Commissie: Openbaar Vervoer
Categorie: treinkosten
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: voorbeslissing
Uitkomst: bevoegd
Referentiecode:
1025290/1074064
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument strandde tijdens een internationale treinreis omdat de geboekte verbinding niet bestond en moest daardoor een hotelovernachting betalen. Hij claimt deze kosten bij de ondernemer. De ondernemer stelde dat de commissie niet bevoegd was omdat de reis zakelijk zou zijn gemaakt. De commissie oordeelt echter dat de consument wel degelijk als consument moet worden aangemerkt: er is geen bewijs dat het om een zakelijke reis ging. Daarom verklaart de commissie zich bevoegd het geschil te behandelen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Hert geschil heeft betrekking op een treinreis.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Van ondernemer heeft consument een ticket gekocht van plaatsnaam naar plaatsnaam. 29 januari 2025 was de reisdag. Het was die dag de laatste trein om naar Nederland te reizen. De consument strandde in plaatsnaam omdat de geboekte treinverbinding niet bleek te bestaan. Consument moest toen een hotelovernachting boeken. De DB wil de kosten van de hotelovernachting niet betalen omdat hen de foutieve boeking niet kan worden verweten. Maar ook ondernemer wil de hotelkosten niet betalen. Hier protesteert consument tegen en claimt de hotelkosten dus bij ondernemer.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het geschil met de consument valt niet binnen de taakomschrijving van uw Commissie. De consument is namelijk geen consument. Zowel volgens de wet (zie bijvoorbeeld artikel 6:193a BW) als volgens het Reglement van uw Commissie (zie artikel 1 begripsomschrijving) is een consument een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. De consument heeft de reis, waar zijn klacht betrekking op heeft, in de uitoefening van zijn beroep/bedrijf gemaakt. Dit blijkt uit de volgende punten:
– Op het vragenformulier van uw Commissie heeft de consument bij klant/cliëntgegevens een bedrijfsnaam, naam B.V., ingevuld
– In de mailwisseling met ondernemer met betrekking tot de reis waarover dit geschil gaat, gebruikt de consument een zakelijk e-mailadres, namelijk e-mailadres.
– De rekening van de hotelovernachting, die door de consument als bijlage bij de klacht is gevoegd, is geadresseerd op de bedrijfsnaam naam b.v..
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Naar het oordeel van de commissie moet de consument wel degelijk als consument worden aangemerkt.
Niet staat vast dat de consument een zakelijke reis heeft gemaakt, noch dat het ticket is betaald door een bedrijf. Dat de consument na zijn pensionering het e mailadres van zijn bedrijf ook gebruikt, maakt dit niet anders. Hetzelfde geldt voor het gebruik maken van een bedrijfskorting bij de gedwongen overnachting waardoor hij de schade slechts heeft weten te beperken.
Op grond van het voorgaande acht de commissie zich bevoegd het geschil te behandelen.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart zich bevoegd het geschil te behandelen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, bestaande uit mr. D.J. Buijs, voorzitter, mr. P. Vonk en mr. M.A. Keulen, leden, op 22 mei 2025.