Cliënte moet openstaande declaratie van advocaat alsnog betalen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Advocatuur    Categorie: Declaraties    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 341728/361166

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

In deze zaak bij de Geschillencommissie Advocatuur gaat het om een openstaande declaratie van €832,96 die een advocaat heeft ingediend voor werkzaamheden in een echtscheidings- en boedelscheidingsprocedure. De cliënte heeft het bedrag bij de commissie in depot gestort, maar stelt dat zij dit al contant aan de advocaat heeft betaald. De advocaat ontkent dit en de cliënte heeft geen bewijs kunnen leveren voor de betaling. De commissie oordeelt dat de cliënte de declaratie niet inhoudelijk heeft betwist en dat het bedrag redelijk is gezien de aard van het werk. Omdat er geen bewijs is van betaling, moet de cliënte het bedrag alsnog voldoen. De klacht wordt gegrond verklaard en het depotbedrag wordt aan de advocaat overgemaakt.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de openstaande declaraties van de advocaat ten bedrage van € 832,96.

De cliënte heeft het betwiste bedrag van € 832,96 bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de advocaat

Voor het standpunt van de advocaat verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De advocaat heeft de cliënte bijgestaan in een echtscheidings- en boedelscheidingsprocedure. Hij heeft haar voor verrichte werkzaamheden en verschotten op 4 augustus 2024 twee declaraties verstuurd van in totaal € 832,96. De cliënte heeft deze declaraties niet voldaan.

Standpunt van de cliënte

De cliënte heeft geen schriftelijk verweer gevoerd. Ter zitting voert zij aan dat zij de declaraties contant aan de advocaat heeft betaald.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de advocaat hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat.

De commissie stelt voorop dat de cliënte de declaraties niet inhoudelijk heeft betwist; zij heeft geen concrete bezwaren geuit tegen de gedeclareerde werkzaamheden. Zij stelt echter dat zij de declaraties middels een contante betaling reeds aan de advocaat heeft voldaan. Deze stelling is door de advocaat weersproken. De cliënte heeft haar stelling niet onderbouwd en heeft niet overtuigend kunnen aantonen dat de declaraties reeds zijn voldaan, zodat de commissie aan deze stelling voorbij zal gaan. De commissie zelf heeft geen tekortkomingen in het declaratiegedrag van de advocaat kunnen vinden en acht het gedeclareerde bedrag niet bovenmatig gelet op de aard en omvang van de verrichte werkzaamheden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klacht gegrond;
– bepaalt dat de cliënte aan de advocaat dient te voldoen de openstaande declaraties ten bedrage van € 832,96.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.

Het bedrag van € 832,96 wordt aan de advocaat overgemaakt.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Advocatuur, bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, de heer mr. I.L. Haverkate, de heer H.W. Zuur, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 6 december 2024.

Opslaan als PDF