Commissie: Particuliere Onderwijsinstellingen
Categorie: commissie onbevoegd
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Onbevoegdverklaring
Uitkomst: onbevoegd
Referentiecode:
384067/577581
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument volgde sinds 2008 de opleiding HBO SPD Bedrijfsadministratie. Ze wilde haar diploma behalen volgens de oude regels die vóór 1 september 2009 golden. Door persoonlijke omstandigheden liep haar studie vertraging op. Ze rondde haar scriptie pas in 2021 af. De examencommissie stelde toen dat ze nog twee extra vakken moest halen volgens de nieuwe opleidingseisen. De consument vond dit onterecht en vroeg de Geschillencommissie om alsnog haar diploma toe te kennen. De commissie oordeelde echter dat zij daar niet over mag beslissen. Alleen de examencommissie bepaalt of een student aan de diploma-eisen voldoet. Omdat de commissie niet bevoegd is om die beslissing te toetsen, verklaarde zij zich onbevoegd om het geschil te behandelen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een in of omstreeks januari 2008 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verstrekken van de opleiding HBO SPD Bedrijfsadministratie. De consument heeft de opleiding sinds januari 2008 gevolgd.
Het geschil betreft de vraag of de consument nog kan afstuderen onder het vóór 1 september 2009 geldende regime, of dat de consument gebonden is aan de opleidingseisen die vanaf 1 september 2009 gelden.
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft voldaan aan alle onder HBO SPD oude stijl geldende eisen en zou daarom moeten kunnen afstuderen. Op basis van een onvolledig dossier heeft de Examencommissie besloten om extra vakken toe te voegen aan de exameneisen. Daarbij zijn medische reden voor uitloop van de studieduur niet meegenomen. De consument is van mening dat sprake is van misleiding van informatie betreffende het afstuderen oude stijl en van het veranderen van afspraken. Dit zou voor de consument betekenen dat sprake is van extra kosten, ongeveer € 3.000,–, voor afstuderen.
Na een succesvolle scriptieverdediging zijn de regels betreffende certificaten aangepast, waardoor onterecht geen diploma HBO SPD afgegeven is.
Volgens de consument heeft zij er recht op om haar diploma volgens de oude stijl zonder de toevoeging van de twee extra vakken te ontvangen.
Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
De consument heeft de twee vakken die zij nog zou moeten afronden vrijwillig en onverplicht gevolgd, maar zij is daarvoor niet geslaagd. Haar is toen geadviseerd om zich dan maar te richten op het afronden van de scriptie. Zij is daar mee begonnen, maar noodgedwongen een aantal malen mee gestopt. De scriptie is afgerond in 2021.
Als dit niet blijkt uit de administratie van de ondernemer is dat te wijten aan de ondernemer. De consument kan er niet de dupe van worden dat de ondernemer de administratie niet op orde heeft.
De consument is van mening dat zij eerst toegelaten kon worden tot het maken van haar scriptie als zij aan alle andere eisen voldaan had. Dat zij toegelaten is tot het maken van de scriptie en dat zij deze met goed gevolg heeft afgerond betekent volgens de consument dan ook dat zij recht heeft op het diploma.
Het alsnog moeten halen van de twee vakken is voor de consument emotioneel en financieel erg zwaar.
De consument verlangt dat alsnog haar diploma wordt verstrekt, overeenkomstig de opleidingseisen oude stijl.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Nadat de consument in 2008 met de opleiding is begonnen, is de inhoud van het programma per 1 september 2009 gewijzigd. Voor studenten gold echter een ruime overgangsregeling om nog volgens de oude regels af te studeren, tot 1 september 2015.
Daarna konden studenten nog gedurende twee jaar, tot 1 september 2017, vrijstelling vragen voor onder het oude regime behaalde certificaten.
De consument heeft haar scriptie uiteindelijk in 2021 afgerond. Op dat moment kon zij niet meer oude stijl afstuderen. Zij diende nog twee modules te behalen voordat zij het diploma zou kunnen ontvangen.
De consument is daar uitgebreid en gemotiveerd over geïnformeerd.
Het is niet meer mogelijk de consument een diploma oude stijl te geven.
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
De opleiding kan niet meer volgens de regeling van de opleiding van vóór 2009 worden afgerond. Het curriculum en de exameneisen worden niet door de ondernemer vastgesteld, maar door de beroepsvereniging. Alle opleiders zijn daaraan gebonden, zij mogen en kunnen daar niet van afwijken.
Toen het programma in 2008 aangepast is, zijn er ruime overgangsregelingen in het leven geroepen. Deze overgangsregelingen heeft de ondernemer uitvoerig aan de betrokken studenten, waaronder de consument, kenbaar gemaakt. Het is voor de ondernemer niet mogelijk om van de examenregelingen af te wijken.
De examencommissie bepaalt of studenten aan de exameneisen voldoen, dat is niet aan de ondernemer. De examencommissie heeft bepaald dat de consument na afronding van de scriptie nog aan de eisen van het programma nieuwe stijl zou moeten voldoen. Dat ligt niet in de macht van de ondernemer.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De consument vraagt aan de commissie om te beslissen dat aan haar alsnog het bij de door haar gevolgde opleiding behorende diploma dient te worden uitgereikt.
Kort nadat de consument begonnen is met haar opleiding zijn het programma voor de betreffende opleiding en de daarbij behorende exameneisen aangepast. De commissie is ervan overtuigd geraakt dat de ondernemer de betroffen studenten voldoende duidelijk en tijdig over de aanpassingen en de in het leven geroepen overgangsregeling heeft geïnformeerd.
De consument is geconfronteerd met verschillende studie vertragende omstandigheden. Deze omstandigheden, hoe vervelend en ingrijpend ook, liggen echter alle in de risicosfeer van de consument.
De consument is in de gelegenheid gesteld om met haar scriptie te beginnen. Haar scriptie is ook beoordeeld en voldoende bevonden. De commissie heeft echter niet kunnen vaststellen dat met de consument afspraken zijn gemaakt dat zij na afronding van de scriptie haar diploma oude stijl zou ontvangen. Elke beslissing over de vraag of een student heeft voldaan aan de voor de betreffende student geldende opleidingseisen en de diploma-eisen ligt dan ook bij de examencommissie. Een beoordeling daaromtrent van de examencommissie kan niet door de commissie worden getoetst.
Als de commissie een oordeel zou geven over de vraag of aan de consument alsnog het diploma, welk diploma dan ook, dient te worden uitgereikt, zou de commissie dan ook treden in de bevoegdheid van de examencommissie. De commissie zelf heeft de bevoegdheid niet om daarover te beslissen.
De commissie zal zich dan ook onbevoegd verklaren.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Particuliere Onderwijsinstellingen, bestaande uit mr. F.H.C.M. van Schaijk, voorzitter, C. Broers en mr. M.J. Boon, leden, op 19 november 2024.