Commissie: Energie
Categorie: Warmte
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: tussenadvies
Uitkomst: aanhouding beslissing
Referentiecode:
970313/1007733
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument ontving op 2 juli 2024 meerdere correctienota’s en betwist een bijbetaling van € 5.681,07, veroorzaakt door jarenlang geschatte meterstanden. Sinds 2020 was een slimme meter actief, maar deze werd pas in 2024 administratief verwerkt. De ondernemer corrigeerde de nota’s, maar de consument kon de uitleg niet volgen. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat de ondernemer onvoldoende inzicht gaf in de correctienota’s, verbruiksverdeling en toepassing van verjaring. De commissie houdt de beslissing aan en verzoekt de ondernemer om aanvullende informatie.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument heeft op 2 juli 2024 verschillende correctie nota’s ontvangen en daartegen maakt hij bezwaar. De ondernemer heeft de afgelopen vijf jaren uitsluitend geschatte meterstanden gebruikt om het warmteverbruik van de consument te bepalen. De consument vraagt om toepassing van de methode Vink, het verbruik te middelen over de jaren waarin zijn verbruik is geschat en de nota’s aan te passen.
Het is de ondernemer te verwijten dat de consument nu nog een bedrag van € 5.681,07 moet betalen.
De consument is bereid een bedrag van € 1.500,– in maandelijkse termijnen van € 50,– en vraagt kwijtschelding van de rest van de nota.
Beoordeling
Uit de stukken blijkt dat er sinds 2017 tussen partijen een overeenkomst bestaat voor de levering van warmte en warmtapwater.
Sinds 7 februari 2020 heeft de consument een slimme meter voor de registratie van zijn warmteverbruik, maar de meterwissel is aan de aandacht van de ondernemer ontsnapt en niet in zijn administratie verwerkt. Pas in mei 2024 is de administratieve fout aan het licht gekomen. De consument heeft in mei 2024 een foto aangeleverd van de meter met een stand van 189,073 GJ. Na ontvangst van die foto is het warmteverbruik aan de hand van die meterstand opnieuw berekend van af de meterwissel en is de nota van de consument gecorrigeerd.
De foute verwerking van de beginstand van 56.796 GJ die door de ondernemer is gehanteerd bij het opmaken van de nota voordat de administratieve fout was hersteld, had ook zijn doorwerking op andere nota’s. Met toepassing van de verjaringsregels is volgens de ondernemer een deel van de vordering op 27 november 2024 uit coulance buiten invordering gesteld. Volgens de ondernemer is van het totale warmte verbruik in de periode 7 februari 2020 tot 13 mei 2024 na toepassing van de verjaringsregel en onjuiste verwerking van de beginstand per 7 februari 2020 33 GJ in rekening gebracht.
De ondernemer heeft berekend dat de consument daarmee een bedrag van € 1.686,23 bespaard heeft.
De consument heeft ter zitting aangegeven de uitleg in het verweerschrift niet te kunnen volgen en de commissie is van oordeel dat er onvoldoende informatie is aangeleverd door de ondernemer om over de klacht van de consument te beslissen.
Zo is er kennelijk sprake van een aantal correctie nota’s. De stukken maken niet inzichtelijk waarom de verschillende nota’s zijn opgesteld, wat die te maken hebben met de niet verwerkte meterwissel en op welke periodes die nota’s zien.
Verder is geen uitleg gegeven over de wijze waarop het verbruik van de consument is verdeeld over de periode 2020/2024 toen de ondernemer op de hoogte kwam van het werkelijke warmteverbruik van de consument. Hoe groot het aantal GJ is dat als verjaard moet gelden, is niet helder aangegeven
De commissie zal de beoordeling van de zaak aanhouden om de ondernemer in de gelegenheid te stellen om de commissie binnen vier weken na verzending van dit tussenadvies van de hiervoor genoemde relevante informatie te voorzien.
Voor zover de ondernemer van mening is dat het hanteren van de wettelijke verjaringsregels een kwestie van coulance is, moet de commissie van het hart dat dat standpunt onjuist is; de ondernemer is daartoe wettelijk verplicht.
Overigens is de commissie het met de ondernemer eens dat de methode Vink niet aan de orde is in deze zaak, omdat die methode van belang was en gehanteerd werd in de tijd voordat er een wettelijk regeling bestond met betrekking tot de verjaring van vorderingen als deze.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De hiervoor verlangde aanvullende informatie van de ondernemer wordt na ontvangst van de commissie in afschrift aan de consument gezonden. De consument krijgt de gelegenheid daarop binnen twee weken een schriftelijke reactie naar de commissie te sturen.
De commissie zal vervolgens zonder nadere mondelinge behandeling op basis van de stukken bindend adviseren
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, de heer J.H.P.T. den Ouden, mevrouw E. Steenbergen – Amoraal, leden, op 14 mei 2025.