Commissie onbevoegd: klacht over stadswarmtetarieven valt buiten bevoegdheid

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: commissie onbevoegd    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Onbevoegdverklaring   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 839863/1059411

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument vroeg om inzicht in de opbouw van de tarieven voor stadsverwarming, waaronder uitsplitsing van kosten, vermelding van winstmarge en aanpassing van de kostenstructuur. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat zij niet bevoegd is om te oordelen over tariefstelling, omdat het geschil geen betrekking heeft op de totstandkoming of uitvoering van de overeenkomst. Alleen bij evident onredelijke tarieven zou de commissie kunnen ingrijpen, maar dat werd door de consument niet gesteld. Toezicht op tarieven valt onder de Autoriteit Consument en Markt. De commissie verklaarde zich daarom onbevoegd.

De volledige uitspraak

Samenvatting

De consument wenst inzicht in de opbouw van de door de ondernemer toegepaste tarieven.

Behandeling van het geschil
Uit de stukken blijkt dat eerst dient te worden vastgesteld of de commissie bevoegd is het geschil te behandelen.

De Geschillencommissie Energie (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

De consument en de ondernemer hebben ter zitting via een videoverbinding hun standpunten toegelicht.

Ter zitting werd de ondernemer vertegenwoordigd door de dames [naam vertegenwoordiger] en [naam vertegenwoordiger].

De behandeling heeft plaatsgevonden op 14 juli 2025 te Den Haag.

De commissie heeft het volgende overwogen.

Beoordeling

De consument stelt dat de aan hem door de ondernemer berekende tarieven voor stadsverwarming niet transparant zijn in de kostenopbouw. Hij verwijst naar enkele bepalingen in de Warmtewet en een arrest van het Hof Den Haag. Hij verlangt uitsplitsing van de kosten en vermelding van de winstmarge. Voorts verlangt hij aanpassing van de kostenstructuur, zodat deze in verhouding staan tot het daadwerkelijk verbruik (de consument doelt erop dat bij een laag verbruik de rekening relatief hoog blijft door het hoge vastrecht) en verlangt compensatie.

De commissie overweegt dat artikel 3 lid 1 van het toepasselijk reglement het volgende bepaalt:
De commissie heeft tot taak geschillen tussen consument en ondernemer te beslechten, voor zover deze betrekking hebben op de totstandkoming of de uitvoering van overeenkomsten met betrekking tot de aansluiting en/of de levering van gas, warmte of elektrische energie en daarmee samenhangende leveringen en diensten, behoudens die geschillen waarvoor de Geschillencommissie Energie Prijsplafond bevoegd is.

De commissie is niet bevoegd te oordelen over tarieven, nu het geschil niet ziet op de totstandkoming of de uitvoering van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Dat zou anders kunnen zijn indien de consument stelt dat de tarieven evident onredelijk zijn, doch dat stelt hij niet. De commissie heeft in vele eerdere uitspraken conform geoordeeld (zij verwijst onder meer naar de uitspraak geregistreerd onder nummer 466302/507651, te kennen op de website van de commissie onder uitspraken en analyses). Toezicht op de tarieven gebeurt door de Autoriteit Consument en Markt.

Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer ing. C. Verloop, de heer mr. P. P. van der Neut, leden, op 14 juli 2025.

Opslaan als PDF