Cliënt kiest zelf kantoor, kennis dragende van tarieven/werkwijze (waaronder 2 notarissen aanwezig bij bespreking). Doorgaan met opdracht brengt met zich mee dat een declaratie volgt van enige vorm.

  • Home >>
  • Notariaat >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Notariaat    Categorie: Kosten    Jaartal: 2015
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 86450

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de hoogte van de declaratie.

De cliënt heeft een bedrag van € 5.204,85 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

De cliënt heeft op 12 maart 2014 de klacht voorgelegd aan het kantoor. 

Standpunt van de cliënt

Het standpunt van de cliënt luidt in hoofdzaak als volgt.

De cliënt betwist de hoogte van de declaraties van het kantoor. Uit de urenverantwoording blijkt dat twee kandidaat-notarissen samen gelijktijdig gewerkt hebben op het dossier en beiden afzonderlijk hun uren gedeclareerd hebben aan de erven. De opdracht tot dienstverlening is telefonisch verstrekt. Het kantoor heeft deze niet schriftelijk bevestigd en ook geen Algemene Voorwaarden toegestuurd.

De klacht tegen de declaraties is behandeld door de heer mr. [naam notaris], notaris die tevens direct verantwoordelijk is voor de werkzaamheden van mr. [naam kantoorgenoot notaris] en mr. [naam kantoorgenoot notaris 2].

De cliënt verlangt dat het totaalbedrag van alle notariële werkzaamheden wordt gemaximeerd op een bedrag van € 3.804,–. Voorts verzoekt de cliënt de commissie een vergoeding vast te stellen van € 5.000,–.

Ter zitting heeft de cliënt verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Ik ben zelf ook adviseur geweest en ben gewend dat bij dienstverlening werkzaamheden tegen uurtarief in rekening worden gebracht. In dit geval is buitenproportioneel veel in rekening gebracht. De kwaliteit van het geleverde werk was goed. Mijn zwager heeft echter veel van de werkzaamheden verricht en bijvoorbeeld een berekening gemaakt naar aanleiding van de huwelijkse voorwaarden, de bezittingen en schulden per overlijdensdatum van vader en zijn testament. Het kantoor is deze berekening toegezonden en bij de eerstvolgende bespreking was de berekening direct akkoord.
De notarissen hebben hieraan niet zelf een (voor ons zichtbare) bijdrage geleverd. In dit verband is het niet logisch waarom er zoveel uren zijn gerekend. Er waren geen bijzonderheden. De erven konden onderling goed communiceren.

Ik heb nadrukkelijk bij beide gesprekken gevraagd waarom er twee medewerkers aanwezig moesten zijn. Dit was beleid van het kantoor en de kosten zouden naar redelijkheid in rekening worden gebracht.

Navraag bij andere kantoren leert dat voor dezelfde werkzaamheden bedragen variërend tussen de € 2.117,50 tot € 3.025,– inclusief BTW in rekening worden gebracht. Vandaar ons verzoek om in dit geval een bedrag van € 5.204,85 te crediteren.

Standpunt van het kantoor

Het standpunt van het kantoor luidt in hoofdzaak als volgt.

Het betrof qua afwikkeling geen eenvoudige nalatenschap, met name omdat in de nalatenschap van de voor overleden echtgenoot van erflaatster destijds geen aangifte voor de erfbelasting/successierecht was gedaan en tevens niet de omvang van de erfdelen van de kinderen in een notariële akte waren vastgelegd. Voor de aangifte erfbelasting in de onderhavige nalatenschap moest daarom de erfrechtelijke verkrijging van de kinderen destijds (in 1993) worden vastgesteld.

Dat in de nalatenschap van de eerst overleden ouder geen aangifte erfbelasting is gedaan noch de aanspraken van de kinderen waren vastgesteld heeft destijds wellicht kosten uitgespaard, maar heeft wel als consequentie dat voor de belastingaangifte in de onderhavige nalatenschap en de afwikkeling tussen erfgenamen nu nader onderzoek moest worden gedaan en tussen erfgenamen een nadere overeenkomst moest worden getroffen, hetgeen meer kosten met zich meebrengt dan wanneer deze werkzaamheden achterwege hadden kunnen blijven.

Op voorstel van het kantoor hebben de erfgenamen een vaststellingsovereenkomst gesloten.
Op grond van deze vaststellingsovereenkomst heeft de Belastingdienst de erfrechtelijke verkrijging van destijds als aftrekpost in de onderhavige nalatenschap toegelaten, hetgeen de nu verschuldigde erfbelasting aanzienlijk heeft beperkt.

Na de door het kantoor verrichte werkzaamheden waarop de eerste declaratie zag hebben de erfgenamen het kantoor verzocht de aangifte erfbelasting voor hen te verzorgen, terwijl hiervoor tussenkomst door een notaris niet voorgeschreven of noodzakelijk is. De erfgenamen hebben hiermee welbewust gekozen voor voortduring van de betrokkenheid van het kantoor bij het dossier, en de daarmee verband houdende kosten.

