Commissie onbevoegd over eigendom blokleiding; kosten onderhoud voor consument

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: commissie onbevoegd    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 952227/1086769

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde dat de warmteleidingen onder zijn woning eigendom zijn van de ondernemer en dat de kosten voor onderhoud en vervanging niet op bewoners mogen worden afgewenteld. De ondernemer stelde dat de leidingen vanaf de kopgevel geen onderdeel zijn van zijn warmtenet, maar van [bedrijf], en dat de consument via zijn koopakte verplicht is bij te dragen aan een onderhoudsfonds. De Geschillencommissie Energie verklaarde zich onbevoegd om te oordelen over de eigendomskwestie, omdat dit een zaak is tussen de ondernemer en [bedrijf]. De klacht over de kosten werd ongegrond verklaard, aangezien de consument contractueel verplicht is tot deelname aan het fonds. Wel moet de ondernemer het klachtengeld van € 52,50 vergoeden vanwege onduidelijke communicatie. Het volledige depotbedrag van € 360,73 wordt aan de consument teruggestort.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Het geschil betreft de vraag van de consument naar de eigendom van de blokleiding die onder zijn woning doorloopt.

De consument heeft op 13 juli 2024 de klacht bij de ondernemer ingediend.

De consument heeft een bedrag van € 360,73 in depot gestort bij de commissie

Standpunt van de consument 

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument is van mening dat de warmteleidingen, die vanaf de verdeelkasten met de afsluiters, onder zijn woning lopen, eigendom zijn van de ondernemer en onderdeel uitmaken van het warmtenet van de ondernemer. De ondernemer betwist dat en stelt dat er slechts tot aan de verdeelkasten wordt geleverd en dat [bedrijf], de vorige eigenaar van de woningen, de verdere warmtelevering uitvoert. Volgens de ondernemer moet [bedrijf] zorgen voor de warmtelevering, maar wil de ondernemer daarvoor niets betalen aan [bedrijf].

Nu verhaalt [bedrijf] de kosten van het onderhoud van de leidingen en de toekomstige kosten van het vervangen van de leidingen op de bewoners/eigenaren, zoals de consument. Het gaat om bedragen van wel € 10.000,– per woning om de ondernemer in staat te stellen over een langere periode warmte te kunnen leveren.

De consument verlangt dat de ondernemer erkent dat de leidingen die vanaf de verdeelkasten onder de woningen doorlopen tot het leidingnet van de ondernemer behoren en dat het onderhoud daarvan voor rekening van de ondernemer geschiedt en niet wordt afgewenteld op de bewoners. In andere wijken in [stad] is daarvan wel sprake.

Ter (digitale) zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

De consument is eigenaar van een woning die voorheen eigendom was van [bedrijf]. Hij heeft geen probleem met een onderhoudsfonds, maar wel met een fonds ten behoeve van het vervangen van de blokleiding. Voorheen was de [bedrijf] eigenaar van de leidingen en dat is verkocht aan [bedrijf], waarvan de ondernemer een onderdeel van uitmaakt. Als [bedrijf] eigenaar zou zijn van de leiding dan zou dat in het koopcontract en de leveringsakte hebben gestaan, maar dat is niet het geval. De ondernemer moet zelf uitzoeken hoe het zit. In de woning van de consument bevinden zich geen afsluiters, alleen maar meters op de radiatoren. Het is vreemd dat de consument voor een leiding ten behoeve van de ondernemer zoveel moet betalen. Als [bedrijf] de eigenaar zou zijn zou dat wel in het koopcontract hebben gestaan.

Standpunt van de ondernemer 

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De klacht van de consument houdt in dat hij verlangt dat de ondernemer erkent dat de warmteleidingen die vanaf de koopgevel onder de woning van de consument lopen, onderdeel zijn van het warmtenet van de ondernemer en dat de ondernemer verantwoordelijk is voor het onderhoud en vervanging daarvan.

De woning van de consument is aangesloten op een collectief wijkverwarmingssysteem, zonder eigen aansluiting, “WKV”. Het warmtenet van de ondernemer loopt vanaf de warmtebron via het warmtestation naar de kopgevel van het blok woningen waar de consument woont. Vanaf de kopgevel van de woning ligt een blokleiding onder het blok woningen. Op de tekening, die bij het verweer is gevoegd, blijkt duidelijk de demarcatiegrens. De daarop getekende blauwe leiding is de blokleiding die geen eigendom is van de ondernemer, maar is eigendom van [bedrijf] en valt niet onder de verantwoordelijkheid van de ondernemer. De ondernemer is eigenaar van de leiding die tot de kopgevel van het woonblok loopt. Daarna begint de binneninstallatie.

