Commissie: Energie
Categorie: Bevoegdheid
Jaartal: 2020
Soort uitspraak: Onbevoegdverklaring
Uitkomst: onbevoegd
Referentiecode:
23833/27767
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Het geschil betreft de vraag of het bedrijf de opdracht van de klager binnen de wettelijke termijn heeft uitgevoerd. De klager stelt dat de commissie bevoegd is en dat hij ontvankelijk is in zijn klacht, terwijl het bedrijf betoogt dat alleen de Algemene Voorwaarden van toepassing zijn en dat geschillen bij de bevoegde rechter moeten worden aangebracht. De commissie volgt het standpunt van het bedrijf en concludeert dat zij niet bevoegd is om het geschil te behandelen, omdat partijen niet zijn overeengekomen zich aan het bindend advies van de commissie te onderwerpen. Hierdoor komt de commissie niet toe aan de vraag of de klager ontvankelijk is.
Volledige uitspraak:
Behandeling van het geschil
De Geschillencommissie Energie voor de zakelijke markt (verder te noemen: de commissie) heeft het geschil, voor wat betreft de bevoegdheid van de commissie c.q. de ontvankelijkheid van de klager, behandeld op 19 juni 2020.
De commissie heeft kennisgenomen van hetgeen partijen over de bevoegdheid van de commissie c.q. de ontvankelijkheid van de klager in de stukken hebben gesteld.
De commissie heeft het in dit stadium niet nodig geacht partijen op te roepen ter zitting te verschijnen voor een toelichting.
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de vraag of het bedrijf de opdracht van de klager binnen de wettelijke termijn heeft uitgevoerd.
De klager heeft de klacht op 14 februari 2019 bij het bedrijf ingediend.
Standpunt van de klager
Het standpunt van de klager luidt in hoofdzaak als volgt.
De klager is van mening dat de commissie bevoegd is om van het onderhavige geschil kennis te nemen en dat hij ook ontvankelijk is in zijn klacht.
De klager is van mening dat het bedrijf tekort geschoten is bij het realiseren van de 3 x 80 A kleinverbruik aansluiting. Deze opdracht is door het bedrijf niet binnen de wettelijke termijn uitgevoerd.
Het standpunt van het bedrijf dat alleen de Algemene Voorwaarden van het bedrijf toepasselijk zijn is tekort door de bocht. De Elektriciteitswet bepaalt het wettelijk kader voor het bedrijf bij de aanvraag van een aansluiting en de Elektriciteitswet prevaleert, daar waar deze strijdig is met de AV van het bedrijf.
Artikel 3 van het Reglement van de commissie geeft de taak van de commissie aan, te weten het beslechten van geschillen tussen partijen voor zover deze betrekking hebben op de totstandkoming of de uitvoering van overeenkomsten met betrekking tot de aansluiting van elektrische energie.
Het bedrijf is onderdeel van Netbeheer Nederland en Netbeheer Nederland participeert in de Geschillencommissie Energie Zakelijk. Het bedrijf kan zich dan ook niet onttrekken aan de bindende advisering door de commissie.
De klager heeft de klacht wel tijdig bij de commissie ingediend. De klager heeft het bedrijf op 14 februari 2019 in gebreke gesteld en heeft de klacht op 13 februari 2020 bij de commissie ingediend. Dat is binnen 12 maanden.
Standpunt van het bedrijf
Het standpunt van het bedrijf luidt in hoofdzaak als volgt.
Op de door de klager verstrekte opdracht zijn uitsluitend de Algemene Voorwaarden voor het uitvoeren van werkzaamheden en diensten door het bedrijf van toepassing. Op grond van artikel 17.2 van deze AV, is voor geschillen die uit deze opdracht voortvloeien, behoudens het recht van de opdrachtgever om een geschil voor te leggen aan de Autoriteit Consument en Markt, de ter zake bevoegde rechter te Arnhem bevoegd.
Ook blijkt uit artikel 4 van het Reglement van de commissie dat de commissie niet bevoegd is aangezien partijen niet zijn overeengekomen dit geschil aan de commissie voor te leggen.
Dat het bedrijf is aangesloten bij de brancheorganisatie Netbeheer Nederland is voor deze zaak niet relevant en zeker geen bevoegdheidsgrond voor de commissie.
De klager is evenmin ontvankelijk in zijn klacht bij de commissie. De klacht is op 14 februari 2019 bij het bedrijf ingediend en vervolgens pas op 26 maart 2020 bij de commissie ingediend en aldus is de termijn van artikel 6 lid 1 van het Reglement van de commissie overschreden.
Het bedrijf heeft beroep aangetekend tegen het besluit van de ACM. Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven heeft nog geen uitspraak gedaan. De klacht bij de commissie is dan ook voorbarig. Ook is de vermeende schadevordering nooit voorgelegd aan het bedrijf.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie stelt voorop dat alvorens een geschil te kunnen behandelen, zij ambtshalve dan wel op verzoek heeft te onderzoeken of zij bevoegd is van het geschil kennis te nemen c.q. te onderzoeken of de klager in zijn klacht kan worden ontvangen.
De commissie volgt het standpunt van het bedrijf.
Artikel 4 van het Reglement van de commissie brengt mee dat de commissie alleen bevoegd is om een geschil te behandelen indien en voor zover partijen zijn overeengekomen zich te onderwerpen aan het bindend advies van de commissie.
Daarvan is in deze zaak echter geen sprake. Anders dan de klager stelt, brengt de enkele omstandigheid dat de inhoud van het geschil binnen het takenpakket van de commissie valt, niet mee dat de commissie daardoor bevoegd is. Ook het gegeven dat de Elektriciteitswet toepasselijk is brengt niet mee dat de commissie daardoor bevoegd is.
De klager heeft voorts niet dan wel niet gemotiveerd betwist dat op de litigieuze opdracht de Algemene Voorwaarden voor het uitvoeren van werkzaamheden toepasselijk zijn. Die voorwaarden voorzien niet in een rechtsgang bij de commissie, maar brengen mee dat geschillen bij de burgerlijke rechter kunnen en moeten worden aangebracht.
Het voorgaande brengt mee dat de commissie niet bevoegd is om van dit geschil kennis te nemen.
Aan de (vervolg-)vraag of de klager ontvankelijk is, komt de commissie dan ook niet toe.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart zich onbevoegd om van de klacht van de klager kennis te nemen.
Aldus beslist en vastgelegd door de Geschillencommissie Energie voor de zakelijke markt, bestaande uit mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. Sj. S. Bakker en mr. C.M.H. Vlaanderen, leden, op 19 juni 2020