Commissie bevestigt juiste toepassing prijsplafond door energieleverancier

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: tarieven    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 248467/257415

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De zaak gaat over een consument die vindt dat zijn energieleverancier het prijsplafond verkeerd heeft berekend op de jaarnota van november 2023. Volgens hem heeft de leverancier ook tarieven meegerekend die onder het prijsplafond vallen, waardoor de korting te laag uitvalt. De ondernemer legt uit dat de overheid heeft bepaald dat gewerkt moet worden met een gewogen gemiddeld tarief over de hele periode waarin het prijsplafond geldt, ook als tarieven soms onder het plafond liggen. Dit is zo afgesproken met het ministerie en staat in de subsidieregeling. De commissie volgt deze uitleg en verwijst naar eerdere uitspraken en toelichtingen van de minister, waarin dezelfde rekenmethode is bevestigd. De consument heeft geen nieuwe argumenten aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Daarom verklaart de commissie de klacht ongegrond en wordt het verzoek van de consument afgewezen.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Het geschil heeft betrekking op de jaarnota van 4 november 2023 en de daarop vermelde berekening van de korting wegens de toepassing van de Subsidieregeling Prijsplafond.

De consument heeft op 11 november 2023 de klacht bij de ondernemer ingediend.

Beoordeling

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Ten onrechte neemt de ondernemer bij de berekening van de korting wegens het prijsplafond ook het volume van gas en elektriciteit mee dat niet onder het prijsplafond valt.

De consument heeft 215 m3 aan gas verbruikt en daarvoor is een bedrag van € 2,5670 per m3 in rekening gebracht. Dit resulteerde in een door de consument te betalen bedrag van € 551,92. Met de compensatie van het prijsplafond zou het te betalen bedrag € 311, 75 (215 x 1,45) zijn. Op de jaarnota bedraagt de vergoeding echter € 240,17.

Voor elektriciteit geldt hetzelfde. De consument heeft 437 kWh verbruikt à 0,5701 per KWh = € 249,17. Met de compensatie van het prijsplafond zou het bedrag uitkomen op € 174,08 (437 x 0,40). Op de jaarnota is echter een korting wegens het prijsplafond verleend van € 25,05.

De ondernemer past de subsidieregeling onjuist toe doordat bij de berekening ook rekening gehouden wordt met tarieven waarop het prijsplafond niet van toepassing is. De ondernemer dient zich te beperken tot de tarieven waarop het prijsplafond wel van toepassing is en bij de berekening van het gemiddelde tarief niet de tarieven te betrekken waarop het plafond niet van toepassing is omdat deze lager zijn.

In artikel 3.3. van de subsidieregeling staat met zoveel woorden dat bij de berekening moet worden gekeken “naar de hoeveelheid gas die in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruik aansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden.”

Ter zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

De consument houdt zijn verbruik maandelijks bij. In een bepaalde periode heeft hij tarieven betaald die boven het prijsplafond liggen en het verschil krijt hij niet terug. De regeling is niet toepasselijk als de tarieven lager zijn, maar dus wel als de tarieven hoger zijn en het volume onder de grens blijft.

Het is niet duidelijk hoe bij een gedeeld jaar moet worden gehandeld. Waarom worden niet alleen de periodes genomen die boven het prijsplafond vallen.

De consument wil graag overtuigd worden, maar dat is tot op heden niet gelukt.

Hij blijft bij zijn standpunt over de berekening van het prijsplafond door de ondernemer.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het doel van de subsidieregeling was om huishoudens, in een uitzonderlijke situatie op de energiemarkt met zeer hoge energieprijzen, tot aan bepaalde verbruiksgrenzen zekerheid te geven over de hoogte van hun energierekening. Dit doel wordt bereikt door het instellen van plafondtarieven.

De consument had tot 23 februari 2023 een contract met vaste tarieven dat op 23 februari 2023 is omgezet in een contract met variabele tarieven. Op 4 november 2023 heeft de ondernemer de jaarnota opgemaakt over de periode 27 oktober 2022 tot 26 oktober 2023 met een tegoed van € 111,-.

Vanaf 6 november 2023 hebben partijen over de berekening van het prijsplafond gediscussieerd, zonder tot overeenstemming te komen.

De ondernemer is van mening dat het standpunt van de consument dat bij de berekening van de hoogte van de subsidie voor het prijsplafond ten onrechte tarieven zijn meegenomen die onder het prijsplafond liggen. Volgens de consument mogen tarieven die onder het prijsplafond vallen niet worden meegenomen bij het berekenen van het gemiddelde contractuele leveringstarief.

