Cliënt moet ondanks ontevredenheid over dienstverlening advocaat toch openstaande facturen betalen

  • Home >>
  • Advocatuur >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Advocatuur    Categorie: Kosten    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 30993/31805

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De advocaat klaagt dat de cliënt de openstaande facturen nog niet heeft voldaan. De cliënt stelt dat de kwaliteit van de dienstverlening niet voldoende was en heeft daarom aangegeven geen gebruik meer te willen maken van de diensten van de advocaat. Zo is er aan het convenant veel tijd en geld verspild. De cliënt vindt dat hij niet het volledige factuurbedrag hoeft te voldoen. Volgens de advocaat zijn er werkzaamheden in het belang van de cliënt verricht en hiervoor moet de cliënt betalen. De commissie oordeelt dat de advocaat de gedane verwijten voldoende heeft weersproken. Wat betreft het echtscheidingsconvenant, in het dossier is niet gebleken dat de cliënt het hier niet mee eens was. Van een verspilling van tijd en geld aan het convenant is dus niet gebleken. De klacht van de advocaat is gegrond. De cliënt moet de openstaande facturen betalen.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
De advocaat en de cliënt hebben beiden een klacht ingediend.

Het geschil betreft de kwaliteit van de dienstverlening en de hoogte van de declaratie van de advocaat.

De cliënt heeft een bedrag van € 1.179,75 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de advocaat
Voor het standpunt van de advocaat verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Er zijn in de periode november 2018 – juli 2019 verschillende werkzaamheden voor de cliënt verricht inzake zijn echtscheiding. Omdat de cliënt niet langer tevreden was met de werkwijze van de advocaat heeft de cliënt in juli 2019 laten weten niet langer gebruik te willen maken van haar diensten als advocaat. De advocaat heeft het dossier vervolgens gesloten in verband met een vertrouwensbreuk. Op dat moment was er nog een openstaande factuur van € 1.375,60. De cliënt heeft aangegeven het niet eens te zijn met dit factuurbedrag en hij heeft slechts een bedrag van € 195,85 voldaan. Dat de cliënt niet langer gebruik wenste te maken van de diensten van de advocaat, betekent niet dat alle reeds verrichte werkzaamheden niet meer hoefden te worden betaald. De advocaat is van mening dat alle werkzaamheden zijn verricht om tot een voor de cliënt passende oplossing te komen en dat deze werkzaamheden redelijkerwijs aan de cliënt konden worden gefactureerd. De advocaat verzoekt de commissie om de cliënt te veroordelen tot betaling van het totaalbedrag van de nog openstaande declaratie van in totaal € 1.179,75, vermeerderd met de contractueel daarover verschuldigde (wettelijke) rente en kosten, alsmede het klachtengeld.

Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënt is van mening dat hij het openstaande factuurbedrag van € 1.179,75 niet hoeft te voldoen. De cliënt is ontevreden over de kwaliteit van dienstverlening van de advocaat. De cliënt is niet tevreden met de manier waarop de advocaat zich heeft opgesteld ten tijde van zijn echtscheiding. Hij had het idee dat de advocaat zijn belangen niet goed behartigde. De advocaat ging te veel mee met de wederpartij en hij twijfelde aan haar kennis van zaken. De advocaat was naar de mening van de cliënt niet opgewassen tegen de wederpartij. Aan het convenant is veel tijd en veel geld verspild terwijl zijn nieuwe advocaat niet eens een convenant heeft opgesteld. De cliënt is van mening dat hij daarom niet het volledige factuurbedrag hoeft te voldoen. Bovendien is de cliënt van mening dat er minimaal vijf uren te veel zijn gedeclareerd. Deze vijf uren zijn het gevolg van het niet naar de cliënt willen luisteren door de advocaat. Vandaar dat hij slechts het resterende factuurbedrag van € 195,85 heeft voldaan. Daarnaast is de cliënt van mening dat de advocaat hem tegemoet dient te komen in de extra kosten die hij heeft gemaakt voor een nieuwe advocaat.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de advocaat hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat.