De vaststellingsovereenkomst en aangifte erfbelasting heeft het kantoor opgesteld aan de hand van documenten als huwelijksvoorwaarden en testamenten, en informatie uit eigen onderzoek, maar (vanzelfsprekend) ook op basis van door de erfgenamen aangeleverde informatie en gegevens.
Een notaris is gehouden tot een eigen beoordeling van aangeleverde gegevens.

Ten slotte verzochten enkele erfgenamen nog om telefonisch advies ten aanzien van de (partiële) verdeling van de nalatenschap, daar een van de erfgenamen aandrong op een voorschotuitkering. Ook hier was het noodzakelijk de erfgenamen goed te begeleiden, hetgeen de nodige aandacht heeft gevergd.

Ter zitting hebben de gemachtigden van het kantoor verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Een boedelafwikkeling is zeker gelet op de familieverhoudingen vaak complex. Daarom worden twee notarissen ingezet alsmede om de kwaliteit te borgen die van het kantoor wordt verwacht. De werkzaamheden worden in beginsel niet dubbel verricht. De een maakt bijvoorbeeld de overeenkomst en de ander zet de puntjes op de i. Bij de besprekingen met partijen zijn wel twee medewerkers aanwezig en die uren worden dubbel in rekening gebracht. Overigens wordt niet elke minuut geschreven, maar zijn – zeker bij intern overleg – enkele werkzaamheden niet in rekening gebracht.

De erfgenamen zaten niet altijd op een lijn. In sommige gevallen belde een van de erfgenamen rechtstreeks met kantoor. De vaststellingsovereenkomst is op maat opgesteld en is geen standaard werk, zoals thans wordt beweerd.
Het kantoor verzoekt de commissie – naar de commissie begrijpt – te bepalen dat de cliënt de openstaande declaratie moet betalen.

Beoordeling van het geschil

Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

Uit hetgeen partijen in deze over en weer hebben gesteld en hebben ingebracht en als onvoldoende onweersproken hebben gesteld, komt de commissie tot de vaststelling dat de cliënt de notaris mondeling opdracht heeft gegeven om werkzaamheden te verrichten met betrekking tot de afwikkeling van de nalatenschap en de aangifte erfbelasting. Partijen hebben daarbij een uurtarief van € 227,– exclusief BTW en kosten afgesproken. De hoogte van het uurtarief staat tussen partijen niet ter discussie.

De cliënt heeft zelf gekozen voor het kantoor, kennis dragende van de tarieven en in een later stadium van de werkwijze van het kantoor (waaronder twee notarissen aanwezig bij een bespreking). Indien de cliënt zich hierin niet kon vinden, had de cliënt zich moeten wenden tot een ander kantoor. Dat de cliënt toch besloot door te gaan, brengt met zich mee dat er een declaratie zal volgen van enige vorm. Over de omstandigheid dat twee kandidaat notarissen aan de zaak hebben gewerkt kan in dat geval niet worden geklaagd. Voorts heeft de cliënt aangegeven tevreden te zijn over de kwaliteit van de dienstverlening.
Voor zover de cliënt betoogt dat de zwager reeds alle werkzaamheden had verricht, merkt de commissie op dat dit betoog niet opgaat. Het behoort tot de taak van de notaris om de aangeleverde gegevens en cijfers te controleren en waar nodig aan te vullen of te wijzigen. Dat dat in dit geval (grotendeels) niet nodig bleek, spreekt ten gunste van de kwaliteit van het werk van de zwager, maar brengt niet met zich mee dat de notaris vervolgens geen werkzaamheden meer behoefde te verrichten.
Ten overvloede merkt de commissie op dat het kantoor heeft aangegeven dat enkele werkzaamheden niet in rekening zijn gebracht, hetgeen door de cliënt niet is bestreden.

De commissie is dan ook van oordeel dat de notaris in deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris. Aan het verzoek tot schadevergoeding komt de commissie dan ook niet toe, daargelaten dat van schade, zoals de cliënt stelt, niet is gebleken.

Het voorgaande brengt mee dat het verzoek van het kantoor toewijsbaar is. Aldus zal de commissie  bepalen dat de cliënte een bedrag van € 5.204,85 aan het kantoor dient te betalen.

Nu de klacht van de cliënt ongegrond wordt verklaard is het naar het oordeel van de commissie gerechtvaardigd dat het klachtengeld voor rekening van de cliënt komt. De cliënt heeft het klachtengeld reeds voldaan, zodat de commissie daarover niet meer hoeft te beslissen.
 
Hetgeen partijen ieder voor zich verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen verdere bespreking nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.
Derhalve dient als volgt te worden beslist.

Beslissing

De commissie wijst de klacht af.

De commissie bepaalt dat de cliënt een bedrag van € 5.204,85 aan het kantoor dient te betalen en dit door de cliënt in depot gestorte bedrag zal aan het kantoor worden overgemaakt.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat op 6 oktober 2014.