Bij de totstandkoming van de regeling is uitvoerig gesproken over het doel en de wijze van toepassing. Er is steeds afstemming geweest tussen de energieleveranciers en het Ministerie. Aan het aspect waarover de consument klaagt is uitdrukkelijk aandacht besteed. Er is een berekeningsmethodiek vastgesteld die de ondernemer heeft gehanteerd.

De subsidieregeling is vormgegeven als een compensatie voor kleinverbruikers door middel van een deelbetaling door de overheid via de energieleveranciers. De leverancier doet een aanvraag bij de overheid voor een compensatie van het verschil tussen de voor de klant geldende gemiddelde contractprijs en het plafond tarief.

“Subsidieregeling bekostiging plafond energietarieven kleinverbruikers”. Het gewogen gemiddeld tarief voor gas is in de Subsidieregeling, (artikel 3.2.), gedefinieerd als:

“het gemiddelde contractuele leveringstarief voor gas in € per m3 per kleinverbruik aansluiting, op basis van de leveringstarieven in € per m3 die in 2023 door de subsidieontvanger in rekening zijn gebracht aan de kleinverbruik aansluiting gewogen naar de hoeveelheid gas die in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruik aansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt.”

Voor elektriciteit bestaat een identieke regeling, zie artikel 3.3. van de subsidieregeling.

De subsidieregeling gold voor kalenderjaar 2023 maar dat is in het algemeen niet de periode waarover de jaarlijkse afrekening met de klant plaatsvindt. Voor het merendeel van de klanten geldt dat het jaar 2023 is opgesplitst in twee verrekenperiodes: het deel voor en na de jaarafrekening. In de subsidieregeling is ook rekening gehouden met het feit dat in een tarievenperiode sprake is van verschillend tarieven. Om die reden is gekozen voor het hanteren van het gemiddelde contractuele leveringstarief in de verrekenperiode. Indien het gemiddelde contractuele leveringstarief in één of beide periodes hoger was dan het plafond tarief, wordt een subsidie verstrekt voor het verschil met inachtneming van de verbruiksgrenzen.

In het geval van de consument was sprake van twee verrekenperiodes. Op de eerste periode had de jaarnota van 4 november 2023 op de tweede periode de eindafrekening van 13 januari 2024. In de laatste periode lagen de tarieven voor gas en elektriciteit onder de plafondprijzen en is geen korting op de verbruikskosten verstrekt.

De inrichting van de subsidieregeling is zodanig dat het verschil kan uitmaken of de jaarnota heel vroeg of heel laat in het jaar wordt verstuurd. In die gevallen is de korting vanwege het prijsplafond veelal lager dan als de jaarnota halverwege het jaar wordt opgemaakt, aldus de Minister. Ook heeft het CBS dit mogelijke verschil geconstateerd. De Minister maakt ook duidelijk dat energieleveranciers moeten rekenen met een gewogen tarief.

Tenslotte. Ook de commissie heeft in haar bindend advies van 25 januari 2024, zaaknummer 223810/232048, de juistheid van zienswijze van de ondernemer bevestigd.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

De ondernemer heeft bij herhaling uitgelegd hoe de berekening moet worden gemaakt.

In de kern draait het geschil om de uitleg van de door de consument aangehaalde zinsnede in de artikelen 3.2 en 3.3 van de subsidieregeling. Die zinsnede houdt anders dan de consument betoogt, een voorwaarde in, te weten dat de op de betreffende kleinverbruiker de subsidieregeling van toepassing is. Niet elke kleinverbruiker heeft recht op subsidie. Het moet om een woon- of verblijffunctie gaan. De betreffende zinsnede gaat niet over de tarieven. Ook de Minister zegt dat en dat volgt ook uit de toelichting op de subsidieregeling.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In dit geschil klaagt de consument over de door de ondernemer gehanteerde wijze van de subsidie/korting uit hoofde van de Subsidieregeling Prijsplafond.

De klacht van de consument, die – naar zij begrijpt – met name ziet op de berekening van een gewogen gemiddeld tarief in een bepaalde tarief periode acht de commissie ongegrond.

De berekening zoals die door de ondernemer is uitgevoerd – en door hem uitvoerig is toegelicht – is naar het oordeel van de commissie in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.2/3 van de subsidieregeling, met de nadien door de Minister op dit punt gegeven uitleg en is ook geaccordeerd in een eerdere uitspraak van de commissie van 25 januari 2024.

De consument heeft geen argumenten aangevoerd die tot een heroverweging van die beslissing aanleiding geven.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie Prijsplafond, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer ing. C. Verloop, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 14 augustus 2024.

Opslaan als PDF