Commissie niet bevoegd om bij bindend advies te oordelen over wettelijke rente

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Advocatuur    Categorie: Kosten    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ADV09-0131

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat ter zake van haar bijstand aan de cliënt en de declaraties die de advocaat voor haar werkzaamheden in rekening heeft gebracht.   De cliënt heeft een deel van deze declaraties niet aan de advocaat voldaan. Het openstaande bedrag van € 2.000,– is overeenkomstig het Reglement van de commissie in depot gestort.   Standpunt van de advocaat   De advocaat wenst de declaraties, die de cliënt ondanks herhaalde betalingsherinneringen niet heeft voldaan, ter incasso aan de commissie voor te leggen. De advocaat heeft aan de cliënt rechtsbijstand verleend. Voor haar werkzaamheden heeft de advocaat declaraties verzonden die (deels) onbetaald zijn gebleven voor een bedrag van € 2.000,–.   Voor het verweer van de advocaat verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het verweer ten aanzien van de door de cliënt geformuleerde klachten op het volgende neer.   Op 4 december 2008 heeft de cliënt aangegeven dat door de advocaat geen werkzaamheden meer verricht dienden te worden, doch dat had slechts betrekking op het geschil met [naam financiële dienstverleningsorganisatie]. Na 4 december 2008 zijn er nog werkzaamheden verricht met betrekking tot het geschil met de [naam bankinstelling]. Op 17 november 2008 is inhoudelijk gereageerd richting [naam financiële dienstverleningsorganisatie]. De advocaat gaat er dan ook vanuit dat aan de cliënt geen bedrag in rekening is gebracht voor de marketingbijdrage na 17 november 2008. De cliënt heeft nagelaten aan te tonen dat hem een bedrag in rekening is gebracht en dat hij deze heeft betaald. Reeds voordat bekend was dat de cliënt niet over overtuigende bewijsmiddelen bezat voor zijn stellingen, heeft de advocaat zich in de procedure gesteld. Vanaf dat moment was de cliënt griffierechten verschuldigd. De declaraties zijn steeds gespecificeerd verzonden. Er is zelfs op de declaraties gematigd om de cliënt tegemoet te komen.   De advocaat verzoekt de commissie te bepalen dat de cliënt de openstaande declaraties van € 2.000,– dient te voldoen te vermeerderen met buitengerechtelijke kosten van € 300,– en de wettelijke rente van € 20,05.   Standpunt van de cliënt   Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het betoog van de cliënt op het volgende neer.   De cliënt is het niet eens met (de hoogte van) de declaratie van 26 november 2008. [naam financiële dienstverleningsorganisatie] heeft alsnog huur- en marketingbijdrage over drie maanden in rekening gebracht. De advocaat heeft verweer gevoerd in een procedure terwijl de cliënt reeds aan de advocaat had aangegeven geen schriftelijk bewijs voor dit verweer te hebben. Hierdoor zijn er onnodige kosten gemaakt.   Op grond van het voorgaande verzoekt de cliënt de commissie de laatste voorschotnota ter grootte van € 2.000,– volledig te laten crediteren, evenals eventuele kosten en/of rente. Indien de commissie echter van mening is dat (een deel van) deze laatste voorschotnota door de cliënt betaald dient te worden, verzoekt de cliënt de commissie aan hem een vergoeding toe te kennen voor de financiële schade die gelijk is aan het bedrag dat hij aan de advocaat dient te voldoen.   Beoordeling van het geschil   Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.   In de overgelegde stukken treft de commissie geen gronden of aanwijzingen aan voor de door de cliënt geformuleerde en door de advocaat gemotiveerd weersproken bezwaren. De verwijten van de cliënt vinden geen steun in de correspondentie noch in de processtukken, en ook op de zitting van de commissie is niet van nadere feiten gebleken. Met name de klacht van de cliënt over de marketingbijdrage, kan naar het oordeel van de commissie niet slagen. Immers, de advocaat heeft bij faxbericht van 17 november 2008 inhoudelijk gereageerd richting de [naam financiële dienstverleningsorganisatie]. Het al dan niet in rekening brengen van de marketingbijdrage door [naam financiële