Uit het overgelegde dossier is gebleken dat de advocaat zich gedurende een periode van 10 maanden heeft bijgestaan inzake de echtscheiding van de cliënt. De cliënt is van mening dat de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat onvoldoende is geweest. De commissie is echter van oordeel dat de advocaat dit gemotiveerd heeft weersproken terwijl de cliënt dit op zijn beurt niet adequaat heeft bestreden. In de overgelegde stukken heeft de commissie ook geen gronden of aanwijzingen aangetroffen voor deze door de cliënt geformuleerde en door de advocaat gemotiveerd weersproken verwijten. Wat betreft het echtscheidingsconvenant oordeelt de commissie als volgt. Gebleken is dat er een echtscheidingsprocedure bij de rechtbank aanhangig was gemaakt en dat daaraan parallel schikkingsonderhandelingen tussen cliënt en zijn ex-echtgenoot met diens advocaat plaatsvonden. In die onderhandelingen is overeenstemming bereikt en uit de correspondentie uit het dossier blijkt dat de cliënt daarmee tevreden was. Hierna heeft de advocaat een concept-convenant opgesteld. Van een verspilling van tijd en geld aan het convenant, zoals de cliënt stelt, is de commissie niet gebleken. Dat de nieuwe advocaat van de cliënt géén convenant heeft opgesteld en dat is besloten om de echtscheiding in een gerechtelijke procedure voort te zetten, maakt voorgaande niet anders. Uit het dossier blijkt immers dat de cliënt het er destijds zelf mee eens was dat er een convenant werd opgesteld.

Nu de commissie van oordeel is dat de kwaliteit van dienstverlening niet onvoldoende is geweest, had dit voor de cliënt dan ook geen reden mogen zijn om het volledige factuurbedrag niet te voldoen. De commissie kan de cliënt eveneens niet volgen in zijn standpunt dat de advocaat vijf uren te veel zou hebben gefactureerd en dat hij deze uren daarom terecht onbetaald heeft gelaten. Deze vijf uren zouden volgens de cliënt het gevolg zijn van het niet naar de cliënt willen luisteren door de advocaat. Hiervan is de commissie in het dossier niet gebleken en dit is gemotiveerd weersproken zodat de commissie ervan uit zal gaan dat de werkzaamheden zoals verricht en gefactureerd op de juiste wijze is gedaan. Verder is de commissie niet gebleken dat de hoogte of de omvang van de declaratie, gelet op de verrichte werkzaamheden, bovenmatig of buitenproportioneel is.

Gelet op het hiervoor overwogene heeft de advocaat gehandeld zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat mag worden verwacht.

Het geheel overziend komt de commissie tot de conclusie dat de klacht van de advocaat gegrond is. Gelet op het vorenstaande zal de volledige openstaande factuur van € 1.179,75 door de cliënt aan de advocaat moeten worden voldaan. Het depotbedrag zal dan ook aan de advocaat worden overgemaakt. De door de advocaat verzochte wettelijke rente komt niet voor toewijzing in aanmerking. Op grond van artikel 2 van het reglement Geschillencommissie Advocatuur is de commissie niet bevoegd een uitspraak te doen over vorderingen tot vergoeding van rente indien zij beslist bij wege van bindend advies.

Nu de klacht van de advocaat gegrond wordt verklaard, dient de cliënt als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld tot vergoeding van het klachtengeld van € 52,50 aan de advocaat.

De door de cliënt gevraagde vergoeding voor kosten ten behoeve van zijn nieuwe advocaat behoeft gezien het vorenstaande geen verdere bespreking nu zijn klacht ongegrond is en voor een dergelijke vergoeding iedere grond ontbreekt.

Hetgeen partijen verder nog hebben aangevoerd en ingebracht behoeft geen bespreking nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

• oordeelt dat de klacht van de advocaat gegrond is en bepaalt dat het depotbedrag aan de advocaat wordt overgemaakt;

• bepaalt dat de cliënt het klachtengeld van € 52,50 aan de advocaat dient te voldoen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Advocatuur, bestaande uit de heer mr. J. van der Groen, voorzitter, mevrouw mr. A.M. Hilhorst, de heer H.W. Zuur, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. N. Sewradj, secretaris, op 10 februari 2021.