Commissie: Recreatie
Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Niet-ontvankelijkverklaring
Uitkomst: niet-ontvankelijk
Referentiecode:
412679/504813
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument klaagde bij de Geschillencommissie Recreatie over fors verhoogde jaarnota’s voor 2024, schade aan waterkranen en jarenlang ten onrechte betaalde zuiveringslasten. De commissie stelde vast dat de consument niet alleen eigenaar is van het chalet, maar ook van de onderliggende grond. Omdat de RECRON-voorwaarden (vaste plaatsen) alleen gelden bij een overeenkomst over het gebruik van een plaats en hier geen sprake is van een dergelijke overeenkomst, achtte de commissie zich onbevoegd om de klacht te behandelen. De klacht werd daarom niet inhoudelijk beoordeeld.
De volledige uitspraak
ONBEVOEGDVERKLARING
Geschillencommissie Recreatie
Onderwerp van het geschil
Verhoogde jaarnota’s voor het kalenderjaar 2024.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Ik ben grond- en chaleteigenaar van twee grondstukken en één chalet op de camping van de ondernemer. Eind oktober 2023 heb ik twee zeer fors verhoogde jaarnota’s ontvangen voor kalenderjaar 2024. Tevens is er schade aan twee waterkranen ontstaan, die moesten worden vervangen wegens meerdere keren zand dat in het water is gekomen; dit als gevolg van lekke waterleidingen wegens het plaatsen van nieuwe chalets. Ook heb ik jarenlang ten onrechte “zuiveringslasten” betaald, die ook door de gemeente als rioolheffing worden geïnd. Ik heb een nadere onderbouwing van de nota’s gevraagd, maar er komt geen onderbouwing. Nu heeft de ondernemer ook de slagboompas geblokkeerd, ondanks dat ik de helft van de door mij geïndexeerde helft van de jaarnota’s heb betaald.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer heeft gesteld dat de consument niet-ontvankelijk is in zijn klacht zonder dit nader te onderbouwen. Daarnaast heeft de ondernemer inhoudelijk gereageerd op de klachten van de consument, waarbij hij de consument (deels) tegemoet is gekomen in zijn wens tot correctie van de jaarnota over 2024.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Op grond de door de consument verstrekte informatie staat vast dat hij niet alleen eigenaar is van het betreffende vakantiechalet, maar ook van de onderliggende grond (twee grondstukken).
De RECRON-voorwaarden (vaste plaatsen) zijn van toepassing in geval er sprake is van een overeenkomst tussen de recreant (in casu de consument) en de ondernemer inzake het gebruik van een plaats, waarbij ‘plaats’ wordt gedefinieerd als een plaats die is ingericht om gedurende het gehele jaar een kampeermiddel geplaatst te houden, ongeacht de periode van gebruik. Voor het gebruik van de plaats is de recreant aan de ondernemer jaargeld verschuldigd, dat wil zeggen de per overeenkomstjaar door de recreant aan de ondernemer verschuldigde vergoeding voor het gebruik van de plaats.
Nu vaststaat dat er geen overeenkomst is tussen de consument en de ondernemer inzake het gebruik van een plaats – de consument is immers eigenaar van de grond waarop het kampeermiddel staat – komt de commissie tot de conclusie dat de RECRON-voorwaarden (vaste plaatsen) niet van toepassing zijn en dat zij derhalve niet bevoegd is om de klacht van de consument in behandeling te nemen.
Op grond van het voorgaande zal de commissie zich (ambtshalve) onbevoegd verklaren de klacht van de consument in behandeling te nemen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart zich onbevoegd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, mevrouw J. Hagedoorn, mevrouw mr. J.M. Huijsman- Hartkamp, leden, op 6 maart 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.