatie. Omdat de berekeningen van beide partijen sterk verschillen en onduidelijk is of de woning voldoende warm wordt, laat de commissie een nieuw deskundigenonderzoek uitvoeren. De beslissing wordt aangehouden.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 10 november 2022 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren en installeren van een NIBE warmtepompinstallatie tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 22.106,70.
De levering en installatie vond plaats in of omstreeks juni 2023.
Het geschil betreft de vraag of de installatie voldoet aan de eisen, die de consument eraan mag stellen.
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
De consument heeft een bedrag van € 1.512,50 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Volgens de consument functioneert de installatie van meet af aan niet en is deze gebrekkig. Vermoedelijk beschikt de installatie over onvoldoende vermogen om het pand te kunnen verwarmen.
De consument heeft tevens diverse financiële schadeposten als gevolg van de gebrekkige installatie. Er zijn herstelpogingen gedaan door de ondernemer, maar deze hebben de problemen niet verholpen.
Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
De consument is zelf professioneel actief in de branche van koude- en warmte-installaties. De installatie heeft onvoldoende capaciteit. De consument heeft zelf een berekening laten maken. Daaruit blijkt dat de door de ondernemer op basis van gegevens van de fabrikant gemaakte berekeningen niet juist zijn. In de praktijk blijkt ook dat de woning niet te verwarmen is tot een temperatuur van 22 0C. De ondernemer heeft ook zelf ervaren dat de woning niet warm genoeg was. De opgegeven capaciteit is niet toereikend voor de woning van de consument.
De consument verlangt ontbinding van de overeenkomst, en op grond daarvan terugname van de installatie en restitutie van het aankoopbedrag. Daarnaast wil de consument schadevergoedingen voor geleden en nog te lijden schade, bestaande uit hogere energiekosten door de gebrekkige installatie, (nood) herstelwerkzaamheden, emotionele schade en een vervangende woning in de winter.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Volgens de ondernemer voldoet de geleverde installatie, er is geen sprake van een tekortkoming. Daarmee zijn ook de vorderingen van de consument van de baan, voor zover die al toewijsbaar zouden zijn.
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
De ondernemer heeft een transmissieberekening gemaakt aan de hand van de gegevens van de fabrikant van de warmtepomp. Ook is een berekening gemaakt aan de hand van de aanwezige leidingen. De berekeningen van de ondernemer zijn nog nagerekend door de fabrikant en akkoord bevonden. De door de consument aangeleverde berekening is niet juist. Volgens de ondernemer is er geen capaciteitsprobleem. De installatie voldoet. De ondernemer heeft zelf ook geconstateerd dat de woning comfortabel warm wordt.
De ondernemer heeft dan ook voldaan aan wat tussen partijen overeengekomen is.
Deskundigenrapport
De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.
De consument is niet tevreden over het vermogen van de warmtepomp om het woonhuis te kunnen verwarmen. De oorzaak is niet vast te stellen, er zijn geen data beschikbaar die aantonen dat het woonhuis niet voldoende wordt verwarmd.
De deskundige heeft de gegevens van de fabrikant opgevraagd. Volgens de warmteverliesberekening en de leiding-berekening moet het vermogen van de warmtepomp voldoende zijn om het woonhuis te kunnen verwarmen.
De warmtepompinstallatie werkt goed. De deskundige heeft geen technische gebreken geconstateerd.
De isolatiewerkzaamheden aan de installatie zijn slordig uitgevoerd en dienen te worden aangepast. De kosten daarvan bedragen ongeveer € 1.350,– inclusief BTW.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft gerapporteerd dat de geïnstalleerde warmtepomp op zich goed werkt. De deskundige heeft geen technische gebreken kunnen vaststellen.
Partijen verschillen echter van mening of de geplaatste warmtepomp voldoende capaciteit heeft.
Door beide partijen zijn berekeningen gemaakt. De uitkomst van die verschillende berekeningen is, voor zover de commissie kan beoordelen, sterk afwijkend. De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft, voor zover uit zijn rapportage blijkt, alleen kennisgenomen van de door de ondernemer gemaakte berekeningen.
Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of de woning voldoende warm wordt bij gebruik van de installatie. Volgens de consument kan de woning niet worden verwarmd tot 22 0C, volgens de ondernemer wordt het in de woning comfortabel warm.
De commissie dient te beoordelen of de geleverde installatie voldoet aan de eisen, die de consument eraan mag stellen. Daarbij is van wezenlijk belang of de geleverde installatie voldoende capaciteit heeft om te worden toegepast in de situatie bij de consument, en of met de installatie de woning van de consument voldoende verwarmd kan worden.
De commissie acht zich onvoldoende voorgelicht om tot een onderbouwd oordeel te kunnen komen. Daarom zal de commissie bepalen dat een nader onderzoek door een deskundige dient te worden ingesteld, waarbij in ieder geval beoordeeld moet worden welke van de gepresenteerde berekeningen correct is en wat daarvan dan technisch het gevolg is. Vervolgens dient, voor zover nog nodig, vastgesteld te worden wat de minimale temperatuur is waaraan een woning volgens de daarvoor geldende normen dient te voldoen en of met de geleverde installatie deze minimale temperatuur in de woning van de consument daadwerkelijk gerealiseerd kan worden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie bepaalt dat een nader onderzoek zal worden ingesteld door een nader te bepalen deskundige, waarbij in het bijzonder de hiervoor geformuleerde vraagstelling aan de orde zal worden gesteld.
De deskundige zal schriftelijk rapport aan de commissie uitbrengen. Het rapport zal in afschrift aan partijen worden gezonden. Partijen worden in de gelegenheid gesteld daarop binnen twee weken schriftelijk hun op- en aanmerkingen aan de commissie kenbaar te maken.
Tenzij (één der) partijen uitdrukkelijk te kennen geven (geeft) een nadere mondelinge behandeling op prijs te stellen, zal de commissie vervolgens op basis van de stukken bindend adviseren.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Installerende Bedrijven, bestaande uit mr. F.H.C.M. van Schaijk, voorzitter, drs. H.H.F.M. van den Oever en mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 12 december 2024.