De blokleiding is wel aangesloten op het warmtenet van de ondernemer. [Bedrijf] is niet verantwoordelijk voor het leveren van warmte in de woningen, maar wel voor de blokleiding die het mogelijk maakt om warmte aan de daarop aangesloten woningen te leveren.

[Bedrijf] erkent de eigenaar te zijn daar zij een fonds hebben opgericht en dat beheren. De consument was aanvankelijk huurder van [bedrijf]en heeft van [bedrijf]de woning gekocht. Daarbij is in het koopcontract bepaald dat de koper verplicht is deel te nemen aan het fonds voor het onderhoud en vervanging van de blokleiding, die zich onder de woning bevindt.

De uitspraak van rechtbank [stad] van 5 februari 2014, is niet vergelijkbaar omdat in die zaak uit de stukken bleek dat de betreffende leiding aan de warmteleverancier toebehoorde. In deze zaak blijkt uit de stukken het tegenovergestelde.

Ter (digitale) zitting heeft de ondernemer verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

Uit de gegevens van de voorloper van [bedrijf] blijkt duidelijk van de demarcatiegrens. De transportleiding onder de woning is een onderdeel van de binneninstallatie. De situatie met betrekking tot de demarcatiegrens is altijd ongewijzigd gebleven.

Het is juist dat het hebben van een fonds niet gelijk staat met de eigendom van de leidingen. Het fonds heeft tot doel de leidingen te onderhouden. Het is in geval van blokverwarming niet mogelijk een woning die daarvan deel uitmaakt individueel af te sluiten.

Ter (digitale) zitting heeft [bedrijf] onder meer het volgende naar voren gebracht.

Het is niet duidelijk wie de eigenaar van de blokleiding is. Het beroep op het fonds door de ondernemer voor wat betreft de eigendomsvraag is louter een aanname. De ondernemer is de leverancier van de warmte en levert tot aan de woning. Het betreffende fonds bestaat al lang en wordt door [bedrijf] beheerd.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In deze zaak vraagt de consument zich af wie de eigenaar is van de blokleiding die onder zijn woning doorloopt en klaagt hij over de door hem te betalen kosten van onderhoud en vervanging van de leiding.

Voor wat betreft de eigendomsvraag is de commissie niet bevoegd c.q. is de consument niet ontvankelijk omdat uit de stukken en uit hetgeen ter zitting naar voren is gebracht blijkt dat dit een kwestie is die tussen de ondernemer en [bedrijf] speelt. De commissie is gelet op het bepaalde in artikel 3 van haar reglement niet bevoegd over deze kwestie – en die partijen – een uitspraak te doen.

Voor wat betreft de klacht over de kosten van onderhoud en vervanging van de leiding is vast komen te staan dat de consument in de koopovereenkomst en de leveringsakte heeft getekend voor het betreffende onderhoudsfonds en derhalve op die grond gehouden is de genoemde bijdragen aan het fonds te voldoen.

In zoverre is de klacht van de consument dan ook ongegrond.

Wel is de commissie van oordeel dat nu door de ondernemer bij herhaling is aangeven dat [bedrijf] zou hebben erkend de eigenaar van de betreffende leiding te zijn, terwijl dat door [bedrijf] wordt betwist, de ondernemer de consument niet op juiste wijze heeft geïnformeerd. Gelet hierop acht de commissie het redelijk dat mede gelet op het bepaalde in artikel 21 lid 2 van het reglement van de commissie de ondernemer gehouden is het klachtgeld aan de consument te vergoeden.

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument over de door hem te betalen bijdragen ongegrond.

Nu het kennelijk zo is dat het depotbedrag niet aan de ondernemer is verschuldigd, die rept daarover ook in het geheel niet, zal de commissie dit bedrag overmaken op de rekening van de consument.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De commissie verklaart zich onbevoegd om een uitspraak te doen over de eigendom van de blokleiding onder de woning van consument. Voor het overige wijst de commissie het door de consument verlangde af.

De ondernemer vergoedt aan de consument het door hem betaalde klachtengeld van € 52,50

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.

Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 0

Depotverrekening, bedrag aan consument € 360,73

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer R.A. Timmer, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 26 augustus 2025.

 

 

Opslaan als PDF