dienstverleningsorganisatie], kan de advocaat – naar het oordeel van de commissie – dan ook niet worden verweten. Ten overvloede overweegt de commissie nog dat de cliënt heeft nagelaten te onderbouwen welk bedrag bij hem in dit kader door [naam financiële dienstverleningsorganisatie] in rekening is gebracht en of dat bedrag ook daadwerkelijk is voldaan. Ook de klacht van de cliënt dat er onnodig kosten zijn gemaakt in een procedure die de [naam bankinstelling] heeft geëntameerd, kan de commissie niet plaatsen. Bij emailberichten van 5 en 26 september 2008 heeft de advocaat er op gewezen dat zij geen enkel bewijsstuk dan wel getuigen heeft die het verweer van de cliënt zouden kunnen onderbouwen. Uit oogpunt van kostenbesparing heeft de advocaat juist voorgesteld zich terug te trekken uit de procedure.   De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de advocaat hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat. De commissie is van oordeel dat de advocaat als zodanig heeft gehandeld. Het enkele feit dat de genomen stappen niet hebben geleid tot het door de cliënt gewenste resultaat maakt nog niet dat de advocaat tekortgeschoten is in de uitvoering van de opdracht. Bij de uitvoering van de opdracht door de advocaat is immers in beginsel sprake van een inspanningsverbintenis en niet van een resultaatsverbintenis. De prestatie bestond niet in het behalen van een bepaald resultaat maar bestond daarin dat de advocaat zich daarvoor diende in te spannen. Met haar werkwijze is de advocaat haar inspanningsverplichtingen correct nagekomen. De advocaat heeft naar beste eer en geweten geadviseerd. Van enig onprofessioneel handelen is niet gebleken.   De commissie is voor wat betreft de kosten van de door de advocaat verrichte werkzaamheden niet gebleken dat de hoogte of de omvang van de declaraties bovenmatig of buitenproportioneel is. De stelling van de cliënt hieromtrent faalt derhalve. Bovendien heeft de advocaat de declaraties coulancehalve reeds gematigd.   De commissie stelt vast dat de advocaat verzoekt te bepalen dat de cliënt de openstaande declaraties van € 2.000,– dient te voldoen. Gelet op het vorenoverwogene zal dan ook het depotbedrag van € 2.000,– aan de advocaat worden overgemaakt. Dit brengt met zich dat de door de cliënt gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen. Volledigheidshalve voegt de commissie hieraan toe dat de cliënt geenszins aannemelijk heeft gemaakt door het handelen of nalaten van de advocaat schade te hebben geleden. Bovendien heeft de cliënt nagelaten deze schade nader te onderbouwen. De door de advocaat verzochte wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten komen echter niet voor toewijzing in aanmerking. Immers, de commissie is op grond van artikel 2 van het Reglement niet bevoegd een uitspraak te doen over vorderingen tot vergoeding van rente indien zij beslist bij wege van bindend advies. Voorts gaat de commissie slechts in bijzondere gevallen over tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten. De commissie acht in dit geval geen bijzondere omstandigheden aanwezig om een vergoeding van deze kosten toe te wijzen nog daargelaten dat de advocaat deze kosten niet nader heeft onderbouwd.   Nu de klachten van de cliënt ongegrond worden verklaard, is de commissie van oordeel dat de advocaat terecht een declaratiegeschil aanhangig heeft gemaakt. De commissie acht het dan ook gerechtvaardigd dat de cliënt het door de advocaat voor de onderhavige procedure betaalde klachtengeld van € 50,– vergoedt.   Hetgeen partijen ieder voor zich verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft – naar het oordeel van de commissie – geen verdere bespreking, nu dat niet tot een ander oordeel kan leiden.   Derhalve dient als volgt te worden beslist.   Beslissing   Het door de cliënt verlangde wordt afgewezen.   Het depotbedrag van € 2.000,– wordt aan de advocaat overgemaakt.   Overeenkomstig het reglement van de commissie dient de cliënt aan de advocaat, die het klachtengeld heeft voldaan, een bedrag van € 50,– te vergoeden.   Het meer of anders verlangde wordt afgewezen.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Advocatuur op 28 oktober 2009.